Sportvrouw genomineerd voor Sportprijs Utrecht 2017

Overig nieuws Redactie / Pim van Esschoten / VSU

De nominaties voor de Sportprijs Utrecht 2017 zijn bekend. De komende dagen publiceren we een nieuwe groep genomineerden. Vandaag zijn de vrouwen aan de beurt. Lees hier meer over Romy Meekers (golf), Inge Janssen (roeien) en Dafne Schippers (atletiek).

De bijlage van de Utrechtse Sportkrant van 26 januari is geheel besteed aan de genomineerde Utrechtse sportman, sportvrouw, sporttalent, sportploeg, sportcoach, sportvereniging en sportvrijwilliger van het jaar. Deze bijlage is tot stand gekomen in samenwerking met de VSU.

Stemmen op de Talenten kan tot 7 februari op https://sportprijs-utrecht.nl/stempagina/.

 


‘Ik wil over twee jaar tussen de profs staan.’

Gok pakt goed uit voor Romy Meekers

 

Eigen foto

Een jaar geleden nam Romy Meekers (20) een kloek besluit en stortte zich fulltime op het golf. ‘Toch een beetje een gok,’ zegt ze. ‘Ik wilde internationaal meer gaan voorstellen, maar om alleen met golf bezig te zijn vond ik moeilijk. Ik ben jong, wil nog veel leren en mezelf ontwikkelen. Ik heb eerder de opleiding Sport en Coaching aan de Johan Cruyff Academy gedaan. Onwijs interessant.’

Die gok pakte positief uit. Doel was om op de world ranking van 600 naar 200 te stijgen. Het werd 165. In maart won ze meteen al de Italian Amateur. Daarna volgden zeges in de European Nations Cup, de European Spring Junior, het Nationaal Open en de European Ladies Club Trophy in Slowakije. Wat eruit springt? ‘Dat vind ik moeilijk te zeggen. In Italië pakte ik mijn eerste grote overwinning, nog individueel ook. Maar Slowakije was ook prachtig, samen met Zhen Bontan die ook hier bij De Pan speelt.’

Deze winter traint ze in Malaga en doet toch ook een studie. ‘Drie dagen per week ga ik naar school om vloeiend Engels te spreken. En Spaans natuurlijk.’

Zeven jaar geleden speelde ze hockey bij Fletiomare en liep eens een golfrondje mee met haar vader op Amelisweerd. ‘Het staat misschien bekend als een sport voor grijze mensen, maar ik was meteen niet meer weg te slaan. Ik heb het nog een poos gecombineerd met hockey, maar dat was niet vol te houden.’

Over twee jaar wil ze tussen de profs staan. ‘Dan moet je een kwalificatietoernooi spelen om bij de beste veertig van de wereld te plaatsen. Ze hebben me al eens gevraagd waarom ik dat niet nu al probeer. Maar ik wil niet één keer pieken om vervolgens een heel moeilijk jaar te hebben. Ik wil er echt klaar voor zijn, constanter worden.’

 


‘Ik ben nog niet klaar met roeien. Ik ga voor Tokio.’

Ererondje voor Inge Janssen in Florida

 

Foto: Ellen de Monchy

‘Het is iets waar ik lang naar op zoek was.’ Inge Janssen (28) vond het in Florida. Tijdens de WK in Sarasota gleed ze met de dubbelvier als eerste over de finish. ‘En dat geeft een héél ander gevoel dan plek twee of drie. In Rio kwam de blijdschap over het Olympisch zilver pas later. Niet op dat moment.’

Goud, eindelijk. In de afgelopen jaren griste vaak de Poolse of Duitse vier de winst voor de neus van Janssen weg. In Sarasota klopte het allemaal. ‘Vijfhonderd meter voor de meet lag Polen nog een halve bootlengte voor. En steeds als wij aanzetten, reageerden zij. Toch merkten we ook dat ze boven hun kunnen zaten. Na elke tien halen deden we er steeds een schepje bovenop. Het gevoel in de boot, de kracht en efficiëntie, is dan zó vet. Driehonderd meter voor de finish waren we al zeker van de winst. Die meters voelden als een ererondje.’

Na de WK moest Janssen een besluit nemen. ‘Roeien stond jarenlang centraal in mijn leven, ik wilde tijd hebben voor andere dingen. De vraag was of ik echt zou stoppen of tijdelijk.’ Maar met het goud om de nek kwamen ook de twijfels. ‘Het was raar. De ploeg gaat verder en het voelt ook nu nog als mijn boot. Toch kon ik niet zo doorgaan. Die toffe wedstrijden in de zomer zijn het probleem niet. Wel die lange periode van dagelijks drie trainingen die eraan vooraf gaan.’

Het werd een sabbatical. ‘Ik ben nog niet klaar met roeien. Ik ga voor Tokio.’ De sociaal geografe werkt nu drie dagen in de week bij ByCS in Amsterdam, een start-up dat zich bezighoudt met innovaties rond de fietsen in de steden. Ze traint nog dagelijks. ‘Met het mooie vooruitzicht om in september weer aan te haken. Nee, mijn plek in de dubbelvier is niet gegarandeerd. Maar die garantie is er ook niet als ik was gebleven.’

 


‘Om bij de top te komen is lastig, maar er blijven is nog veel lastiger.’

Bloed, zweet, tranen én goud voor Dafne Schippers

 

Foto: Erik van Leeuwen

Op die mooie augustusavond in Londen deed Dafne Schippers (25) iets dat alleen Merlene Ottey en Allyson Felix voor haar deden. Grootheden uit de atletiekhistorie die hun wereldtitel op de 200 meter prolongeerden. ‘Ik heb me pas later gerealiseerd hoe bijzonder het is om één van die drie te zijn,’ zegt Schippers. ‘Dat maakt me zeker trots. Om bij de top te komen is lastig, maar er blijven is nog veel lastiger.’

In de laatste meters kwam de Ivoriaanse Ta Lou nog angstig dicht bij. ‘Maar ik voelde dat ik zou winnen. De verschillen in sprintfinales zijn bijna altijd klein, de concurrentie is heel groot. In zo’n finale ben je met je eigen race bezig en minder met de anderen. Ik voelde me vooraf sterk en wist dat ik van Ta Lou moest kunnen winnen. Ik verloor vorig jaar in geen enkele race over 200 meter van haar.’

Met ook brons op de 100 meter werd 2017 andermaal een topjaar voor Schippers. Maar ook een heel zwaar jaar. ‘Bloed, zweet en tranen horen bij het vak. Om tot de absolute top te behoren moet je tot het gaatje gaan, dag in dag uit.’

Onder haar nieuwe trainer Rana Reider was vanaf de wintertraining alles gericht op een vormpiek tijdens de WK. De aanpak was ook anders. Schippers ging ‘een stap achteruit, twee vooruit.’ Ze moest geduld hebben, had ook wel twijfels, maar kwam op tijd in vorm. Op weg naar Londen pakte ze al sprintzeges in Rome (100m), Oslo (200) en Lausanne (200) in de Diamond League.

Het was ook het jaar waarin Dafne Likes uitkwam, het kookboek dat ze samen met zus Sanne schreef (‘superleuk’) en het jaar van de opening van de Dafne Schippersbrug. ‘Heel bijzonder dat zo’n belangrijke fietsbrug in mijn stad naar me is vernoemd. Bij mijn ouders in Oog in Al zie je nu hoeveel fietsers er dagelijks via de brug langsrijden.’