‘Visueel gehandicapten beschikken over prima sportmentaliteit’

Varia Ted Vermeulen

Sport is leuk en gezond voor lichaam en geest. Sporten helpt tevens als je boos of gespannen bent. En in een sportclub kun je vrienden maken. Ook als je blind of slechtziend bent, is sport heel belangrijk. Hieronder een ontdekkingsreis langs verschillende takken van sport, die mensen met een visuele handicap beoefenen. Hoe ze dat doen?

Deodaat Boer.

De leden van de Doornse Golfclub (DGC) leggen een belevingstuin aan voor blinden en slechtzienden. Die tuin bevat attributen speciaal voor visueel gehandicapten, zoals een schommelbank, een drum en andere attributen waaraan slechtzienden kunnen ruiken, voelen en mee bewegen. ‘Een prachtig initiatief, waar we erg blij mee zijn’, zegt Deodaat Boer, senior relatiemanager bij Vereniging Bartiméus Sonneheerdt in Zeist.

Blind of slechtziend zijn is één van de meest indringende beperkingen die een mens kan overkomen, aldus Boer. ‘Wij werven fondsen om mensen met een visuele beperking te helpen zo volwaardig mogelijk mee te kunnen doen in de maatschappij. Daarbij hoort ook zeker sport. Zo hebben we hier op het terrein een mooie gymzaal en een zwembad.’

Dat zijn geen gewone accommodaties, maar ze zijn speciaal ingericht voor mensen met een visuele beperking. ‘En dan heb ik het niet alleen over de toegankelijkheid van toestellen en het water, maar ook over de akoestiek’, weet Boer. ‘Want mensen die niet goed kunnen zien, gebruiken hun overige zintuigen anders en vertrouwen vaak sterk op hun gehoor. Een normaal zwembad is natuurlijk vreselijk lawaaierig.’

Al ruim dertien jaar gymleraar bij Bartiméus is Mike Russchen. Hij doet het werk met heel veel plezier. ‘Het is verschrikkelijk dankbaar en de leerlingen zijn altijd enthousiast als ze naar de gymzaal komen. Vaak vragen ze om een extra uurtje te mogen blijven. Slechtzienden kunnen bijna alles. Ik heb zojuist nog volleybal gespeeld met ze. We gebruiken dan wel een wat grotere bal, die meestal van een wat fellere kleur is voorzien. Dan gaat het prima. Hetzelfde geldt voor basketbal en voetbal. Bij gebruik van de trampoline nemen we geen aanloop, maar gebruiken we een kast waarvan op de trampoline kan worden gesprongen, zodat er enige vering ontstaat. Verder zwaaien we aan de ringen of de trapeze en maken we salto’s. Met blinden is dat natuurlijk niet mogelijk.’

Bij een oefening vertelt Russchen altijd wat hij doet of wat hij gaat doen en dan proberen de leerlingen dat ook na te doen. ‘Ik maak er ook altijd geluid bij. Soms zie ik weleens een leerling met meer dan normale aanleg. Zo is er nu een 15-jarige leerling die wordt opgeleid voor de triatlon op de Paralympics van 2020 in Tokyo. Fietsen doet hij achterop de tandem en het zwem- en looptraject legt hij af met zijn maatje. Ik denk dat deze jongen zijn missie wel zal volbrengen’, weet Russchen, die ook vier jaar coach is geweest van het nationale (vrouwen)goalbalteam.

 

Nederland telt zo’n 350.000 mensen met een visuele beperking. Van hen zijn er ongeveer 75.000 blind. Je bent slechtziend als je minder dan dertig procent ziet of als het zichtveld kleiner is dan 30 graden. Een bril of lenzen helpen dan onvoldoende om de visuele beperking op te heffen. Normaal gesproken is een gezichtsveld 140 graden.

 

Onderstaand enkele takken van sport, die door visueel gehandicapten worden beoefend op nationaal en internationaal niveau:

 

Goalbal

Goalbal is de meest gespeelde zaalsport voor blinden en slechtzienden in de hele wereld. Je speelt het in een zaal, op een vloer van 18 meter lang en 9 meter breed. Aan elke kant is er een goal, twee meter breder dan een voetbalgoal. De bal weegt 1,25 kilo. Twee teams van drie spelers proberen de bal in elkaars doel te rollen. De bal tegenhouden kan door ervoor te gaan liggen. Maar die bal zien de spelers niet aankomen. Daarom zitten in de bal belletjes, zodat de spelers die horen aankomen. Op alle lijnen is touw geplakt. Het gehoor en gevoel is immers sterk ontwikkeld.

Goalbal is een Paralympische sport.

 

Wielrennen

Blinde en slechtziende sporters fietsen op een tandem. Tandemrijden is een wedstrijdsport. Het kan binnen (op de baan) en buiten. De piloot zit vooraan en kan zien. De ‘stoker’ is de blinde of slechtziende sporter en zit op het achterste deel van de tandem. Tandemrijden is een echte teamsport: beide rijders moeten snel zijn en goed samenwerken. Zo gaat Daniël Knegt ‘blind voor goud’, zoals hij zelf zegt op de Paralympische Spelen van 2020 in Japan. De enorme vastberadenheid en mentaliteit is kenmerkend voor de (visueel) gehandicapte (top)sporter.

 

Ice Cross Downhill

Danny Hansen (24) ziet minder dan 10%, maar dat weerhoudt hem er niet van mee te doen aan één van ’s wereld meeste extreme wintersporten: ice cross downhill. Hansen is net terug uit de Verenigde Staten. Daar deed hij mee aan de eerste race in een vierluik om het wereldkampioenschap. Voor 120.000 toeschouwers stortte hij zich samen met de beste skaters naar beneden op één van de meest uitdagende banen ter wereld. ‘Als ik naar beneden duik, geeft dat een intens gevoel van vrijheid. En zeg me niet, dat ik iets niet kan.’

 

Atletiek

Als iemand die blind is een wedstrijd loopt, mag hij of zij dat doen samen met een begeleider, z’n maatje. De begeleider loopt naast de atleet. Een breed elastiek verbindt hun armen met elkaar. De blinde persoon kiest de snelheid: hij loopt zo snel mogelijk. Bij de 100 en de 400 meter krijgen de blinde of slechtziende sporter en zijn begeleider ieder een baan, naast elkaar.

Bij het hoogspringen nemen ziende mensen een aanloop. Ook blinde en slechtziende mensen doen dat. Ze lopen 9 tot 12 passen. De begeleider staat achter de lat en geeft met geluid de juiste richting aan. Na de aanloop zet de blinde persoon af voor de sprong. Het is heel belangrijk dat het in het stadion muisstil is, want de hoogspringer moet zijn gids kunnen horen en zijn passen kunnen tellen. Een blinde topspinger kwam op de Paralympische Spelen tot een hoogte van 1.80 meter en een slechtziende zelfs tot bijna twee meter.

Bij het verspringen start de atleet vanaf een vast vertrekpunt. Hij neemt een aanloop van vijftien passen en maakt dan zijn sprong. Blinde topsporters springen meer dan zes meter.

 

Herkenning

Er bestaat een internationaal herkenningsteken voor blinde en slechtziende sporters: drie zwarte bollen op een gele ondergrond. Heel wat sporters gebruiken een sporthesje met dat teken erop, maar er bestaan ook armbanden en badmutsen. In België draagt de begeleider vaak een geel hesje met een zwart uitroepteken erop.