Stenen schuiven van zwart gestippeld goud

Curling Robert Jan van der Horst

Een multi-talent. Het is een understatement, want de wegen die Willem van der Steeg (47) bewandelde, waaieren breed uit. Moddervoetbal, beachsoccer, zaalvoetbal, kunstgrasvoetbal, hij beoefende het allemaal. En nu gaat hij binnenkort naar het WK Mixed Curling. Alsof het de gewoonste zaak van de wereld is.

Zijn palmares is even ongewoon als indrukwekkend, evenals zijn cv: Europees kampioen moddervoetbal in 2014, tweede bij het NK kunstgrasvoetbal – ‘we misten op een haar na het kampioenschap en daarmee plaatsing voor het EK’-, halve finalist van het nationale bekertoernooi zaalvoetbal met het Utrechtse Formido – nu FC De Reigers – van coach Rob Nagtegaal en ga zo maar door.

Op het veld speelde hij voor vv De Meern. En ach, hij is ook nog politicus. Van der Steeg zat van 2011 tot en met 2015 namens de Partij voor de Dieren (PvdD) in het provinciebestuur, momenteel is hij fractievoorzitter van de PvdD bij het Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden en begin dit jaar werd hij beëdigd als Commissielid Ruimte, Groen en Water (Provinciale Staten).

De in De Meern woonachtige huisvader moet haast wel één van de kleurrijkste internationals zijn van Nederlandse Curling Bond, die overigens slechts 143 leden telt. Alleen de Bobsleebond – ongeveer 100 – heeft er minder. Maar daar is het enthousiasme van Van der Steeg niet minder om. ‘De grootte van de sport zegt niets over het niveau waarop het wordt beoefend.’

 

Curling Club Utrecht

Van der Steeg begon met curling toen hij een Open Dag van de Curling Club Utrecht (CCU) bezocht. In de ijshal van De Vechtsebanen raakte hij direct in de ban van het spel tussen ijs, stenen en mens. Met nog drie andere mannen besloot hij lid te worden van de Utrechtse curlers. ‘Maar met mijn maatje Danny van den Berg werd ik steeds serieuzer en fanatieker. Op een gegeven moment zijn we lid geworden van Zoetermeer, want daar ligt toch het beste ijs voor curling van Nederland. In Utrecht zaten we tussen het ijshockey en ijsdansen in.  Daar wordt het ijs voor onze sport niet beter van.’

Met Van den Berg verzorgt Van der Steeg de mannelijke inbreng in de mixed, Bonnie Milhamn – Zweedse van origine – Jitske Kortekaas-Bun de vrouwelijke. Begin deze maand reist het kwartet af naar Zwitserland waar in Champéry het WK – van 6 tot en met 14 oktober- voor de derde keer wordt gehouden. ‘In 2015 deden we nog niet mee, maar in 2016 (Kazan) waren we van de partij. Het curling heeft lange tijd geen WK gekend, wel was er jaarlijks het Europees Kampioenschap. Dat vonden landen als Canada en Brazilië zo interessant dat besloten werd in 2015 een WK te organiseren.’

Heel succesvol was de mixed niet aan de boorden van de Wolga, dan wel in de autonome republiek Tarastan. Zonder zege keerde het Nederlands team terug van een WK dat werd gewonnen door Rusland. En ook dit jaar zijn de papieren niet gunstig. Nederland is ingedeeld in Poule E en treft daarin Australië, Canada, China, Engeland, Duitsland, Polen en Turkije.

‘Aanvankelijk zat Andorra ook bij ons in de groep, een tegenstander waar we een kans tegen zouden moeten hebben. Maar uitgerekend dat land trok zich onlangs terug en daar kwam China voor in de plaats. We hadden al een moeilijk poule, maar die werd met de komst van China nog zwaarder. Ik zeg altijd dat in de sport niets onmogelijk is, maar het zal een moeilijk verhaal worden om ons te plaatsen voor de volgende ronde. Van de vijf poules tijdens het EK zitten uitgerekend wij in de zwaarste.’

Bij curling lijkt zwaarte echter niet te tellen. ‘Eén worden met het ijs, je balans vinden. Dat zijn de voorwaarden om een goede curler te worden’, weet Van der Steeg. ‘Curling is schaken op het ijs. Het is niet zomaar even een steentje van 20 kilo gooien. Dan heb je nog het ‘vegen’, de mensen met de beroemde bezems. Een beeld dat iedereen kent van de Olympische spelen. Het vegen is bedoeld om een soort aquaplaning te creëren waardoor de baan, de afstand die de steen aflegt, langer wordt. Dat kan heel goed uitpakken, zodat een mindere worp enigszins kan worden hersteld. Maar ook slecht, als je te lang blijft vegen of juist net niet lang genoeg. En de omstandigheden zijn nooit hetzelfde. Elke ijsbaan is anders. Dat kan, ook op een WK, zelfs van dag tot dag wisselen. Daarmee moet je op een goede manier zien om te gaan.’

 

Steen

De enige constante factor is wellicht de steen waarmee wordt gegooid, dan wel geschoven. Die is gemaakt van graniet, gedolven op Ailsa Craig – spreek uit: eelza kreek – een vulkanische puist voor de Schote westkust. Van Common Green en Blue Hone, de twee granietsoorten, worden, volgens kenners, de meest superieure curlingstenen gemaakt. Het graniet, waarvan per periode slechts een beperkte hoeveelheid mag worden gedolven, wordt daarom ook wel liefkozend het zwart gestippelde goud van Ailsa Craig genoemd.

Het graniet is door zijn unieke moleculaire structuur elastisch genoeg om te bewerken en brokkelt niet af als gevolg van het vele gebots. Het absorbeert weinig water, zodat het niet snel bevriest. En in het graniet kan een betrouwbare running edge voor het glijvermogen worden geslepen. Maar vooral de combinatie van granietsoorten maakt de Schotse steen zo bijzonder; de body is van Common Green met als glijvlak een stukje Blue Hone. Van der Steeg: ‘Ik las laatst een oud krantenartikel over curling in Utrecht. Begin jaren zeventig kostten die stenen al 450 gulden. Kun je na gaan wat de prijs nu zou zijn. Nee, zelf heb ik geen stenen. Ik ga niet, elke keer als ik ga trainen, met 20 kilo lopen zeulen. Die stenen zijn eigendom van de verenigingen, waarvan Nederland er vier heeft.’

Jeu de boules of bowls op ijs, daarmee is curling voor leken het best te vergelijken. Het kleine balletje dat in Frankrij but wordt genoemd en in Engeland jack, heet bij curling het huis of dolly. Wie de stenen het dichtst bij het middelpunt van drie gekleurde cirkels (dolly) aan het eind de baan weet te gooien, wint de game ofwel end. Op het WK worden per end door elke ploeg om en om twee stenen – in totaal acht – gegooid. Een wedstrijd telt tenminste zes ends en maximaal acht. Van der Steeg: ‘Als je hopeloos achter staat en verwacht dat je de wedstrijd niet meer kunt winnen, mag je je tegenstanders na zes ends al een hand geven.

Een mixed team kent een vaste samenstelling en volgorde. Voor Nederland opent Kortekaas-Bun het steekspel. Van der Steeg is tweede in de rangorde. ‘Mijn taak zal zijn om stenen van de tegenpartij weg te kaatsen.’

Voor curlers die uitkomen in een mixed team is een WK het hoogst haalbare. Tijdens het mondiale evenement is er geen plaatsing af te dwingen voor de Olympische Winterspelen.