Ruud Molenaar (55) met IJCU Dolphin op de drempel van de Tweede Divisie

IJshockey Robert Jan van der Horst

Hij is een beetje een ‘vergeten’ Utrechtse ijshockeyer. Ruud Molenaar (55), speler/trainer van IJCU Dolphin. Zelden of nooit wordt zijn naam genoemd in de lange rij Utrechtse talenten die wordt aangevoerd door Tonny Collard. ‘Ondanks dat, ik heb toch altijd alles voor mijn sport over gehad, ging het krachthonk in en ging op ijshockeykampen in het buitenland.’

De carrière van Molenaar, geboren aan de Nicolaasweg in Utrecht, speelde zich, in zijn jonge jaren, voornamelijk af buiten de Domstad. Buiten het zicht van de regionale media. Misschien komt het daardoor? Toch mag zijn erelijst er zijn. De snelle rechter winger begon op 12-jarige leeftijd met ijshockey, kwam vanaf zijn 16e uit voor Den Bosch, veroverde landstitels met Rotterdam (in de succesjaren Gunco Panda’s geheten) en keerde najaar 1992 terug bij IJCU. Uitgerekend op het moment nadat de stad twee seizoenen in ban was geweest van de sport die in het voorjaar van 1991 en 1992 landstitels opleverde aan de hand van de kleurrijke geldschieter en voorzitter Ron Galiart. ‘Ik ben wel gevraagd door IJCU in die jaren, maar Rotterdam werkte simpelweg niet mee.’

Veertien interlands werkte hij af en nu staat hij voor een volgende opgave. Als speler/trainer promotie afdwingen met IJCU Dolphin, het vlaggenschip van IJCU Dragons, naar de Tweede Divisie. De eerste stap zette de selectie, bestaande uit achttien spelers en twee keepers, een paar weken geleden toen de titel in de 3e divisie Poule A werd veiliggesteld. Het tweede treetje is de play-offwedstrijd van zondag 11 maart tegen Warriors Leeuwarden. ‘Maar daar ben ik niet bij’, klinkt het een beetje beduusd. ‘Erfenisje van een wedstrijd tegen Tilburg. Daardoor ben ik twee wedstrijden geschorst. Net als Sandro Cornel.’

Coach Hans Bach weet in de bench echter zijn meest ervaren speler niet ver weg, alhoewel de spelersbank voor Molenaar toch verboden gebied is vanwege zijn uitsluiting. Net als zondag 4 maart toen Molenaar en Cornel hun eerste duel van de twee wedstrijden durende schorsing uitzaten. ‘Ik zorg wel dat ik ergens in de buurt ben’, klinkt het mysterieus. Maar op het vertrouwde ijs van De Vechtsebanen zal de speler Molenaar geen inbreng hebben. ‘Dan moet het maar in de finale gebeuren.’

Op het tweede opstapje naar de Tweede Divisie moet Molenaar het dus noodgedwongen laten afweten. En dat, zo weet de voormalig glaszetter, terwijl die extra wedstrijden om promotie zo hun eigen wetten en karakter hebben. ‘De lading van die wedstrijden is anders. Het gaat sneller, harder, conditioneel wordt er veel gevraagd en je mag niet verslappen.’ Ervaring is in dat soort duels een groot goed.

Op de training van woensdagavond anticipeerde Molenaar al op de komende krachtmeting. ‘Leeuwarden is een team dat bestaat uit sterke hockeyers die goed positiespel spelen. Ze zijn niet snel, maar wel vaardig. Op onze manier proberen we een antwoord te vinden op hun speelwijze middels forechecking – druk zetten op de tegenstander in hun eigen (verdedigings)vak om zodoende snel in het bezit te komen van de puck. Daarmee ik hoop hun spel te kunnen ontregelen.’

Het vertrouwen dat Molenaar uitspreekt op een goede afloop, is niet voor de bühne. ‘We hebben veel ervaring in de ploeg. Jongens als Elroy Broos, Roy Vermeulen, doelman Co de Groot, Kees Slagmolen en Roy Verbeek hebben allen in de Eredivisie gespeeld. Die weten wat er moet gebeuren. En we hebben in de persoon van Demi van de Kraak ook een vrouw in het team. Nee, dat is bij ijshockey niet gek, ook niet op dit niveau. Demi is overigens een dochter van Willem van de Kraak – voormalig speler van IJCU en dit seizoen coach van Den Bosch -, ook al zo’n bekende ijshockeynaam in Utrecht.’

Molenaar hoopt uiteraard op een overwinning op Leeuwarden, zodat ook zijn seizoen nog een vervolg krijgt. ‘Ik speel soms tegen jongens van 22, 23 jaar, maar ik ben zeker niet minder. Ik heb mijn snelheid nog en mijn kracht. En mijn ervaring. Ik heb twintig jaar op het hoogste niveau van Nederland gespeeld. Of ik mee ga naar de Tweede Divisie en er dus nog een jaar aan vastknoop als speler? Uiteraard. Ik ben acht jaar geleden met de Dolphins begonnen en dat zijn acht leuke en succesvolle jaren geweest. Natuurlijk, er waren ook mindere momenten, zoals het overlijden vorig jaar zomer van Lammert van Zanten, in het verre verleden en de laatste seizoen weer een drijvende kracht achter het Utrechtse ijshockey. Hij was onze coach, dat hakte er in. Maar we hebben het met z’n allen weer opgepakt en hopen mede het Utrechtse ijshockey weer op de kaart te zetten.’