De bijzondere dag van Humphrey Mijnals

Sporthistorie Voetbal Hans van Echtelt

Het is 3 april 1960. Elinkwijk-voetballer Humphrey Mijnals maakt bijna zestig jaar geleden zijn debuut in het Nederlands Elftal. Tegenstander in het Olympisch Stadion in Amsterdam is Bulgarije. Morgenavond (aanvang 20.45 uur) in de kwalificatiereeks van het WK 2018 in Sofia een horde op weg Rusland. Daar was in 1960 nog geen sprake van.

Op die lentedag ging achteraf alle aandacht uit naar dat ene spectaculaire moment van Mijnals, die met een omhaal redding bracht. Het leverde één van de meest iconische sportfoto’s op. Dat Nederland met 4-2 won is bijna iedereen vergeten. Dat DOS-aanvaller Ton van der Linden drie keer scoorde ook. Maar het beeld overleefde de tijd. Ruimschoots.

Begin jaren zestig werden interlands van Oranje nog niet rechtstreeks op de tv uitgezonden. De fans moesten zich behelpen met enkele flitsen die veel later te zien waren. Zo gebeurde dat ook begin april 1960 toen het Nederlands elftal tegen Bulgarije speelde in het Olympisch Stadion.

Ik was destijds zeventien jaar oud en luisterde thuis naar de radio waarop wel het verslag van minuut tot minuut te horen was, met in de pauze een gezongen terugblik door Jan de Cler. De huisarts en cabaretier maakte voor die gelegenheid steevast een liedje, met ‘Hup Holland Hup’ als refrein, waarbij de hoogtepunten van beide speelhelften werden bezongen.

Op deze historische 3 april 1960 maakte Humphrey Mijnals zijn debuut in Oranje. Hij speelde destijds bij Elinkwijk en er reden liefst 35 afgeladen supportersbussen vanuit Zuilen naar Amsterdam om hun Surinaamse idool aan het werk te zien bij zijn eerste optreden in het nationale elftal.

Het was ook de eerste keer dat het tot dan toe altijd ‘blanke Oranje’ een tintje kreeg door de inbreng van Mijnals. Hij verdiende zijn uitverkiezing door bij Elinkwijk, met Thim van der Laan als coach, wekelijks tot de uitblinkers te behoren.

Hoe anders was het bij zijn debuut in de strenge winter van 1957 toen hij bij de Zuilense club voor het eerst speelde  in de thuiswedstrijd tegen Sparta. Humphrey had een lange onderbroek aan, was gewapend met ferme handschoenen en droeg een petje zoals schaatser Kees Verkerk die destijds droeg.

Dat allemaal om zich te wapenen tegen de snijdende kou die Mijnals in Suriname nooit had meegemaakt. Bovendien was het veld bevroren en ook de tegenstander speelde grimmig. Vlak na rust moest Mijnals van het veld toen Spartaan Hans de Koning hem vol op de knie had geraakt.

‘Plak maar een postzegel van vijftien cent op zijn kont en stuur hem terug naar Suriname’, hoorde Mijnals een Utrechtse supporter in zijn richting roepen toen hij geblesseerd het veld verliet. Het begon dus weinig bemoedigend voor de Surinamer maar na dat mislukte debuut bij Elinkwijk kwam er steeds meer bewondering voor de atletische verdediger die af en toe zelfs Braziliaanse trekjes in zijn spel durfde te leggen.

Dat kwam ook tot uiting bij zijn Oranje-debuut tegen de Bulgaren toen hij vriend en vijand versteld deed staan met een acrobatische, achterwaarts omhaal in zijn eigen strafschopgebied. Ook doelman Frans de Munck, destijds al 37 jaar oud, wist niet wat hij voor zijn eigen zag gebeuren.

 

‘Mijnals had moeite op eerste trainingen’

Wim de Jongh (89) herinnert zich de eerste trainingen met Humphrey Mijnals nog al te goed. ‘Ik was destijds nogal snel en maakte gemakkelijk goals. Hij probeerde vaak op een atletische manier om de bal af te pakken maar dat lukte hem niet altijd. We hebben hem toen duidelijk gemaakt dat mooi voetbal niet altijd kan en dat hij met iets soberder verdedigen beter uit de verf zou komen. Nou, dat heeft geholpen. Humphrey heeft het niet voor niets tot het Nederlands elftal gebracht.’

De Jongh was blij met de Surinaamse inbreng van destijds. ‘Humphrey en broer Frank Mijnals, Michel Kruin en later Erwin Sparendam bracht een extra soort voetbal op Zuilen waardoor er een enorme belangstelling voor onze thuiswedstrijden ontstond. Zelf heb ik er ook de mooiste tijd van mijn voetballoopbaan beleefd.’

Bijna was De Jongh ooit topscorer van de eredivisie geworden voor PSV-kanon Coen Dillen en Dirk Lammers van DOS, maar op de laatste competitiedag werd zijn mooie totaal van 31 treffers nog overtroffen door Henk Schouten van Feyenoord.

De wedstrijd van 3 april 1960 tegen Bulgarije kan Wim zich nog herinneren, al was hij niet in het Olympische Stadion en niet meegereisd met de afgeladen volle Elinkwijk-bussen die naar Amsterdam waren gereisd. ‘Destijds hoorde je de verslagen van het Nederlands elftal op de radio,  toen hoorde ik ook dat Mijnals een geweldige wedstrijd had gespeeld en na afloop op de schouders was genomen door Elinkwijk-fans. Jammer dat hij het maar tot drie interlands heeft gebracht. Hij had er zeker meer verdiend.’


Zelf heb ik pas een week later die spectaculaire actie in de Utrechtse bioscoop gezien. In de Filmac op het Vredenburg werd wekelijks het Polygoon Journaal gedraaid, met een samenvatting van de wedstrijden van Oranje. Voor vijftig cent mocht je net zo lang in de bioscoop, gevestigd naast broodjeswinkel Ben Bril, blijven zitten als je wilde. Daar heb ik destijds gretig gebruik van gemaakt.

Niet alleen vanwege het opmerkelijke debuut van Mijnals die na afloop op de schouders van de fans van het veld werd gedragen. Ook vanwege de drie doelpunten van Ton van der Linden die nooit eerder een dergelijke productie in Oranje op zijn naam had gebracht. Nederland – Bulgarije was dus in feite een puur Utrechtse sportieve aangelegenheid geworden.

Nu zijn we bijna zestig jaar verder en weer speelt Oranje deze week tegen Bulgarije.

De wedstrijd wordt rechtstreeks uitgezonden en de Utrechtse inbreng kan bijna verwaarloosd worden in tegenstelling tot het duel in  1960. Sinds het debuut van Mijnals is de selectie  van donkere spelers gemeengoed geworden en er zal na afloop geen Surinaamse speler op de schouders van fans van het veld gedragen worden.

Maar wanneer de bal zaterdagavond aan het rollen wordt gebracht bij deze editie van de Bulgaren tegen Nederland, zullen mijn gedachten zeker teruggaan naar de omhaal van de toen al 29-jarige Mijnals en uiteraard de drie goals van Ton van der Linden. Ik zal niet naar de radio luisteren maar de rechtstreekse tv-beelden tot me nemen.

Maar de magie van die zondag 3 april 1960 heb ik voor altijd in mijn geheugen opgeslagen.

 


Wil je dit artikel in je mailbox ontvangen? Bestel dit artikel