Tonny Collard bedankte ooit voor de Spelen en kreeg geen herkansing

IJshockey Robert Jan van der Horst

Was het jeugdige overmoed om destijds te bedanken voor het Nederlands team? Hoogmoed dan? Nee, zeker niet. Voormalig ijshockeyprofessional Tonny Collard (56) wijst die suggesties resoluut van de hand. ‘Ik was 18 jaar en dacht dat er nog wel meer Olympische Winterspelen voor Nederland zouden komen.’ Zo simpel lag het.

Tonny Collard

‘Natuurlijk, achteraf gezien geen gelukkige beslissing, weet ook Collard. ‘De Olympische Spelen, dat is toch het hoogste dat je in je sport kunt behalen.’

Ongelukkig genoeg voor Collard bleef het voor Oranje bij die ene keer: 1980 in Lake Placid. De selectie van bondscoach Hans Westberg telde meer dan een handvol Nederlands/Canadezen en slechts een enkel Nederlands talent. Collard zou er naadloos tussen hebben gepast, maar bedankte dus voor de eer.

‘Ik speelde bij de London Knights in Canada, in Junior A, zeg maar het hoogste jeugdniveau’, blikt de snelle forward nog maar eens terug. Voor talenten is dat het voorportaal voor de NHL, de sterkste ijshockeycompetitie ter wereld. ‘Het was mijn tweede seizoen daar. De Knights waren een echt vriendenteam. We woonden in dezelfde wijk, gingen samen uit, sliepen bij gastgezinnen en stonden aan de vooravond van de play-offs. Ik besloot in Canada te blijven. Mijn kans voor de Spelen komt nog wel, dacht ik.’

Het spookte meermaals door zijn hoofd, die gemiste kans. ‘Maar nu ben ik er wel klaar mee. Zo rond de Winterspelen komen spelers die wél gingen weer in de publiciteit. Maar wij hadden in Utrecht een talent schaatsen dat eigenlijk sowieso mee had gemoeten: Carry Beekink. Maar ja, de Nederlandse keuzeheren, inclusief toch ook wel teammanager Dummy Smit, waren een beetje Amsterdam-minded. Daar kwamen we als Utrechters niet makkelijk snel tussen.’

Toch had Collard in 1980 bijna een vooruitziende blik gehad. Want Nederland stond op het randje van een nieuwe deelname aan de Winterspelen in 1984 (Sarajevo, voor de Balkon Oorlog nog gelegen in Joegoslavië). ‘We werden kampioen van de C-poule en moesten twee beslissingswedstrijden spelen tegen de nummer vier van de B-poule, Noorwegen. Het ging om één plek op de Winterspelen. We dachten een kans te hebben, maar redden het niet.’

De duels werden gespeeld in Garmisch-Partenkirchen. De Noren waren in het voordeel, weet Collard. ‘Nederland werd dus wereldkampioen in de C-poule (Budapest), maar we moesten een maand wachten tot de het WK in de B-poule was afgelopen. Al die tijd speelden we geen wedstrijden terwijl Noorwegen natuurlijk nog volop in competitie was. Dat brak ons op. Het eerste duel eindigde nog in 1-1, maar in de tweede wedstrijd werden we weggespeeld.’

Deelname op korte termijn voor Nederland aan de Winterspelen zit er zeker niet in, schat Collard in. ‘Of er moet een wonder gebeuren. Oranje is ver achteropgeraakt. In mijn tijd waren we het 8e ijshockeyland van de wereld, nu het 24e. Gelukkig hebben we een geweldig talent voortgebracht in Daniël Sprong (20), hij speelt in de NHL bij de Pittsburgh Penguins. Hij hockeyde bij – net als zijn vader – voor Amsterdam toen zijn ouders naar Amerika emigreerden.’ Sprong zal helaas nooit voor het Nederlands team uitkomen omdat zich onlangs heeft laten naturaliseren tot Canadees.

 

PyeongChang 2018

Dan over naar de Winterspelen van 2018. Een toernooi waar de NHL-spelers, zeg maar de crème de la crème, ontbreekt. Werd de Amerikaanse competitie in 2014 nog stilgelegd voor de Winterspelen, voor deze editie is daar geen sprake van. ‘Vooral een verzekeringskwestie’, weet Collard. ‘De NHL-clubs wilden de garantie dat hun spelers goed verzekerd zouden zijn, mocht er wat gebeuren. Het USOC (United States Olymic Committee) wilde die premies niet betalen; het gaat bij deze categorie ijshockeyers natuurlijk om miljoenen.’

En dus zien we een kwaliteitsarm toernooi? ‘Nee’, is Collard wederom beslist. ‘Het belooft juist een heel interessant toernooi te worden. Spelers die anders niet aan de bak komen, krijgen nu een kans. Alle toppers spelen in de NHL, maar er schaatsen bij de diverse landen genoeg spelers rond met 400 of 500 NHL-duels achter hun naam.’

Dan nog, kwaliteit alleen is nog geen garantie voor succes. Collard: ‘In Sotsji 2014 liepen de Russen over van topspelers. Ze zouden iedere tegenstander omverblazen, maar ik geloof dat ze vierde zijn geworden. Heel teleurstellend. Maar goed, probeer van een stel vedetten maar eens in zo’n korte tijd één geheel, een (h)echt team te maken.’

De favorieten zijn titelverdediger Canada, Rusland en Zweden, meent Collard. ‘Met Tsjechië, Zweden en Zwitserland als gevaarlijke outsiders. In Tsjechië, toch ook een heel behoorlijk ijshockeyland, wordt de competitie stilgelegd. Ze hebben een langere voorbereiding en ook nog eens de tijd om te werken aan een goed team. Tsjechië kan voor een verrassing zorgen. Ook in Zwitserland is de Bond goed bezig en wordt gebouwd aan een sterke competitie en een goed team. En let bij de Zweden vooral op Rasmus Dahlin. Die jongen – een verdediger met aanvallende kwaliteiten – is 17 en de hoogste draft – de keus die NHL-clubs kunnen maken uit de talenten – voor de NHL in 2018/2019. Zo’n enorm talent. Hij kan nu nog meedoen omdat hij nog niet in de NHL speelt.’

Dahlin is weliswaar jong, maar niet zo jong als Collard toen hij deelnam aan zijn eerste WK. ‘Ik was 15 toen en werd een week voordat Oranje naar Japan ging, gebeld. Of ik mee wilde. Ik heb geen moment geaarzeld, nee toen niet. Ik heb in Tokyo geen minuut gespeeld, maar heb me wel vier keer omgekleed en stond vier keer op het wedstrijdformulier. Dat telt voor de statistieken. Het was wel een beetje sneu voor mijn ouders, die waren meegegaan en hebben me geen minuut zien spelen. Desondanks, een mooie herinnering. Al met al ben ik nog altijd de jongste speler ooit die aan een WK heeft meegedaan.’

 

 

Tonny Collard – van 28 juli 1961 -, kwam in zijn fraaie carrière tot 128 interlands. De Utrechter geldt voor de echte liefhebber als de beste Nederlandse na-oorlogse ijshockeyer, ofwel de Cruijff van het ijshockey.

Collard, die met zijn ouders op 1-jarige leeftijd naar Canada emigreerde, speelde in dat land onder meer voor de London Knights, bij Canadese jeugdteams en ook nog bij de IJshockey Club Utrecht (IJCU) hockeyde hij in een lijn met zijn broers Leo en Renny.

In Nederland kwam hij uit voor de vermaarde Feenstra Flyers (1980-1985) waarmee hij driemaal landskampioen werd. Hij speelde verder voor de IJCU (landskampoen in 1991 en 1992) en genoot daar ook, nadat het gezin Collard was teruggekeerd uit Canada, zijn verdere ijshockey-opleiding. Hij was voorts succesvol in Oostenrijk (Klagenfurt, 3x landskampioen) van 1985-1987 en 1988-1989, tussendoor speelde hij in 1987-1988 voor het Zwitserse Zug.

Ook mondiaal boekte Collard successen. Hij werd topscorer op de WK’s – B en C-landen – van 1983, 1985, 1989 en 1992 en bij die gelegenheden ook nog eens verkozen in het all-starteam. Daarnaast werd hij tweemaal onderscheiden met de Frans Henrichs Bokaal voor beste ijshockeyer van Nederland in de seizoenen 1989-1990 en 1991-1992. Tevens komt hij voor in het boek ‘De Top 500, de beste sporters van de – vorige – eeuw’.

In 1995 stopte Collard met de wedstrijdsport. Hij komt nu nog uit voor Utrecht Vintage, een veteranenteam met oude coryfeeën. Onder meer met broer Stefan runt hij in het Utrechtse schaatscentrum De Vechtsebanen Schaatsshop Collard.