Peerdenpieten vereist een degelijke voorbereiding (2)

Paardensport Robert Jan van der Horst

Paardensport, daar hebben we het over. En in het bijzonder over de drafwedstrijd over 2100 meter waarvoor studenten diergeneeskunde in 1958 het initiatief namen. Vandaag deel twee van het drieluik over de Peerdepieten in Wolvega; over de voorbereidingen op de race, de trainingen en de herkomst van de naam ‘Peerdepieten’.

Peerdenpieten vereist een degelijke voorbereiding. Vandaar dat het 6-hoofdige presidium van DSK een zogenaamde bestuursbeurs van een jaar krijgt. Sassen: ‘Daarmee worden we vrijgesteld van onze studie en kunnen ons volledig richten op de organisatie van de koers en alles wat bij die dag komt kijken.’

Deelname aan de Peerdepieten, dat wil zeggen plaats nemen op de sulky, is niet voorbehouden aan iedere student die zich inschrijft. Er kunnen maximaal tien combinaties meedoen aan de race en de pikeur moet tenminste tweedejaars veterinair student zijn. ‘Dat heeft te maken met de studiedruk’, weet Vice Praeses van DSK Koen Sassen: ‘voor eerstejaars is het gewoonweg niet te doen om zoveel tijd vrij te maken.’

Gemiddeld genomen schrijven zo’n dertig studenten zich in, zo leert de ervaring. En die moeten allen aanwezig zijn op een Sluitingsborrel op de vrijdagmiddag. Die wordt gehouden in de DSK-kamer in het gebouw van het Instituut aan de Yalelaan 1 (Uithof). Wie wordt ingeloot maar niet aanwezig is, verspeelt zijn of haar rechten.

Wel worden er twee reserveplaatsen toegewezen. ‘Voor als er iemand gedurende de eerste twee maanden van de training wegvalt.’ Het DSK-bestuur probeert de loting een speciaal of ludiek tintje te geven zoals het uitnodigen van een bekende Nederlander. ‘Zo hebben we hier een keer volkszanger René Froger gehad.’

De benaming Peerdepieten komt overigens voort uit de studentikoze rivaliteit tussen de Dierengeneeskundigen uit Utrecht en hun Gentse tegenhangers. De Utrechters plakten de woorden ‘Peerde’ (Paard) en ‘Piet’ (het mannelijk lid) samen. Vrij vertaald schelden de Utrechtse studenten hun collega’s uit Vlaanderen hiermee dus uit voor ‘Paardenlul’. Dat u het weet.

 

Training

Na de loting begint het serieuze werk: de training. De studenten maken dan onder meer kennis met hun traineren worden gaandeweg vertrouwd gemaakt met paarden. Het is dit jaar onder meer de taak van Sassen om tien pikeurs te koppelen aan tien trainers. ‘Daarbij moet ik rekening zien te houden met de woonplaats van de studenten, de woonplaats van hun ouders en ik moet trainers zien te vinden die willen meewerken aan het opleiden van Peerdepieten.’

Door heel het land vinden de studenten ‘onderdak’, zo leert de ervaring. ‘Bijvoorbeeld bij Rob de Vlieger in Zwaanshoek (Haarlemmermeer, red.).’ En dit jaar, voor het eerst sinds lange tijd, is er zowaar een entrainement gevonden nabij De Uithof.’ Dat is bij Fortuna Hoeve in De Bilt van Toine Schoonderwoerd. Inderdaad, de zoon van de inmiddels overleden Carlos Pluto-eigenaar Joop Schoonderwoerd (zie hiervoor deel 1 van de serie).

Een band opbouwen, vertrouwd raken met elkaar. Dat is, volgens Sassen, heel belangrijk. ‘Tijdens trainingsdagen ben je soms wel van 7.00 uur ’s ochtends tot een uur of vier ’s middags bezig. Stallen uitmesten, paarden rijklaar maken, intuigen, poetsen en meer van dergelijke klussen. Het is voor een trainer belangrijk om te zien hoe je met zijn paarden omgaat. Toen ik voor de editie van 2017 heb getraind, ging ik mee naar koersen in München en Hamburg (beide Duitsland). Ik was echt gemotiveerd en werd ook steeds handiger. Je moet je wel realiseren dat in het begin een trainer moet investeren om jou op te leiden.’

Sassen erkent dat hij door zijn ervaring met Peerdepieten verliefd is geworden op de sport. ‘En dat geldt voor meer oud-studenten. Ze kopen later zelf een renpaard of kopen aandeeltjes erin.’

De belevenis is heel anders dan bij andere takken van paardensport, zo heeft Sassen aan den lijve ondervonden. ‘Als ik zie met hoeveel liefde de paarden worden behandeld en hoe zorgvuldig ze worden geprepareerd voor een race. Mooi ook hoe belangrijk details kunnen zijn: een ander bitje, zeven minuten opwarmen in plaats van acht minuten. Niets wordt aan het toeval overgelaten om maar een goed resultaat te kunnen behalen.’

Denk overigens niet dat een Peerdepiet of Peerdepetra een band kan opbouwen met het wedstrijdpaard. Sassen: ‘We weten pas vier dagen van tevoren welk paard we krijgen toegewezen. Je kunt dan hooguit nog twee keer met het dier trainen. Een relatie opbouwen, zeg maar, dat lukt natuurlijk niet meer op die korte termijn. Verder moet je het doen met de tips die je van de trainer krijgt. Ik liep voor jaar met Elma Ahli, een kanshebber, en had meegekregen dat het een goede frontrunner zou zijn. Alleen ik kwam nooit op kop, daardoor eindigden we als vijfde. Dat was een beetje teleurstellend.’

Lees morgen deel drie van de serie, over de race, de rol van de Diergeneeskundige Studenten Kring (DSK) en de mogelijke winnaar.

 

Lees hier het eerste deel uit de serie terug.