Het gaat best lekker met de Utrechtse sport

Overig nieuws Pim van Esschoten

Wat een avond. Heerlijk warm, zonnig en zoel, en de terrassen waren overvol. Die avond had Utrecht een glimlach op het gelaat. FC Zenit was verslagen in Galgenwaard, het was een prachtige wedstrijd geweest. Goed, een week later strandde het Europees avontuur in St. Petersburg, na verlenging. Toch leek het niet op te kunnen, afgelopen zomer, met de sport in Utrecht.

Ga maar na. In het voorjaar al veroverden zowel de mannen als de vrouwen van UZSC de landstitel in het waterpolo. Sterker nog, beide teams voltooiden de triple (supercup, beker én titel). En op 20 mei verschenen de hockeyers van Kampong op het dakterras van het gloednieuwe clubgebouw aan de Laan van Maarschalkerweerd om zich te laten bejubelen met de kampioensschaal. De eerste titel sinds 1985 kwam uitgerekend in het weekeinde dat de grootste amateursportvereniging van Nederland verhuisde van het oude naar het nieuwe onderkomen.

In juli 2017 deden we iets nieuws in Utrecht. Althans, een wedstrijd polsstokhoogspringen was in Utrecht nooit eerder op een plein in het centrum van de stad gehouden. Elders in het land al wel, maar daar werd het niet echt een succes. Wél in Utrecht. Het was druk, gezellig op het Vredenburg en bijna sprong Menno Vloon – al zeker van de titel – nog over de recordhoogte van 5.86 meter.

Drie dagen na die avond topatletiek tijdens koopavond stroomde het Neude vol voor de mars van vele duizenden Oranjefans naar Galgenwaard en de opening van de Women’s Euro 2017. Ook een gokje. Voor hetzelfde geld zouden er een handjevol op zijn afgekomen. Drie weken later, op 7 augustus, stroomde het langs de singels en in het park Lepelenburg vol met een veelvoud aan fans voor de huldiging van de Leeuwinnen van Oranje. Op dat moment was Dafne Schippers in Londen al bezig haar collectie mondiale medailles uit te breiden; brons op de 100 meter, goud op de 200.

Zo’n zomer dus.

 

Prestaties en evenementen

Het gaat best lekker met de Utrechtse sport, zowel in prestaties als evenementen, maar ook kijkende naar het aantal Utrechters dat aan sport doet. Landelijk stijgt het aantal mensen dat sport. De Sportdeelname Index van NOC*NSF meldt dat in oktober van dit jaar 64 procent van alle Nederlanders wekelijks een keer sportte. Een getal overigens waarmee Nederland hoog scoort in de wereld. Er zit echter een addertje onder het gras. Het aandeel vrije of ongebonden sporters neemt toe, het aantal leden bij verenigingen daalt licht. Die trend bestaat al langer. Niet in Utrecht, hier is zelfs sprake is van een lichte stijging.

NOC*NSF, de federatie van alle sportbonden, stelt sportplezier voor iedereen voorop. Voor jong en oud, voor clubleden én ongebonden sporters. Social media doen de wereld snel veranderen, NOC*NSF wil daar op inspelen en richt zich niet louter meer op bonden en verenigingen. Niet dat die structuur wordt losgelaten, integendeel. Het wordt juist gezien als cultureel erfgoed en dat moet worden gekoesterd. De sportclub hoort thuis in onze samenleving. Maar wil de georganiseerde sport overleven, moet het wel moderniseren en open staan voor nieuwe ideeën van buitenaf. ‘We mogen niet de volgende V&D worden’, hoor je op Papendal wel.

In zekere zin past de voorgenomen fusie tussen VSU en Harten voor Sport bij die ontwikkeling. De vereniging die voor de sportclubs is opgericht en de stichting die tot doel heeft mensen in beweging te krijgen, moeten volgend jaar één organisatie vormen. Gebundelde krachten, dat klinkt als vooruitgang.

En toch. De VSU behartigt nu de belangen van de 250 aangesloten sportverenigingen. Kan die nieuwe organisatie dat straks ook doen? Het antwoord op die vraag moet in 2018 komen.

Of splitst een deel van die verenigingen zich misschien wel af?

De reden: in 2017 deden de nieuwe tarieven voor velden, hallen, zalen, zwemwater en noem maar op veel stof opwaaien. In de achterliggende jaren zijn de tarieven voor sporthallen harder gestegen dan de huur van velden en sportwethouder Paulus Jansen wilde iets doen aan die scheefgroei. Een klankbordgroep bij de VSU (zaal- en veldclubs) sprak er maanden over, in 2016 al. Dit jaar nam de gemeenteraad het voorstel aan, dat hier en daar pijnlijk uitpakt voor veel veldsporten.

Het chagrijn daarover gaat mee naar 2018, ook het jaar (maart) van de verkiezingen voor een nieuwe gemeenteraad en dus ook een nieuw college. Dat is ook voor de sport van groot belang. Om het geheugen op te frissen: toen het huidige collegeakkoord onder de titel ‘Utrecht maken we samen’ in 2014 werd gepresenteerd stonden er welgeteld twee alinea’s over sport in. Vrij vertaald gaf de coalitie sport aan voor ‘onbelangrijk’.

Er valt in 2018 verdraaid veel te winnen voor de Utrechtse sport.