Bevlogen

Column Pim van Esschoten 'Eindsignaal'

Wandelend door de stad kwam ik hem geregeld tegen. Paul Verweel reed dan steevast op z'n oude racefietsje. Een auto had hij niet, ook geen mobiele telefoon. Althans, dat was lang zo. Of hij het ding ook in de laatste periode nog uit zijn leven heeft kunnen houden, is me niet bekend.

Twee maanden geleden was ik bij hem op bezoek. We spraken over het Paul Verweel Sportfonds. Het werd in februari gelanceerd, vervangt in de stad Utrecht het (landelijke) Jeugdsportfonds en is bedoeld om kinderen – die van huis uit het geld niet hebben – aan sportkleding, -schoeisel of -attributen te helpen. Dat het fonds zijn naam draagt is een beloning voor zijn nimmer aflatende inzet voor dat doel.

Verweel sprak, zoals hij zelf zei, graag in sporttermen. Hij vertelde die middag dat hij zijn wedstrijd tegen de kanker aan het verliezen was. Hij oogde broos, geknakt, had zelfs moeite het bordje soep dat zijn Marlies hem had gegeven naar binnen te werken. Maar pratend over het doel van het fonds, over al die sportende kinderen dus, straalde zijn ogen. Want zijn bevlogenheid was onaangetast.

Verweel was wetenschapper, studeerde antropologie en sociale wetenschappen en werd hoogleraar. En hij was sportbestuurder bij de KNVB, de VSU, DESTO, later vv Hoograven. Een big believer in de maatschappelijke meerwaarde van sport. Hij stond pal voor de kleine club in tijden van de fusiegolf en een pleitbezorger van sportclubs midden in de wijk. ‘Goed voor de sociale structuur,’ zoals hij zei.

In zijn jaren als voorzitter van de VSU (1997-2009) reed hij op een middag op zijn racefietsje langs drie of vier sportcomplexen en keek naar wat jeugdwedstrijden. Hij genoot van dat wedstrijdje tussen de E7 van De Meern en de E2 van Hoograven. ‘Fantastisch! Dat is de inspiratie die ik nodig heb om al die vergaderingen uit te zitten.’

Ooit vertelde hij me uit Vlaardingen naar Utrecht te zijn gekomen om te studeren. En hij ging zodoende van HVO naar DESTO. Hoe hij gewend was dat er in Vlaardingen in de kleedkamer altijd iemand de pispaal was, een heel seizoen lang. In Utrecht was het niet anders, met één verschil. ‘Hier kwam iedere speler een keer aan de beurt, ook de jongens met de grootste mond.’

Paul Verweel was een heel fijn mens. Betrokken, bevlogen, vriendelijk. Met bijzonder grote betekenis voor de sport in Utrecht. Een week geleden overleed hij, 66 jaar oud. Als eerbetoon zouden we allemaal een mooi bedragje kunnen overmaken aan het Paul Verweel Sportfonds.

Ik denk dat hij dat mooi zou vinden.