Sebastiaan Verschuren geniet ook buiten het zwembad

Zwemmen Peter de Jong

Hij heeft al maanden niet meer gezwommen, zegt Sebastiaan Verschuren. De in Nieuwegein opgegroeide topsporter maakte eind vorig jaar op het Amsterdamse sportgala bekend dat hij een punt zet achter zijn carrière. Na de Olympische Spelen in Rio nam de specialist op de 100 en 200 meter vrije slag een lange periode rust om een weloverwogen keuze te maken.

Voorafgaand aan de première van de adembenemende zwemdocumentaire van Suzanne Raes sprak de Utrechtse Sportkrant met hem in de lobby van het Tuschinskitheater in Amsterdam.

Hij komt officieel uit Utrecht. Nu Amsterdammer, maar de eerste 18 jaar van zijn leven heeft hij in Nieuwegein gewoond. ‘Ik zwom daar bij de club waar Jesse Puts nu traint, Aquarijn.’

Rio de Janeiro was zijn laatste grote evenement. Waren de teleurstellende Olympische Spelen de laatste druppels in de emmer? ‘Nee hoor, als ik in Rio een gouden plak had gehaald, was ik ook gestopt. Ik ben andere dingen in het leven steeds leuker gaan vinden.

Ik ben inmiddels al acht jaar met mijn vriendin. Als ik topsport op 99 procent ga beoefenen, dan wordt het niks. Het was geen makkelijke keuze, maar wel duidelijk. De rek in de prestaties was er nog niet uit.

Een pr op de 100 en 200 vrij had nog wel gekund maar het zei me niets meer. Heb ik dat allemaal niet een keer eerder meegemaakt, dacht ik. Wil ik weer zo hard trainen om hetzelfde te bereiken? Ik zwem omdat ik het leuk vind, niet om rijk van te worden. Ik had het vuur niet meer, dus ben ik gestopt.’

 

‘Ik zwom omdat ik het leuk vond,
niet om rijk van te worden’

 

Verschuren was een groot talent en werd door menigeen gezien als opvolger van Pieter van den Hoogenband. Dat is er niet helemaal uitgekomen. Soms ging het gewoon mis. Maar hij heeft ervan geleerd. Zoals in 2013 op het WK in Barcelona.

‘Ik was fysiek toen heel goed. Ik was op de Spelen in Londen van 2012 vijfde geworden op de 100 meter vrije slag en ging voor een medaille. Ik was al bezig met de finale voordat het toernooi begonnen was. Ik zat te bedenken wat ik in de finale ging doen, welk raceplan ik zou gaan uitvoeren. Dat was niet handig.

Het ging dus ook mis, ik haalde de finale niet. Ik moet op een toernooi gewoon door het bad lopen, mensen begroeten en een slappe grap maken, maar ik zat daar heel geconcentreerd op mijn stoel te denken aan de finale. Ik leerde toen dat je race voor race moet zwemmen.’

Maar er waren ook genoeg successen. ‘Het verst in de herinnering zijn mijn Europese titels op het EK van 2016 in Londen, een paar maanden voor de OS in Rio. Ik pakte goud op de 200 meter vrij, de 4 keer 200 vrij en de 4 keer 100 vrij mixed, en zilver op de 100 meter vrij.

 

Clinics

Hoe is het leven na het zwemmen? ‘Ik geef op dit moment veel clinics, ook in het buitenland. Zo was ik bij de Swimcup en heb daar veel kinderen geïntroduceerd in het topzwemmen. Ik wil graag in de zwemsport iets blijven doen. De vijver moet groter. Ik wil me richten op de volgende generatie zwemmers.

Nee, ik heb geen plannen om journalist te worden. Interviews doen met oude collega’s zou wel kunnen maar dan meer op een entertainmentmanier.’

Hoe is het eigenlijk om geïnterviewd te worden vlak na een wedstrijd, als je nog staat te hijgen? ‘Het hangt van het resultaat af. Als je hebt verloren en een journalist vraagt, ‘wat ging er mis in je voorbereiding?’, dan kijk je wel even op. Weet ik veel, tot dertig seconden geleden dacht ik dat alles goed ging! Dat is minder leuk.

Maar ik begrijp dat journalisten die vragen moeten stellen. Dat moet ook niet anders worden, want het is ook goeie tv. Dat willen de kijkers ook.’

Ten slotte, zwemt Verschuren nog? ‘Ik heb sinds november niet meer gezwommen. Ik doe wel veel dingen voor in de clinics, maar echt zwemmen, nee. Ik heb van Maarten van der Weijden (Olympisch kampioen open water OS 2008, red.) gehoord dat het hem jaren heeft gekost voordat hij plezier kreeg in baantjes trekken, dus ik heb nog even.’