Het beste van Oranje speelde in Parijs

Sporthistorie Voetbal Ton de Ruiter

Deze week is het 65 jaar geleden dat twee Nederlandse voetballers in buitenlandse dienst het initiatief namen samen met andere internationals geld in te zamelen voor de slachtoffers van de watersnood in Nederland. Dit deden ze door een wedstrijd te organiseren in Parijs (Parc des Princes). Deze werd op 12 maart 1953 gespeeld, vijf dagen nadat in Rotterdams ook een interland voor hetzelfde doel gespeeld was.

Nederland komt in 1953 massaal in actie voor de slachtoffers van de watersnoodramp in Zeeland en Zuid-Holland. De KNVB kan niet achterblijven en organiseert een benefiet. Frankrijk wil voor het goede doel naar Nederland komen, maar de voetbalbond is bang voor een grote nederlaag tegen de Franse profs en strikt de amateurs uit Denemarken voor een vriendschappelijke interland op 7 maart in de Rotterdamse Kuip.

Het is de tweede interland van DOS-middenvelder Louis van den Bogert en het debuut van zijn ploeggenoot Cor Luiten. Het volle stadion vult de kas van het rampenfonds met 200.000 gulden. De wedstrijd wordt niet op televisie uitgezonden omdat de KNVB 300 gulden van de Nederlandse Televisie Stichting eist voor de uitzendrechten. De wedstrijd tegen de Denen gaat met 2-1 verloren.

Niet onverwacht, want het is kommer en kwel bij Oranje. Tussen het najaar van 1949 en het najaar van 1954 speelt Oranje 28 interlands, drie keer wordt gewonnen, drie keer gelijk gespeeld, 22 keer verloren, doelcijfers 45 voor en 91 tegen. Van den Bogert speelt in die periode drie keer voor het Nederlands elftal, Cor Luiten vier keer. Een overwinning is er niet bij.

De massale vlucht van de beste Nederlandse voetballers naar het buitenland is de oorzaak. Faas Wilkes opent de rij in 1949 en gaat de kost verdienen bij Inter in Milaan. Zijn collega’s zoeken het voetbalgeluk vooral in Frankrijk. De KNVB nodigt de goudzoekers – deserteurs in de ogen van de bond – niet meer uit voor de vertegenwoordigende elftallen.

De een z’n dood is de ander z’n brood. Luiten en Van den Bogert danken er hun verkiezing in Oranje aan. In de zoektocht naar spelers voor het Nederlands elftal worden soms wel zestig spelers uit de Eerste Klasse getest. Toon Westbroek van DOS, Wim de Jongh van Elinkwijk en Wim Visser van DOS spelen met het Bondselftal tegen het Rotterdamse elftal. Dirk Lammers van DOS met Nederland B tegen Preussen Munster (3-4 voor de Duitsers).

In de door de vele vertrekkers afgeroomde competitie wordt DOS in 1954 kampioen van de Eerste Klasse en bijna kampioen van Nederland.  De landskampioenen zijn in de beginjaren vijftig Limburgia, PSV, Willem II (2x), RCH, Eindhoven en Rapid JC. Die laatste club eindigt in 1956 tweede achter Elinkwijk. Sparta is kampioen in de Hoofdklasse A, Elinkwijk in de Hoofdklasse B. Op 24 juni 1956 spelen de titelhouders op Spangen tegen elkaar. De wedstrijd eindigt zoals hij is begonnen. Op 8 juli is de tweede ontmoeting aan de Amsterdamsestraatweg. Elinkwijk scoort in het spektakelstuk via Wim de Jongh (3x), Jan Klein en Jan Vonk in totaal vijfmaal, de Rotterdammers komen niet verder dan drie doelpunten.

Toch gaan de Elinkwijkers na afloop niet op de schouders, hoewel ze de kampioen van de andere hoogste afdeling drie punten afgesnoept hebben. De KNVB heeft bedacht dat de strijd om het kampioenschap van Nederland gaat tussen de nummers 1 en 2 van de Hoofdklasse A en B en dus moet ook worden afgerekend met de beste achtervolger van Sparta het Bredase NAC en de beste achtervolger van Elinkwijk de Limburgse fusieclub Rapid JC. Zij gaan met de titel aan de haal.

 

12 maart 1953

Terug naar de Watersnoodramp van 1953. De angst bij de KNVB voor een afstraffing tegen de Franse profs opent in maart van dat jaar de weg voor een initiatief van Bram Appel en Theo Timmermans, twee voetballers die de kost verdienen in Franse dienst . Vijf dagen na de vriendschappelijke interland tegen de Denen – op 12 maart – organiseren zij in Parijs een wedstrijd tussen Frankrijk en  daar spelende Nederlanders. Het zijn ‘gevluchte’ spelers van VUC (Joop de Kubber en Bertus de Harder), ADO (Gerrie Vreeken en Theo Timmermans), Ajax (Cor van der Hart), Feyenoord (Arie de Vroet), ’t Gooi (Rinus Schaap), Sittard (Bram Appel) , Scheveningen (Jan van Geen) en  NAC (Kees Rijvers). Een Nederlandse keeper ontbreekt in de Franse profcompetitie. Frans de Munck, van Sittardse Boys naar FC Köln getrokken, vult de leegte. Nederland kijkt uit naar het duel van het beste dat ons land te bieden heeft . ’Ga je ook naar Parijs’, is het gesprek van de dag.  De opbrengst is 114.000 gulden en een onverwachte winst voor de Hollandse profs.

Het Oranje van de KNVB wordt vanaf dat moment niet meer serieus genomen. In de volgende interlands wordt  voortdurend verwezen naar de overwinning van de profs. De Keuzecommissie in  Nederland is ten einde raad. Ze komen uit bij spelers van Rigtersbleek, RCH, BVV, DOSKO, Donar, VSV  en Be Quick. En wat doet  Rinus Michels april 1954 in het Nederlands elftal? Twaalf doelpunten heeft de bonkige spits van  Ajax dat seizoen gemaakt. Vijftig spelers in de Eerste Klasse zijn productiever geweest dan de Amsterdamse stormram, onder wie Dirk Lammers , Ton van der Linden en Cor Luiten van DOS en Wim de Jongh van Elinkwijk. De KNVB ziet in dat betaald voetbal niet is tegen te houden. De deserteurs worden weer geselecteerd voor het Nederlands elftal. Oranje is de trots van de natie als op 14 maart 1956 gewonnen wordt van wereldkampioen Duitsland.

Nog even terug naar de elf in Parijs waarbij Utrechtse inbreng ontbreekt, terwijl DOS en Elinkwijk  in de beginjaren vijftig toch zo dicht bij de landstitel zijn. Wat is dat? Angst voor uitsluiting, clubliefde, vrees voor het onverwachte, taalproblemen, ontbrekende contacten, bescheidenheid? Het zal een combinatie zijn.  Ton van der Linden kan in 1956 voor veel geld naar Valencia. De derde club van Spanje zoekt een opvolger voor Faas Wilkes, die de spits van DOS zelf aanbeveelt.  Het komt zelfs niet tot een gesprek. De Utrechter is net getrouwd en is een sigarenzaak begonnen. Het past niet. Vier jaar later meldt het Italiaanse Fiorentina zich maar dan weigert het bestuur van de geel-zwarten zijn medewerking.

Van het DOS-eltal dat in 1958 kampioen van Nederland wordt, trekt niemand de grens over, ook al omdat inmiddels in Nederland eveneens een bedrag te verdienen is. Hans Kraay en Reinier Kreijermaat kiezen voor Feyenoord. Na de terugkeer van Faas Wilkes uit Spanje in 1955 spelen in Oranje tot 1967 alleen mannen die hun geld verdienen bij Nederlandse clubs.

Jan Mulder en Pummy Bergholtz zijn gezwicht voor de Belgische franken van Anderlecht en worden tegen Hongarije op 10 mei 1967 gekozen in Oranje. Dan ook kijkt de eerste voetballer uit de provincie een deur verder. IJsselsteiner Cor Adelaar kiest voor het bescheiden Belgische Lierse SK. In 1972 gevolgd door de eerste voetballer uit de stad Utrecht in buitenlandse dienst; doelman Nico de Bree gaat van Elinkwijk, via NEC naar Racing White in Brussel. Een nieuwe uittocht is dan aanstaande met Johan Cruijff – naar Barcelona – in 1973 als gangmaker.