Tjin A Ton herovert verloren gegane terrein in Maribor

IJshockey Robert Jan van der Horst

Een rode loper was nergens te vinden. En ook de gemeente en/of lokale sportorganisaties lieten nog niets van zich horen. Toch heeft Maarssen een kersverse wereldkampioen in z’n midden: Nicky Tjin A Ton (22), rechter aanvaller van het Nederlands vrouwen ijshockeyteam.

In Slovenië heroverde het team van bondscoach Joep Franke op 7 april het in 2016 verloren gegane terrein door in de finale Groot-Brittannië – evenals Oranje ongeslagen tijdens het toernooi – met 4-0 te verslaan. ‘Dutch delight in Maribor’, kopte de site van de International Ice Hockey Federation, ofwel ‘Nederlandse snoepjes (dan wel: verrukking) in Maribor’. Verwijzend naar het Turkish Delight (Turks Fruit).

Nederland werd wereldkampioen in de Tweede Divisie A en promoveert daarmee naar de Eerste Divisie B. ‘Daar zitten dan nog de Eerste Divisie A en de Topdivisie boven’, aldus Tjin A Ton. ‘Dus zeg maar dat we volgend jaar weer op het derde mondiale niveau spelen.’

Niet slecht voor ons land dat geen eigen vrouwendivisie heeft. Tjin A Ton speelde het afgelopen seizoen voor het Amsterdam (Mannen)Toekomst Team dat uitkomt in de Eerste Divisie. Zij is dus niet in Utrecht te bewonderen. ‘Klopt’, zegt de studente Orthopedagogiek. ‘Dat komt natuurlijk ook omdat er in Utrecht niet op Eerste Divisie-niveau wordt gespeeld. In seizoen 2016/2017 deed de nationale vrouwenselectie zelfs nog mee in de hoogste jeugdcompetitie, maar dat experiment is gestopt.’

Reikhalzend kijkt Tjin A Ton al uit naar het volgende WK, waarin ze mag uitkomen tegen landen als Letland, China, Polen, voor vrouwen in de Eerste Divisie B. Eigenlijk was een rentree in die afdeling al in 2017 de doelstelling. ‘Maar Zuid-Korea zat toen bij ons de poule. En die hadden – met het oog op de Olympische Winterspelen van 2018 – alles op alles gezet om een zo sterk mogelijke selectie op de been te brengen. We konden in de finale net niet van ze winnen.’

Terug naar eigen land waar de rode loper voor de succesvolle ijshockeyers vooralsnog alleen bij terugkomst op Schiphol werd uitgerold. En dan nog in klein comité. In seizoen 2018/2019 neemt de Maarssense het in de competitie opnieuw op tegen alleen maar mannen. ‘Voor mij niets nieuws. Ik speel al tegen jongens vanaf dat ik op ijshockey ging. Toen was ik vijf of zes.’

 

Verschil

Toch is er een groot verschil tussen mannen- en vrouwenijshockey. En dat stelt weer heel andere eisen aan haar vaardigheden. ‘Bij de vrouwen mogen we geen bodychecks – lichamelijk contact of duel om een tegenstander de puck te ontfutselen – geven. Dat maakt het spel heel anders. Ik ben klein en licht. Tegenstanders raken mij dus makkelijk; sommigen proberen me echt van de sokken te rijden. Dat betekent voor mij dat ik in de mannencompetitie veel meer oog moet hebben voor mijn omgeving, dat ik moet kijken of er een tegenstander in de buurt is. Ik kijk dus veel om me heen, terwijl ik in de vrouwenploeg veel meer naar het ijs kan kijken en dus beter kan zien waar de puck is.’

Ondanks het fysieke element is het niet zo dat Tjin A Ton een schaatsende boksbal is. ‘Natuurlijk proberen de tegenstanders wel het één en ander, maar bij Amsterdam nemen mijn ploeggenoten het dan direct voor me op. Dat is wel mooi natuurlijk. En scheidsrechters? Nee, die gaan echt niet anders fluiten omdat ik een vrouw ben. Als alles binnen de regels blijft, treden ze niet extra op.’

Tjin A Ton heeft het ijshockey overigens van geen vreemde. Ze is een dochter van Monique Collard, en nicht van voormalig ijshockeycoryfee Tonny Collard die in de jeugd met zijn broers Renny en Leo bij de IJshockey Club Utrecht speelden. Schept dat geen verwachtingen, een nicht te zijn van misschien wel de beste Nederlandse na-oorlogse ijshockeyer? ‘Ik begrijp wat je bedoelt, maar nee daar heb ik geen last van. Ik ben er juist trots op dat oom Tonny zo goed kon ijshockeyen. Alleen jammer dat ik hem nooit heb zien spelen. Toen hij op zijn top was, was ik namelijk nog niet geboren.’

Of ze net als Tonny Collard (onder meer bij Klagenfurt) ooit nog in het buitenland gaat spelen, is voor Tjin A Ton ook nog een vraag. ‘Vroeger was het Nederlands team voor mij het hoogst haalbare, misschien is nu het buitenland het ultieme doel. Maar daar denk ik nog even niet over na. Eerst mijn studie afmaken, dan zie ik wel verder.’