Sokken

Column Pim van Esschoten 'Eindsignaal'

Met schaatsen ben ik nu wel klaar. De begrippen zeeniveau en hooglandbaan kan ik niet meer horen. Toch begon er halverwege de Winterspelen iets te jeuken toen ineens het woord 'natuurijs' viel. En ergens in het hoge noorden werd hier en daar een gemaaltje uitgezet. Je kunt immers niet weten...

Pim van Esschoten

De aanval van Koning Winter kwam was te laat en te kort. Goed, er is alsnog een NK verreden op zo’n opgespoten baantje. Maar bij natuurijs denk je toch vooral aan rietkragen, aan slierten schaatsers in weidse polders en koek en zopie. Aan stadsvijvers vol kinderen. Aan taferelen die de Hollandse Meesters in de zeventiende eeuw al op schilderijen vastlegden.

Voor het zover is zet de dooi in. Jammer.

Op de avond van de Sportprijzen Utrecht 2017 – 14 februari jongsleden – vertelde Jan Westerhuis een mooi schaatsverhaal. Als genomineerde voor de eretitel Sportvrijwilliger 2017 voor zijn jarenlange inzet voor de G-voetballertjes van Forza Friends bij DVSU was hij ook in de Jaarbeurs. Hij handbalde ook jarenlang én hij deed aan schaatsen. Westerhuis heeft namelijk Fries bloed in de aderen stromen, zoals hij zegt. Hij schopte het nog tot de kernploeg van het Gewest Utrecht en trainde daarin met Henk van der Grift, de wereldkampioen van 1961 uit Breukelen.

Het schaatsen leerde Ome Jan op de Friese doorlopers die zijn opa voor hem had gemaakt. Met de hand. ‘Dan trok ik twee paar flink dikke sokken over elkaar en dan ging ik. Schoenen? Nee, ik schaatste op die sokken. Daar kwam dan een laagje sneeuw op, van het ijs. En dat werkte dan als isolatie.’ Van koude voeten had hij geen last, welnee. Al stapte hij later toch over op heuse Noren.

Mooie man, die Ome Jan. Hij is inmiddels tachtig jaar. Komt zo weggelopen uit een boek van Godfried Bomans.

Zoals de meeste kinderen stond ik altijd náást die doorlopers. Rotdingen, dat waren het. Dan schuifelde ik wat op m’n schoenen over het ijs van het ondergespoten baantje op het Herderplein in Oog in Al en mocht mijn vader de vastgevroren knopen uit die ellendige veters halen. En opnieuw vaststrikken. Een half rondje verder was het weer mis en herhaalde het ritueel zich. Ik zie nog die blauwe vingers van mijn vader…

Bij Ome Jan liggen ergens in huis nog de schaatsjes die zijn opa heeft gemaakt. We hebben afgesproken dat hij het schaatsen op sokken zal tonen zodra er weer natuurijs ligt. Da’s mooi. Maar nu eerst een heerlijke, hete en lange zomer.