Jaco de Groot wil zijn grenzen blijven verleggen

Polsstokverspringen Roberto Cancian

Dat een sporter bij het polsstokverspringen verder dan 22 meter zou springen werd door velen haast voor onmogelijk gehouden. Het was de ultieme uitdaging voor de bijna 32-jarige Jaco de Groot om dat kunstje toch uit te halen. Zal De Groot bij de eerste wedstrijd van het seizoen 2018 dit weekend zijn goede vorm weer laten zien?

Op 12 augustus 2017 was het zover. De Groot sprong tijdens het Hollands kampioenschap ruim over die afstand om pas bij 22,21 meter zijn voeten in de aarde te zetten. Of liever te laten knallen. ‘Het was inderdaad een behoorlijke klap maar dat is ook logisch wanneer je van 9 à 10 meter hoogte af komt en het zand onder je razendsnel dichterbij komt’, legt hij uit.

Het was een perfecte sprong voor de inwoner uit Woerden. Toch is de melkveehouder er van overtuigd dat het nog verder kan. ‘Er is over een magische grens gesprongen, mijn droom is nu om over de 23 meter te springen.’ Dan mag het publiek bij een volgend kampioenschap wel wat meer naar achteren plaatsnemen aangezien De Groot tijdens zijn formidabele sprong bijna in het publiek belandde.

Alles heeft te maken met timing, kracht en techniek. ‘Het is belangrijk om de stok op een goede plek te zetten zodat je bij de aanloop precies uit komt. De stok staat twee meter in het water en vaak vier meter van de kant. Door de stok nog verder in het water te zetten, kan je er ook verder mee komen maar je moet dan wel goed in de stok kunnen komen’, verklaart hij.

De polsstok is 13,25 meter lang. Om helemaal naar boven te gaan moet er ruim elf meter geklommen worden aangezien het onderste gedeelte in het water staat. ‘Je komt bijna nooit helemaal bovenin maar negen tot tien meter moet je halen om het record aan te kunnen vallen. Met mijn recordsprong lukte het om zeven slagen omhoog te klimmen en daarbij bleef de stok lang rechtop in het water staan zodat ik steeds hoger kon voordat de stok de draai maakte naar de overkant. Het is de zwaartekracht die dan zijn werk doet maar voordat het zo ver komt, moeten je techniek en kracht goed in balans zijn. Mijn aanloop is explosief en ondanks dat het altijd spannend is wil je wanneer je de stok beet pakt, het ultieme uit je zelf halen. Een klein beetje wind in de rug is dan lekker’, legt hij zijn ideale sprong uit.

De gouden sprong van Jaco de Groot. Foto Erik van Koordelaar

 

Voetballen

Als achtjarige jongen ging Jaco de groot net als veel andere jongens voetballen en schaatsen, maar al snel koos hij voor deze bijzondere sport. ‘Toen ik begon waren er hier in de regio misschien dertig mensen die de sport beoefenden. Nu is dat vele malen meer.’ Ook hij begon met het ouderwetse slootje springen. ‘Hoe kom ik aan de overkant zonder dat ik een nat pak haal, was mijn eerste gedachte’, lacht hij. Dat hij niet iedere keer droog bleef maakte het alleen maar uitdagender. ‘De basis was dat ik steeds verder wilde. In het begin is het al mooi wanneer je vier meter ver springt maar door veel trainingsarbeid wordt je techniek steeds beter en kan je ook fysiek meer aan. In de winter trainen we wel drie tot vier keer in de week en dat zijn dan trainingsblokken van twee en een half uur. In de zomer is dat twee keer in de week met vaak nog twee wedstrijden.’

De Groot heeft het over ‘we’ waarmee hij zijn trainingsmaatjes Erwin Timmerarends uit Montfoort en Rian Baas uit Oudewater bedoelt. ‘Wij maken elkaar beter. Die jongens hijgen echt in mijn nek maar je kunt alleen maar beter worden door alles met elkaar te delen en dat doen we dan ook. Wij leren van elkaar en jutten zodoende elkaar ook op door steeds verder te springen.’

Atleet Pelle Rietveld, actief als meerkamper, geeft de polsstokverspringers regelmatig training. ‘In de schuur bij de boerderij hebben wij een krachthonk met onder meer een klimpaal. Gewone fitnessruimtes zijn vaak te beperkt. Daar is het lastig klimmen en de oefeningen die wij doen zullen ook met een vreemde blik bekeken worden.’

De Groot heeft Agrarisch Ondernemerschap gestudeerd aan de Hoge Landbouwschool in Dronten. Binnenkort neemt hij het biologisch melkveebedrijf met bijna 200 koeien over van zijn ouders. ‘Dan ga ik ook hier in Zegveld wonen. Het zal een drukke tijd worden want mijn vrouw en ik verwachten deze zomer ook ons eerste kindje.’

 

Gezonde voeding

De discipline die de polsstokverspringer zichzelf oplegt, moet in de nabije toekomst een nieuw record opleveren. ‘Mijn doel is om verder te springen dan dat verschrikkelijke record wat ik nu heb gesprongen. Waarom zou dat niet kunnen?’

De perfecte sprong moet hem voorbij de 23 meter grens brengen. Op de vraag of hij daarbij speciaal op zijn voeding let, hoeft hij niet lang na te denken. ‘Ik produceer gezonde voeding en leef volgens de schijf van vijf. Een biefstuk is beter dan al die poeders en bovendien kan je ook gewoon biest eten, dat is veel beter dan al die dozen met E-nummers. Ik ben als boer gemotiveerd om duurzaam te leven en te werken. Daarin wil ik stappen maken in het bedrijf en als sporter kan ik daar alleen maar van profiteren. Dat record wil ik graag nog een tijdje in handen houden.’

Dat hij het Hollands record van de Fries Bart Helmholt (21,64) afpakte, vond hij mooi maar dat zijn de onderlinge wedstrijden ook. ‘De wedstrijden tegen Friesland zijn altijd bijzonder. Ik had dat record al eens benaderd tot op een paar centimeter maar om vervolgens ruim een halve meter eroverheen te gaan, had ik ook niet direct verwacht.’

De concurrentie komt voorlopig uit Nederland, hoewel Jaco de Groot al eens mee deed aan de Games off World. ‘Ik ben daarvoor naar Zuid-Korea geweest en heb ook onder meer een wedstrijd gedaan in Litouwen. Mooi om mee te maken. Een Europees kampioenschap is toch ook een droom. In andere landen zie je deze sport niet heel veel maar waar heb je ook zo veel sloten als in Nederland’, zegt hij nuchter.

‘Een groep Japanners heeft het wel eens geprobeerd maar ik denk dat de meeste concurrentie voorlopig van hier om de hoek komt’, geeft hij aan. Zijn trainingsmaatjes gunt hij van alles maar toch blijft hij liever zelf plaats nemen op dat hoogste treetje. ‘Wanneer het een ander lukt met een fraaie sprong dan is het hem gegund. Uiteindelijk zijn we toch één grote familie.’