Een presentje van 49 kilo

Roeien Sporthistorie Pim van Esschoten

Recepties, diners, bijeenkomsten. De roemruchte vier van 1967 lieten zich nadien nog vaak zien. Steevast ontbrak stuurman Robert Paul de Ruiter bij die gelegenheden. 'Ik heb me na mijn studententijd nooit meer met roeien bemoeid. Als stuurman heb je toch minder met roeien. Althans, zo was het bij mij.

Ik heb in de lichte vier nog wel internationale wedstrijden gedaan, ook als stuurman. Later heb ik het nog in de skiff geprobeerd, maar dat

Varsity

was geen succes. Ik deed sowieso weinig sport. En na mijn studie was ik weg. Naar de Varsity ben ik ook nooit gaan kijken. Ik had er geen behoefte aan.’

In de kringen van Triton heeft het kwartet zware roeiers inmiddels een haast legendarische status, ook al omdat er na 1967 geen zege meer werd geboekt. Ze werden in de voorbije jaren ook zo vaak bevraagd over die glorieuze dag, dat ze er op gegeven moment zelfs een beetje genoeg van kregen. Ook in die verhalen lijkt de nu 73-jarige De Ruiter slechts een voetnoot.

Herman Rouwé en Erik Hartsuiker hadden brons gewonnen tijdens de Olympische Spelen van 1964 in Tokio in de twee-met-stuurman. Met Berend Brummelman en Tom Donkert kende Triton in 1967 een ijzersterke Oude Vier. Hoe De Ruiter als stuurman in de boot terecht kwamkwam? ‘Als presentje van het jaar. Ik had me aangemeld, woog 49 kilo en dat vinden roeiers heel prettig, zo’n lichte stuurman. Dat heeft de doorslag gegeven, denk ik.’

De Ruiter keek op tegen de vier. ‘Het waren oudere studenten en dat telde in die tijd. In de jaren zestig van de vorige eeuw had je als eerstejaars studentje niks te vertellen. Dat kun je je nu niet meer voorstellen en het is gelukkig ook ten goede veranderd. Maar toen lagen die gezagsverhoudingen zo.’

 

Krachtige stem

Gevraagd naar wat hij zich herinnert van die Varsity, zegt hij: ‘Dat feest op het Janskerkhof, dat was indrukwekkend.’ Van het roeien zelf staat hem minder bij, behalve dat het zeker geen fluitje van een cent was. ‘Er is keihard voor getraind, daar zijn veel uren in gaan zitten. Ook de race zelf was geen makkie, maar wie er tweede werd of zo weet ik niet meer. Hoe ver we voorlagen? Geen idee, als je voorligt zit als stuurman met je rug naar de concurrenten. Rouwé zat op slag en die gaf de aanwijzingen, die ik dan doorgaf aan de rest. Ik had een krachtige stem, dat kon ik wel.’

Brummelman, Dronkert, Rouwé en Hartsuiker gingen een jaar later naar Mexico en de Olympische Spelen (en werden negende). Niet De Ruiter, maar Otto Weekhout (ook Triton) ging mee als stuurman.

‘Tja, daar hebben ze me laten zitten. Later is me pas duidelijk geworden hoe belangrijk dat voor me was. Ik had het destijds niet zo in de gaten, maar begrijp nu wel dat ik iets groots heb misgelopen. Maar goed, het was hun keus en dat was het. Daar ging je als jongere student niet tegenin.’

Toen hij klaar was met studeren in 1972 opende hij een tandartsenpraktijk in Raalte. ‘Die heb ik veertig jaar gehad. Ook nu heb ik niet de geringste aandrang om eens bij de Varsity te gaan kijken. Het is een leuke tijd geweest, daarna was het klaar. Dat studentikoze gedoe rond de Varsity trok me niet meer. Maar die avond op het Janskerkhof…

Ik herinner me nog dat we eerst gingen eten in Bilthoven, met de senaat van het USC ook. Voor de rest is me weinig bijgebleven. Ach, het gaat allemaal in zo’n roes.’

En die 49 kilo? ‘Nou, daar zijn er wel een paar bijgekomen.’

 


 

Dit artikel maakt onderdeel uit van de Utrechtse Sportkrant Varsity bijlage van 7 april.