URC kroont zich in ‘thrilla’ tot landskampioen (-16)

Rugby Pim van Esschoten

Het was warm geweest in de volle zon, de strijd zelf was heet en bleef lang uiterst spannend. Het was intens geweest, er was heel lang naar uitgekeken. 'Het was the thrilla in Manila,' zei Ruud Timmerman. In de catacomben van het Nationaal Rugby Centrum in Amsterdam stond de coach van Eemland bij te komen van de enerverende, maar verloren finale om de landstitel van jongens -16.

URC was steeds sterker geworden in de tweede helft en had met twee try’s kort voor tijd de strijd beslist (28-17).

Een thriller dus. Met URC en Eemland als de Muhammad Ali en Joe Frazier van het jeugdrugby. Ze hadden er intens naar toegeleefd. ‘Ik ben twee weken lang nerveus geweest,’ zei Julius de Winter van Eemland na afloop. ‘Ik kon de hele dag aan niks anders denken.’ Ook Jon Nijland van URC had vooraf heel veel druk gevoeld. Maar met de kampioensmedaille om de nek had hij zelfs meegezongen: Als ik boven op de Dóm sta… ‘Dat doe ik nooit. Ik ben helemaal losgekomen.’

Zelfs coach Remy Velthuis van URC had ‘het’ gevoeld. Vooraf had hij zijn ploeg voorgehouden dat het om een ‘gewone’ wedstrijd ging. ‘We wilden ze geen extra druk opleggen.’ Maar ondertussen had hij zelf op zaterdagmorgen al om zes uur naast zijn bed gestaan. ‘Ik kon niet meer slapen, had de kriebels.’

 

Eemland favoriet

Eemland was vooraf de favoriet. De Amersfoortse ploeg had haar competitiepoule gedomineerd en de laatste tien wedstrijden gewonnen. In de andere poule had URC het minder makkelijk gehad. Velthuis: ‘Wij hebben dit jaar toch wat slippertjes gemaakt.’

Begin van het seizoen won URC nipt van Eemland. Enkele maanden geleden oefenden beide teams en Eemland won toen dik. Zo leek het ook in Amsterdam te gaan, want de Amersfoorters waren de bovenliggende partij in het eerste bedrijf. Met twee try’s van Mees van Keeken was Eemland op 17-11 gekomen. Bij URC leek alleen Jon Nijland (14) met zijn razendsnelle rushes in goeden doen. Maar na rust werd alles anders.

Remy Velthuis (URC) wist wel waarom: ‘Fitheid.’ Sinds die nederlaag in het oefenpotje tegen Eemland had hij de nadruk in de training op conditie gelegd. ‘Eerst flink moe maken en daarna werken aan de balvaardigheid. Na een minuut of twintig in de tweede helft zag je de omslag.’

Toch kwam volgens Ruud Timmerman die ommekeer door iets anders: ‘Mindset.’ Hij zag dat zijn ploeg niet goed met tegenslagen omging. Zijn doorgaans zo hechte ploeg viel een beetje uiteen en juist op die eenheid richt Timmerman zich in zijn coaching. Halverwege de tweede helft voelde hij het mis gaan. Toen het spel stil lag wilde hij bij een dood spelmoment het veld in om in te grijpen, maar dat werd hem door de leiding verboden.

Ontroostbaar waren ze spelers na het laatste fluitsignaal. Sommigen woedend. Ook op de tribune pinkten ouders en fans een traantje weg, waar het Utrechtse deel zijn geluk niet opkon.

Julius de Winter (Eemland) begreep er niks van: ‘Dit jaar wonnen we alles, elke wedstrijd weer was het winnen, winnen, winnen. Bij rust dacht ik: we hebben ‘m. En toen… Je kunt doen wat je wil, maar het lukte niet.’

De Winter is een opmerkelijke speler bij Eemland, overigens. Zo Utrechts als maar kan, als telg uit een bekende Utrechtse horecafamilie. Maar dus geen lid van URC. Heeft niets te maken met de rivaliteit tussen URC en de studenten van USRS en hun band met Dikke Dries. Hoewel zijn vader Jos de Winter op deze finaledag een stropdas van USRS droeg (‘grapje’), is de keuze voor Eemland een praktische geweest. Julius speelde ooit in Bilthoven en stapte later met zijn teamgenoten Mees van Keken en Gerson Gmelich Meijling over naar Eemland.

 

Zestien

Over opvallende spelers gesproken; bij URC kwam in de tweede helft Amber Boogerd in het veld. Een meisje van zestien tussen de jonge mannen dus. Niet uniek, maar bijzonder was het wel te zien hoe ze zich tussen de voorwaartsen staande hield. ‘En die jongens houden zich echt niet in,’ zei Boogerd. Coach Velthuis: ‘Ze staat haar mannetje.’

Dat de jeugdteams uit Utrecht en Amersfoort zaterdag in de finale om de landstitel stonden was al opmerkelijk. Niet de ‘grote’ clubs uit Den Haag, Castricum of Hilversum, maar twee clubs uit het midden des lands streden om de eer. Twee clubs met respect voor elkaar. Zoals Ruud Timmerman het na die thrilla zei: ‘Natuurlijk had ik dit graag willen winnen. Maar als ik dan toch moet verliezen, dan van URC.’