Sportvereniging genomineerd voor Sportprijs Utrecht 2017

Overig nieuws Redactie / Pim van Esschoten / VSU

De nominaties voor de Sportprijs Utrecht 2017 zijn bekend. De komende dagen publiceren we een nieuwe groep genomineerden. Vandaag zijn de verenigingen aan de beurt. Lees hier meer over HUP- Hellas, Phoenix en U-Track (atletiek), De Domrenner (wielrennen) en UZSC (waterpolo).

De bijlage van de Utrechtse Sportkrant van 26 januari is geheel besteed aan de genomineerde Utrechtse sportman, sportvrouw, sporttalent, sportploeg, sportcoach, sportvereniging en sportvrijwilliger van het jaar. Deze bijlage is tot stand gekomen in samenwerking met de VSU.

Stemmen op de Talenten kan tot 7 februari op https://sportprijs-utrecht.nl/stempagina/.

 


Atletiek is en blijft populair bij de Utrechtse jeugd.

Utrechtse atletiek bundelt de krachten

 

Het begon bij het EYOF in 2013, een kantelpunt in de Utrechtse atletiek. Van oudsher waren Hellas, Phoenix en U-Track niet de grootste vrienden. Maar de organisatie van het atletiektoernooi tijdens het EYOF op Maarschalkerweerd pakten de drie gezamenlijk op. ‘Een grote klus,’ zegt Karola Mulder, verenigingsmanager bij de drie. ‘Daar kwam de samenwerking op gang. Je zag de drie voorzitters samen de rommel opruimen. Sindsdien is er geregeld bestuurlijk overleg. Ze zagen kansen en mogelijkheden. Stapje voor stapje groeien ze sindsdien naar elkaar toe.’

Tijdens de clinics voorafgaand aan de Utrecht Marathon trekken trainers van de drie clubs nu samen op, maken plannen en geven één foldertje uit. ‘Dat is nu de sfeer. Lekker met sport bezig zijn, het logo op het trainingspak maakt niet uit. Tijdens de schoolatletiek brengen we ook één folder uit met het aanbod van de drie.’

In 2017 organiseerden de drie ook een prima NK atletiek, met het polsstokhoogspringen op het Vredenburg als spektakelstuk. In juni doen ze het opnieuw. ’Dan gaan we de puntjes op de i zetten en hopen op meer publiek. Met 300 vrijwilligers per dag gaan we weer een mooi NK neerzetten.’

Daar waar voordelen zijn te vinden, worden de krachten gebundeld. Maar een samengaan, zegt Mulder, is vooralsnog niet de bedoeling. Er zal nog heel veel water door de Krommerijn stromen voor er sprake is van één AV Utrecht. Mulder ziet het voordeel wel. ‘Er wordt hier en daar ook over gepraat. Alle drie clubs zoeken dit voorjaar een nieuwe voorzitter. Waarom niet één, zeg ik wel eens bij wijze van grap.’

De samenwerking leverde sowieso meer vrijwilligers op. En de drie hebben voldoende aanwas van jonge leden. ‘Het is populair bij de jeugd,’ zegt Mulder. En die landelijke trend dat de jeugd wegloopt zodra ze een jaar of dertien zijn? Niet in Utrecht. Noem het de vrucht van samenwerking.

 


Presteren en gezelligheid gaan hand in hand.

De Domrenner doet het op een landingsbaan

 

Klein maar fijn. De Domrenner telt ‘slechts’ 120 leden, maar met elf zeges bij de amateurs en de sportklasse (één niveau lager) scoorden de Utrechtse studenten opvallend goed in 2017. Bovendien werd bij het Nederlands Clubkampioenschap (ploegentijdrit) een 15e plek behaald tussen de elite en de profs. Wapenfeiten waarmee De Domrenner zich met recht de beste studentenclub mag noemen.

‘We motiveren elkaar heel erg, we trainen veel,’ zegt Nienke Pronk. ‘Iedereen,’ zegt Jelle Spooren, ‘wil in die ploeg zitten. Een mooi doel om voor te trainen.’ De twee bestuursleden vertellen met plezier over de koersen waarin altijd wel het blauw en geel van De Domrenner in de kopgroep is te zien. ‘We rijden aanvallend, echt als team.’

Zoals bij elke studentenclub gaan presteren en gezelligheid hand in hand. De Domrenner tekent ook voor de Wielerpubquiz en de jaarlijks klimtijdrit in de parkeergarage op De Uithof. En het doet jaarlijks een donatie aan Right to Play, waarvan het logo ook op de wielerkleding staat.

Bij de trainingsrondjes (verzamelen bij Olympos) worden de groepen klein gehouden, met maximaal tien renners. ‘Veiligheid,’ zegt Spooren, ‘is een issue. In elke groep rijdt een bestuurslid mee die toeziet op de afspraken.’ Het vinden van een goede locatie voor trainingen valt niet mee. ‘Soms gaan we naar de Nedereindse Berg of de Utrechtse Heuvelrug. En we gaan wel naar Soesterberg, naar de oude landingsbaan. Prima plek, maar het liefst zouden we een wieler- en skeelerbaan op het Utrecht Science Park willen hebben.’

In het clubleven zijn de kampen in de Ardennen, Zuid-Limburg of de Franse Alpen belangrijk. Pronk: ‘Daar zie je de mix van renners van verschillend niveau. Alles loopt alles door elkaar heen, je leert elkaar kennen.’ En die gezelligheid is aanstekelijk. De Domrenner telt zo’n vijftig donateurs die meefietsen voor de lol, zonder officieel lid te zijn. Zoals Maikel van Steensel. ‘Afgelopen jaar ging hij weer mee naar ons introductiekamp. Voor de tiende keer.’

 


Op termijn willen we naar de subtop in Europa.

UZSC staat voor topsport in een warm bad

 

Opmerkelijk, bizar haast. Aan het einde van seizoen 2016/2017 bereikten zowel de mannen als vrouwen van UZSC de triple; supercup, beker én landstitel. In en rond zwembad De Krommerijn werd van een hexatruple gesproken. ‘Dit gaan we niet elke seizoen doen,’ zegt voorzitter Maurits Depla bijna droogjes. Het is ook geen doel. ‘Koers houden, spelers uit de eigen jeugdopleiding inpassen zijn dat wel.’

Tien jaar geleden was UZSC een club van breedtesport, een familieclub. ‘Een clubje mensen wilden ook meedraaien in de top van het Nederlandse waterpolo,’ aldus Depla. ‘Ze zijn systematisch gaan bouwen, stap voor stap. Andy Hoepelman was toen al de man achter Talent Centraal. En Kies Gielen heeft jarenlang lopen duwen, trekken en rammen.’

Spelers als Benjamin Hoepelman, Luuk Gielen (inderdaad, de zonen van), Pascal Janssen en Alex Roelse doorliepen de opleiding in De Krommerijn en vertrokken naar het buitenland. Toch pakte UZSC in 2017 al weer de derde landstitel op rij. Met veelal spelers uit eigen kweek. ‘Maar we hebben nog niet die echte topsportcultuur zoals bij Polar Bears of De Zijl. Het is allemaal nog niet vanzelfsprekend. Het is te vers, te kort.’

Wat de ambitieuze club zeker helpt is de samenwerking met de gemeente en het eigen beheer van het zwembad. En het feit dat Utrecht als studentenstad veel jonge mensen trekt.

Depla: ‘En op termijn willen we naar de subtop in Europa.’ Bestuurslid Jan-Willem ter Avest: ‘Wil je als club aantrekkelijk blijven voor topspelers dan hoort dat erbij. Want willen ze in Oranje spelen, moeten ze nu voor de ervaring naar buitenlandse clubs.’

Daarvoor is een supergoeie jeugdopleiding een blijvende noodzaak. Mooie ambities, die UZSC nastreeft met behoud van de clubcultuur. ‘Mensen voelen zich hier thuis,’ aldus Depla en Ter Avest. ‘We willen behalve een club waar mensen trots op zijn, een club zijn die voelt als een warm bad.’