‘Sfeervolle afsluiting van een maandenlange ploetertocht’

Atletiek Ben van den Berg

Ben van den Berg (64), al sinds mensenheugenis huisarts te Utrecht, behoorde tot het legioen van de 5 kilometer-lopers. Geïnspireerd door zijn 17-jarige dochter Margot die zich als een hinde door het leven beweegt, schafte hij zich een paar moderne loopschoenen aan en een weerbestendige outfit. Exclusief voor de Utrechtse Sportkrant noteerde hij zijn bevindingen tijdens de Utrechtse Singelloop.

‘Lekker, die eerste meters. Voor mijn gevoel word ik door iedereen ingehaald. Niets van aan trekken. Het gevaar zit in de laatste kilometers. Aha, bij het 1 km-bord – mooi gedaan organisatie met die borden, zo weet je tenminste hoever het nog is –  begint de eerste loper te wandelen. Ik loop tenminste nog.

 

Opbouwen

De Singelloop. Oudste stratenloop van Nederland, zeggen ze, dwars door de binnenstad. Maanden zijn we er mee bezig geweest, mijn dochter Margot en ik. We hadden een leuk rondje bij De Berekuil gekozen. De app van Margot gaf 1,25 km aan. Opbouwen was het devies want al 35 jaar had ik niet echt gesport. Minuutje rennen, minuutje gewoon lopen. Terwijl mijn dochter enthousiast aan een tweede rondje begon, hing ik na het eerste amechtig uit te puffen over de reling van een bruggetje.

Vloog daar waarachtig een ijsvogeltje? Wat was ik verrukt. In dezelfde week zagen we samen het IJsvogeltje. De aanmelding voor de Singelloop was nu al een succes.

Het lopen was een ramp. Af en toe sukkelde ik een rondje. Kreeg van iedereen het advies dat ik dan maar langzamer moest lopen. Vooral niet-lopers wisten het precies. Ja ja dacht ik. Gewone wandelaars gingen al bijna sneller. Ik viel stil terwijl mijn dochter binnen de kortste keren die 5 km liep.

 

‘Die spierpijn in de bovenbenen,

dat is spieropbouw, hield ik mezelf voor’

 

Als corpulent mannetje was het fijn te merken dat door op je dieet te letten er wel wat buikomvang verdween. Maar het roer moest om en niet zo’n klein beetje ook. Begin augustus dacht ik in paniek, nog maar 8 weekjes. 2 tot 3 keer per week ging ik lopen. De afstand werd niet langer, het tempo werd niet beter. De ademhaling wel. Ook kreeg ik door dat als je er op let hoe je loopt, je minder last krijgt van je knieën.

De spierpijn in mijn bovenbenen bleef. Dat is spieropbouw, fluisterde ik mezelf in. T. Mudde in de Volkskrant: ‘Zwoegende ouders leren jonge kinderen doorzettingsvermogen’. Nou, zwoegen was het zeker. Ik ging melk drinken en sinaasappeltjes uitpersen. En ik nam een sigaartje minder. Ging vroeger naar bed. En liep al een keer drie rondjes. 3,75 km. Nog geen 5.

Opvallend was wel dat ik in de laatste week voor de Grote Dag ook andere dikke mannen zag rennen. ‘Hé, de Singelloop?’

‘Natuurlijk,’  zeiden ze.

Te laat begonnen, de sukkels, net als ik. Maar het gaf wel een soort van saamhorigheidsgevoel. Oké, iedereen zal me straks wel voorbij gaan. En Margot gaat minstens een kwartier eerder binnenkomen dan ik. Maar wat geeft het. Want zoals T. Mudde schrijft over pedagogische inzichten: “Je moet kinderen prijzen voor hun inzet en niet voor de uitkomst.” En wel beschouwd, kinderen zijn we allemaal. Maar toch, al dat publiek, daar zag ik tegenop. Me op laten jutten en sneller gaan, dat  moest ik echt niet doen. Anders kon ik gelijk naar het Diakonessenhuis afdeling hartbewaking lopen. Margootje moest lachen toen ik dat zei: ‘Dat haal je dan toch niet, met jouw tempo.’ Leuk, dochterlief.

 

Broertje

Maar nu, met die eerste kilometer op zak en al wat wandelaars ingehaald, het gaat niet onaardig. Met al dat publiek heb je wel de neiging harder te gaan. En de neiging in dat publiek bekenden te zoeken, op zoek naar steun. Mijn broertje zie ik als eerste. Van je familie moet je het hebben, het klopt, als het er op aan komt. En warempel, bij  km paal 2 haal ik voor het eerst echt een loper in. Daar zou het, achteraf, ook wel een beetje bij blijven…

Op het Koekoeksplein staan supporters, Jan en Lauri. Even op mijn stijl letten, dringt nog tot me door. Bij km paal 3, bijna het maximum in de training, het gaat nog steeds. Sterker, het valt wel mee. Ik ga het halen. Omhoog met dat tempo. Links en rechts zijn er ook kreten: Ben, je kan het. Zien ze nou dat een aanmoediging noodzakelijk is, of hebben ze  er gewoon lol in. Wel leuk, zoveel ‘bekenden’. Misschien dat de naam op mijn inschrijfnummer een beetje helpt.

Ik heb reserves voor een eindsprint. Wel even met een leuk tempo binnenkomen.

 

Stimulans

Hoge verwachtingen had ik niet, zult u inmiddels wel begrepen hebben. Dus was de tijd van 39 minuten een aangename verrassing. Ben je toch eerste geworden van de laatste 90, merkte mijn dochter op… Zelf had ze, zoals verwacht, die 30 minuten gehaald.

Alhoewel mijn deplorabele conditie 8 weken lang zeer confronterend geweest is hebben we leuke weken gehad. Waar deze loop een sfeervolle afsluiting van was. Zonder meer een stimulans om het volgend jaar weer te proberen.