Als een dorpshuis in de kampong

Hockey Pim van Esschoten

Het nieuwe clubhuis van de grootste amateursportvereniging van Nederland ligt enigszins verhoogd en centraal tussen de voetbal- en hockeyvelden. Als een groot dorpshuis in de kampong; een omheind dorp of erf in het Maleis. Wat zeker in het oog springt, is dat het clubhuis van Kampong energieneutraal is. Volledig zelfs, op een (kleine) gasaansluiting na.

Het kon eigenlijk niet meer, dat clubhuis van Kampong. Na veertig jaar was het te klein voor de club die inmiddels is gegroeid naar 3300 hockeyende leden en tegen de tweeduizend voetballers. Toch had dat oude clubgebouw naast het eerste hockeyveld wel wat. ‘Het was,’ zegt Jans Pijbes (verenigingsmanager hockey), ‘een beetje bruin, gezellig en vol historie. Dat moet hier allemaal nog gaan komen.’

 

Open en licht

Raymond Woesthoff (links) en Jans Pijbes (rechts): ‘Ondanks de investering en de som die we nog moeten gaan maken, staat het als een paal boven water dat ledverlichting een besparing zal opleveren.’

Van de wat knusse bouwstijl uit de jaren ’70 ging Kampong naar het nu; open, licht, ruimtelijk. Raymond Woesthoff, federatiemanager bij Kampong: ‘De kracht van dit nieuwe clubhuis is de centrale ligging. Met rechts voetbal en links hockey. Cricket heeft een eigen clubhuis, zoals ook tennis dat straks heeft. Daar wordt nu aan gebouwd. Die banen liggen aan de rand van het sportpark en de tennissers moeten daar langs de banen wat kunnen drinken. Zo moet straks elke tak van sport (ook jeu de boules en squash) een eigen intimiteit en cultuur krijgen.’

‘Hockeyers,’ zegt Pijbes, ‘spreken over het clubhuis. Voetballers hebben het over de kantine.’ Hoe het ook mag heten, duizenden hockeyers en voetballers lopen hier wekelijks door elkaar heen. ‘De open clubcultuur moest blijven. De uitstraling van een familieclub,’ zegt Woesthoff. Dat dat goed is gelukt, ervaren de twee dagelijks op hun nieuwe werkplek. ‘Het is hier openbaar, je loopt zó naar binnen en klapt je laptop open. Met overal wifi,’ zegt Pijbes. ‘De jeugdelftallen van de hockeybond trainen hier een paar dagen per week op het nationaal hockeycentrum (NHC). Die spelers worden gebracht en gehaald en de ouders kunnen een warme hap eten of de lunch gebruiken.’

Woesthoff: ‘Omdat ze dat weten, gebeurt dat ook. De mensen die nu overdag in het clubgebouw zijn te vinden, hebben een relatie met Kampong. Wat mij betreft kan in de toekomst iedereen hier gaan werken achter de laptop. Het is een dynamische omgeving, waarom niet? Zoals we in de toekomst misschien wel hardloopclubjes krijgen, met een parkoers over het sportpark. De bar is zeven dagen per week open, het is warm en overdag is er nog ruimte genoeg.’

In het multifunctionele clubgebouw zijn ook Partou (naschoolse opvang), Maltha (huiswerkbegeleiding) en Medicort (fysiotherapie, sportschool) ondergebracht. ‘Veel ruimtes worden dubbel gebruikt,’ vertelt Woesthoff. ‘Daardoor kon het totaal aantal vierkante meters omlaag van 5000 naar 3600. Gunstig voor het energieverbruik, de kosten en exploitatie. Het vraagt ook afstemming, want je moet dat goed organiseren. En dat maakt ook weer dat iedereen goed moet samenwerken en van z’n eilandje moet afkomen.’

 

Energiezuinig

Onderin het gebouw zijn vijf squashbanen gesitueerd, waarbij twee oude banen niet onder slopershamer kwamen. In de 22 kleedkamers wordt gedoucht met water dat is opgewarmd via een systeem van een warmtepomp en een poortwachtersysteem, een combinatie die nieuw is. Op de schuin oplopende daken liggen zeshonderd zonnepanelen. Woesthoff: ‘Zodra de software is aangesloten, kunnen we gaan communiceren over wat ons dat aan energiebesparing oplevert. De club heeft veel acties (‘Geef Kampong Energie’) gehouden waarbij zo’n € 600.000 is opgehaald. De uitgifte van obligaties onder leden was een enorm succes. Dan wil je natuurlijk ook vertellen wat het nu oplevert.’ Kampong krijgt veel bezoek van nieuwsgierigen vanwege dat energieverhaal. Woesthoff: ‘Duurzaamheid leeft, ook omdat de VSU er flink mee bezig is. Vooral de zonnepanelen krijgen de aandacht, want veel clubs zijn daar mee bezig. Ook omdat er subsidie beschikbaar is.’

De ledverlichting van het hoofveld trekt eveneens de aandacht. Pijbes: ‘Op de Nederlandse sportvelden staan alles bij elkaar zo’n 90.000 lichtmasten, met twee of meer armaturen. Zeg 200.000 armaturen, alles bij elkaar. Daarvan heeft geen tien procent ledlampen. Op het gebied van duurzaamheid liggen daar nog enorme kansen. De VSU heeft de expertise in huis op dit gebied, met name Irene Mobach is vraagbaak op dit terrein.’ Wat die investering Kampong oplevert kan Pijbes nog niet zeggen. ‘Die som moeten we nog gaan maken. Het is niet goedkoop, maar dát het ons een besparing oplevert staat als een paal boven water.’

 

Historie

Hoe goed de nieuwe omgeving ook aanvoelt, Woesthoff en Pijbes weten dat er nog veel moet gebeuren. ‘Het clubhuis moet nog een clubhuis worden,’ zoals Pijbes het zegt. Pas begin november kwamen de stoelen en fauteuils van Gerrit Rietveld, geleverd door Spectrum Design uit Eindhoven dat de rechten bezit van de ontwerpen van de beroemde Utrechtse meubelmaker en architect. ‘Ook met die meubels wordt het weer meer ons clubhuis.’ Bovendien, het verleden van Kampong moet nu een plek krijgen. Daarvoor riep de club een speciale commissie in het leven. Pijbes: ‘Er hangen nu wat foto’s en een bord met de namen van de ereleden. Maar Kampong bezit veel spullen die de tradities van Kampong vertegenwoordigen. En de historie is belangrijk voor de club, dat merk je echt aan alles.’

Over historie gesproken. In mei 2017 veroverde Kampong de Nederlandse hockeytitel (de eerste sinds 1985) en dat vierde de ploeg na terugkeer uit Rotterdam op het dak van het nieuwe clubhuis. Woesthoff: ‘Uitgerekend in het laatste weekeinde dat het oude clubhuis open was. We zaten midden in de verhuizing.’ En zo kroop de historie al meteen in het glimmend nieuwe clubgebouw.