Laatbloeier Koot: ‘Ik moet altijd hard blijven werken’

Zwemmen Peter de Jong

Ze zwemt in Team Aquarijn (Nieuwegein) van culttrainer Herman van den Berg en blikvanger Jesse Puts. Het voert nog te ver om haar de vrouwelijke evenknie te noemen van Puts, maar talentvol is deze laatbloeier zeker. Op de Nederlandse kampioenschappen langebaan begin april vestigde ze weer nieuwe persoonlijke records op de 100 meter vrij en de 50 vlinder. De motivatie is top en het eind is nog niet in zicht.

Richelle Koot is twintig. Volbloed Utrechtse. Pas op haar veertiende is ze gaan zwemmen. Volgens coach Van den Berg had ze talent en ze is niet meer bij hem weggegaan.

Zwemmen combineert ze met haar studie HBO Voeding en Diëtiek in Amsterdam, derdejaars. En af en toe werkt ze erbij. Ze valt niet onder het topsportbeleid van de KNZB, dus moet zij zelf haar plan trekken. ‘Ik train gemiddeld acht keer per week. Drie ochtendtrainingen en vijf in de middag. En dan een keer of vier in de sportschool. Dat is minder dan de zwemmers bij de grote zwemploegen in Eindhoven en Amsterdam. Die zwemmen gemiddeld 10 keer 2 uur in de week, maar dat hou ik niet vol. Met de sportschool erbij train ik soms drie keer op een dag, meer is niet te combineren met school. Daar volg ik een voltijds programma. Sommige trainingen mis ik door een tentamen, maar lessen die ik ook thuis kan doen, sla ik over.’

Koot is een sprinter. Haar speerpunten zijn de 50 en 100 vrij, de 50 vlinder doet ze erbij. Rug zwemt ze niet. ‘In de training ging het technisch prima, maar in de wedstrijden zag je dat niet terug.’ School, de slag van de gemiddelde recreatieve baantjestrekker, ook niet. ‘Je moet gewoon een schoolslagmens zijn. Zo niet dan kan je het wel vergeten, zoals ik. Het is ook heel blessuregevoelig.’

Wat ze nog kan verbeteren? ‘Alles kan beter. Maar voornamelijk de start. Ik mis explosiviteit. Het zwemmen an sich gaat goed. Ik zwem vooral vanuit mijn benen. Dan lig je ook mooi vlak op het water en ben je klaar om hard te gaan. Ik probeer ook meer slagen per ademteug te doen. Op de 50 vrij zwemmen sommigen zonder adem te halen. Dat kan ik nog niet.’

‘Op de 50 korte baan neem ik meestal twee teugen, een keer voor het keerpunt en een keer erna. Als ik voor het keerpunt niet adem, dan kom ik in de onderwaterfase zuurstof te kort in de benen en gaat de snelheid eruit. In ieder geval adem ik na de vlaggetjes (op 5 meter van finish, red.) niet meer, dat is zonde. Om de longinhoud te vergroten zwem je 25’jes of 50’ers onder water. Tegen de grens aan van ‘ik kan niet meer’ en dat is naar. Maar je kunt langer zonder lucht dan je denkt. Dan ben je wel een beetje van de kaart als je aantikt, maar dat gaat weer over.’

 

Prestaties

Op de NK korte baan zwom ze eerder haar eerste A-finale op de 50 vrij. En recent op het NK langebaan verbeterde ze haar persoonlijke records op de 50 vlinder en de 100 vrij. ‘Het begin is er. Mijn doel is uiteraard om bij Kromo en Heemskerk aan te haken. Daar zet ik nu net onder. Die toppers gaan misschien een keer stoppen, maar de jeugd doet het goed en zwemt je zo voorbij als je niet uitkijkt. Kortom, ik moet altijd hard blijven werken. Op de 100 vrij moeten de eerste 50 hard gaan en dan kijken hoe ik terug zwem. Je kunt alleen niet helemaal voluit gaan op de eerste baan want anders ben je halverwege gebroken. En technisch goed zwemmen, lange slagen. Op de tweede baan ga je sowieso dood. Het is de kunst dat zo lang mogelijk uit te stellen.’

Koot heeft de afgelopen maanden alleen de Swimcups van Amsterdam, Den Haag en Eindhoven gezwommen. Is dat niet te weinig? ‘Nee, vind ik niet. Het belangrijkste is voor mij de tijd die ik zwem. Niet zo zeer de competitie met de andere zwemmers. Daar kijk ik pas naar als ik na een wedstrijd in bed lig en de uitslagen bekijk. Op de grote toernooien gaat het natuurlijk wel om de plaats. Daar werk je al die tijd naartoe. Ook dan zwem je natuurlijk zo snel mogelijk, maar dan gaat het echt om winst en verlies. Iedereen herinnert zich de winnaar, niet de tijd die die heeft gezwommen.’

Of ik later naar Amsterdam of Eindhoven wil om stappen te maken? Het zou leuk zijn als ze me zouden vragen, maar ik zou wel bij Van den Berg willen blijven. Hij heeft me gebracht waar ik nu ben. Maar als Herman stopt of mee zou gaan, dan graag. Maar hij gaat niet, denk ik.’

Dan is er deze zomer het WK langebaan in Boedapest. Is er een kans dat Koot daar naartoe  gaat? ‘Als toeschouwer? Haha, dat is nu te hoog gegrepen, Boedapest gaat zonder mij van start. Ik denk meer aan een deelname aan een estafette op de EK kortebaan, dat zou voor mij top zijn. Dit jaar ga ik er nog niet vanuit, maar wie weet. Op de 50 vrij wil ik proberen volgend jaar een 24,7 te zwemmen. Ik zwem nu 25,5. Dat is haalbaar. Zo lang ik me verbeter, blijf ik zwemmen. Stoppen terwijl er nog meer inzit, vind ik zo zonde. Alle jaren toewijding zouden dan voor niks zijn geweest.’