Rennen met de duivel

Atletiek Jurgen van Teeffelen

Verslaggever Jurgen van Teeffelen liep de Devil's Trail op zondag 1 oktober. Deze loop op de Utrechtse Heuvelrug geldt als tegenhanger van de stadse Singelloop en kent vier afstanden: 8 (Drommel Trail), 16 (Lucifer Trail) en 26 kilometer (Moenen Trail) en de 36 kilometer met de toepasselijke naam ‘Helse Trail’. Hij tekent zijn ervaringen op.

“Thunder!”, hoor ik me zelf wat ingehouden roepen. Het is zondag 1 oktober, vijf voor half één. Plaats van handeling: recreatieterrein ‘Het Doornse Gat’ tussen Doorn en Leersum. De rust die een bezoeker hier normaal hoopt te vinden is ver weg. In plaats daarvan: AC/DC die uit grote luidsprekers schalt. “I was caught…in the middle of a railroad track…Thunder! I looked round…and I knew there was no turning back…Thunder!”

Ik kijk om me heen. Zo’n 250 mannen (‘van een zekere leeftijd’ zou cabaretier Viggo Waas ze waarschijnlijk omschrijven) staan opeengepakt bij elkaar. Allemaal hebben ze een korte broek aan, het merendeel een rood t-shirt en bijna de helft steunkousen. Bij “Thunderstruck!” steekt een enkeling zijn arm omhoog. Van Halens “Running with the devil” had nóg beter gepast, bedenk ik me. Want we staan hier aan de start van de Devil’s Trail. 16 kilometer lopen door de natuur van de Utrechtse Heuvelrug.

 

Duivelsberg

De Devil’s Trail kent zijn oorsprong in Nijmegen. Daar in de buurt ligt de Duivelsberg, vandaar de naam. De deelnemers hebben het verzoek gekregen om zich vandaag ‘duivels’ rood te kleden. Naast een enkeling met hoorntjes op zijn hoofd valt het overigens mee met de verkleedpartijtjes op de route. Naast Nijmegen en de Utrechtse Heuvelrug kent de Devil’s Trail ook een editie in de Drunense Duinen en op Schiermonnikoog. Wie drie van de trails uitloopt mag zich ‘King of the Trail’ noemen.

Loopjes buiten de gebaande paden worden populair in ons land. Varianten als obstaclerun, colorrun, mudrun, survivalrun, ze schieten als paddenstoelen uit de grond. De Devil’s Trail Utrechtse Heuvelrug kent vandaag zijn vierde editie. Met ieder jaar weer meer deelnemers, vertelt organisator Joost Doelman. Dit jaar zijn het er zo’n 1100 in totaal. Maar het plafond is langzaam wel bereikt: bij trailrunning past namelijk kleinschaligheid. Van de vier afstanden die vandaag op het programma staan waren er drie al snel volgeboekt, alleen de langste afstand had nog ruimte.

 

Herfstzonnetje

Het begin is meteen lastig. Steil omhoog gaat het, tegen de steile zandheuvel op die vooral bekend is als lokale slee-piste na een goede sneeuwbui. Ik voel het mulle zand tegen mijn enkels klotsen. Nu snap ik waarom zoveel lopers steunkousen dragen. Bovenop draaien we rechts de camping op. Een ouder echtpaar is bezig de witte was op te hangen. Het herfstzonnetje is doorgebroken, het is heerlijk weer voor een loopje in de natuur.

De groep is dusdanig uit elkaar gevallen dat ik in een soort niemandsland loop. Over een smal bosbaadje zig-zag ik tussen de bomen door. Om op de route te blijven moet ik gele pijltjes en lintjes in de gaten houden. Dat valt vanwege het verkleuren van de bladeren niet altijd mee. Kilometerpaaltjes, daar doen ze bij trailrunning ook niet aan, dat had Doelman me al uitgelegd. Tijden en klassementen zijn niet zo relevant; liever lekker genieten van de natuur, zo vatte Doelman een trailrun samen. Als ik op mijn horloge kijk, voel ik me daarom een beetje betrapt, merk ik. Alsof ik vals speel. Ik ben ruim drie kilometer onderweg, het tempo is boven verwachting hoog. Zit de duivel me op mijn hielen?

 

Kinderschoenen

Ondanks de stijgende populariteit staat de trailrun in Nederland nog in de kinderschoenen. In ieder geval in vergelijking tot landen waar de natuur de ruimte heeft en er échte bergen zijn. In Italië en Frankrijk kan de fervente trailrunner zijn hart ophalen aan routes van meer dan 100 kilometer met enkele duizenden hoogtemeters. Het summum: de Barkley marathon in de Verenigde Staten met een geschatte lengte van 160 kilometer die een loper binnen een tijd van 60 uur moet afleggen. Ieder jaar is het weer afwachten óf en hoeveel deelnemers deze monstertrailrun uiteindelijk weten te volbrengen.

Of ik de Devil’s Trail vandaag ga volbrengen, ik twijfel er niet meer aan. De steile Lombokheuvel bij Leersum is namelijk bedwongen. Vanaf nu is het alleen maar heuvelafwaarts hou ik mezelf voor. Of gaat de duivel zich er nog mee bemoeien?

Nee dus, want door die paar eikeltjes die op mijn hoofd vallen en de felle tegenwind op de paars-groen gekleurde heide van het Leersumse Veld laat ik me niet van slag brengen. Ik arriveer bij de ravitaillering: niks geen lullig bekertje water, maar schalen met winegums en chips. Geen wonder dat bijna alle lopers hier uitgebreid pauzeren. Een stiekeme blik op mijn horloge leert me dat het einde in zicht is.

Het is druk op de route geworden; op de laatste kilometers komen alle afstanden weer bij elkaar. Niemand heeft haast, iedereen blijft netjes op het pad, nergens worden lege gelletjes op de grond gegooid. ‘Sympathy for the trails’ is niet voor niks de spreuk achterop het officiële Devil’s trail shirt dat veel deelnemers vandaag aanhebben. Op de rug van de loper voor me lees ik: ‘To trail or not to trail: that’s not a question’.

 

Finish

Als ik weer door het mulle zand van de heuvel loop, klotst het voor de tweede keer tegen mijn enkels. Maar nu gaat de route omlaag en ligt de finish op 30 meter voor me. Nog 20. Nog 10. Ik ben binnen! Ik krijg een plastic muntje in mijn hand geduwd. Goed voor een biologisch appelsapje of een Heuvelrug bokbiertje met de toepasselijke naam Lombok (naar de Lombokheuvel in Leersum). Makkelijke keus.

Wanneer ik in het warme water van de gereedstaande hot tub heb plaatsgenomen, kijk ik op mijn horloge. Het scherm is zwart, lege batterij zo te zien. Ach, wat boeit het.