Minder steun voor sporttalenten

Beleid Pim van Esschoten

Sporttalent in Utrecht krijgt met ingang van het nieuwe jaar te maken met een verschraling van de ondersteuning vanuit de VSU. Dat is een direct gevolg van een gemeentelijke bezuiniging van 50.000 euro. Daardoor verdwijnt het Sporttalentenfonds en moet afscheid worden genomen van één van de begeleiders. Ook ziet de VSU enkele suppliers afhaken als gevolg van de bezuiniging en komt de topsportpas te vervallen, waardoor talenten een reductie op faciliteiten mislopen.

De VSU (Vereniging Sport Utrecht) had het afgelopen jaar zo’n 230.000 euro op de begroting voor topsport en moet dus terug naar 180.000. Dat geld is slechts deels bestemd voor de begeleiding van (nu) zo’n 150 talenten en topsporters in Utrecht. Bij de presentatie van de Voorjaarsnota 2013 was al sprake van die korting van 50.000 euro. De VSU kreeg echter tot eind 2016 respijt om zelf het benodigde geld uit het bedrijfsleven te halen. ‘De oprichting van onze businessclub heeft zeker wat opgeleverd’, zegt Wanda Schapendonk, manager
talentontwikkeling. ‘Daar hebben we ook hard aan gewerkt. Maar het is helaas niet genoeg.’

Jonge talenten in Utrecht kunnen een beroep doen op het Sporttalentenfonds voor medische zaken of voor een bijdrage aan een (buitenlandse) trainingsstage. Schapendonk: ‘Het gaat dan om een bedrag van 250 euro per jaar; net dát steuntje in de rug dat zo’n
stage mogelijk maakt. We doen ook veel aan lifestyle-coaching en voeren vaak de eerste gesprekken met talenten over zaken als voeding, doping en medische begeleiding volgens de vijf leerlijnen van NOC*NSF voor jong talent. Bij ons worden de eerste stappen gezet, we leggen de basis. Dat dat nu verdwijnt doet ons pijn in het hart, juist omdat we hier goed in zijn.’

De bezuiniging in Utrecht komt op het moment dat sportminister Edith Schippers juist 10 miljoen extra uittrekt voor ondersteuning van topsport en evenementen. In de nieuwe sportnota Utrecht Gezond en Sportief (2017-2020) volgt de gemeente het beleid van NOC*NSF, dat het accent verschuift van individuele begeleiding naar de sporters die in topsportprogramma’s zitten. Utrecht herbergt slechts één nationaal topsportcentrum; het NTC Waterpolo.

De stad kent wel vier regionale trainingscentra (RTC’s) voor schaatsen, roeien, klimmen en basketbal. Bovendien zijn er drie in ontwikkeling (judo, worstelen en waterpolo). De sporters binnen die programma’s blijven overigens steun ontvangen vanuit de VSU. De
verschraling van de begeleiding treft vooral de talenten buiten die centra.

Op financiële steun vanuit NOC*NSF – verdeelstation van de beschikbare gelden voor topsport vanuit het ministerie van VWS en De Lotto – hoeft de VSU niet te rekenen. De sportkoepel zet het beschikbare geld in bij de top. Het werk aan de basis in de regio wordt overgelaten aan bonden en lokale overheden.

Jeroen Bijl van NOC*NSF erkent dat het in en rond Utrecht minder is als het gaat om topsport: ‘Het is een vlek op de kaart. Utrecht zet in op evenementen, maar je ziet dat er in de stad minder NTC’s of RTC’s dan elders zitten. In veel steden en provincies is daarvoor wel geld beschikbaar.’ De provincie Utrecht rekent sport echter niet tot haar kerntaken. De VSU ontvangt voor haar topsportwerk alleen geld van de gemeente Utrecht, hoewel talenten uit de hele provincie worden ondersteund.

Wat Wanda Schapendonk betreft wordt de discussie met de provincie opnieuw geopend. ‘Zeker met de komst van het UTC, dat ook bovenlokaal moet gaan functioneren.’ Ze verwijst daarbij naar het initiatief van UZSC, Kampong, Hellas en FC Utrecht om samen met de universiteit, hogeschool en het Science Park om te komen tot een Utrecht Talent Centre, kortweg UTC.


 

Wil je dit artikel nog eens rustig op papier nalezen of delen met collega’s, familie, vrienden, kennissen en buren? Bestel deze editie