Zwemcoach Van den Berg prijst slimheid Jesse Puts

Zwemmen Peter de Jong

Afgelopen december brak Jesse Puts definitief door voor het grote publiek, met zijn wereldtitel op de 50 meter vrije slag kortebaan in het Canadese Windsor en een nieuw Nederlands record op die afstand (21.82 sec.) op de langebaan. Toen viel op dat Puts niet een van de pupillen was van de grote zwemploegen uit Amsterdam of Eindhoven, maar werd getraind door de 70-jarige Herman van den Berg uit Utrecht.

Op 15 februari jongstleden volgde voor die laatste de beloning: bij de Utrechtse sportverkiezingen van 2016 werd hij verkozen tot trainer van het jaar.  Een ontmoeting met een aimabele no-nonsense coach in zwembad Merwestein te Nieuwegein aan de vooravond van het NK.

Van den Berg werd 70 jaar geleden geboren in Utrecht. Na school ging hij aan het werk in de bouw, als vloerenlegger. Op zijn 34e moest hij daarmee stoppen omdat zijn knieën ‘op’ waren. Later ging hij aan het werk in de schoenenbranche, tot aan zijn pensioen. En hij voetbalde. Bij Majella.

Met zwemmen had hij niet veel, behalve dat hij met zijn vrienden regelmatig vanaf een bootje het kanaal indook. Totdat zijn dochter ging zwemmen bij UZSC en later Zwemlust. Bij die laatste club ging hij in 1986 een cursus zwemtrainer volgen van 24 weken. ‘Ik heb me daar het lazarus gezwommen. Het was iedere zes weken een andere slag. Maar ik had helemaal geen zwemachtergrond. Ik was gesloopt. We hadden eerst een uur theorie, koffie en dan twee uur zwemmen, dat was voor mij een martelgang.’

 

De training

Hij staat ’s morgens om 4 uur op en gaat dan op zijn gemak een kop koffie drinken, want hij is naar eigen zeggen geen haastmens. Om 5 uur stapt hij op zijn scooter en rijdt naar zwembad de Krommerijn. Hij haalt daar het alarm eraf, steekt de lichten aan en dan is het trainen van half 6 tot 7. Niet alleen zijn protegé Jesse Puts, maar een hele groep. Tien daarvan zwemmen dit weekend in Eindhoven op het NK.

De naam van Richelle Koot valt, ‘die is goed bezig’. En Bjorn van Doesburg, een jongen van net 14 die al bij de senioren zwemt. ‘Dat kan een topper worden’.

Maar de zwemmers zijn hem allemaal even lief. Niemand wordt voorgetrokken bij hem. ‘Het contact met de zwemmers is belangrijk, ze moeten vertrouwen in je hebben. Ze moeten niet denken ‘laat hem maar lullen’. Dat gebeurt bij mij eigenlijk niet, dat is prettig. Soms moet je wel eens iemand tot de orde roepen. Maar dat is normaal, dat gebeurt overal.’

’s Middags is er dan weer de training in de Merwestein, het thuisbad van zwemvereniging Aquarijn. Bij die club is hij sinds 2014 trainer, na 28 jaar Zwemlust. ‘Het gaat goed hier. Toen ik kwam hadden ze 1 NK zwemmer, nu zijn het er 12.

 

Trainingsopbouw

Op de techniektraining na schrijft Van den Berg alle schema’s. Iedere dag. Soms voor de ochtendtraining om kwart voor 4. ‘Ik kijk heel goed wat een zwemmer aankan. Na Jesses successen in december heeft hij een paar weken rust gehad. In de twee maanden erna hebben we hard getraind. Jesse moet inhoud hebben, zodat hij niet de laatste 15 meter in elkaar stort. Een paar jaar geleden kwam hij daar nog te kort. Nu kan hij dan nog aanzetten, dat zagen we op het WK.

We hebben veel duurwerk gedaan. Voor een sprinter als Jesse is dat 200 a 300 meter. Dan liet ik hem 8 keer 200 of 5 keer 300 zwemmen. Maar niet alleen borstcrawl, ook de andere slagen. Hij kan dan net niet in zijn ritme komen, want dan moet hij weer van slag wisselen. Daarmee bouw je conditie op. Als je alleen borstcrawl doet dan raakt een zwemmer in zijn ritme en wordt het te gemakkelijk.

Eind maart zijn we half gas gegaan, in de aanloop naar het NK. We trainen nu zuiver op snelheid. Dat is relaxt, de zwemmers kunnen tot rust komen, lekker met zoomertjes (zwemvliezen, red.) zwemmen.’

‘Na het NK neemt Jesse een week rust. In mei gaat hij met de bond op trainingskamp. In juni gaan we weer opbouwen naar het WK. 14 dagen voor het WK geef ik hem weg aan de bond. Dat is nu eenmaal zo. Wat moet zo’n ouwe kerel ook bij dat jonge spul? Jesse is in Windsor begeleid door Mark Faber en dat ging prima. En ik spreek hem wel in Boedapest hoor, ik ga als supporter, met zijn vader.’

 

Techniek

‘Iedere zwemmer heeft zijn eigen ding, daar moet je van afblijven. 90% is aan te leren en te verbeteren, maar die 10% dat hoort bij de zwemmer, die met die slag het lekkerst zwemt. Dat moet je houden zo. Niet aan sleutelen want dan gaat het fout. Jesse zwemt met gestrekte armen. Dat kost kracht. Hij pakt ontiegelijk veel water en hij heeft geweldige benen. Praktisch niemand kan aan zijn onderwaterfase tippen.’

‘Baltimore Bullet’ Michael Phelps stond daar om bekend, kan Puts zich daarmee meten? Van den Berg: ‘Ja, dat kan.

Op het WK in Windsor was Jesse na de onderwaterfase ineens weg. En bleef weg.

Daar blijven we op trainen. Eerst deed hij onderwater 9 kicks, dat zijn er nu 7. Het hele plaatje verbetert nog steeds.’

Ondertussen komt Puts even uit het bad en stelt voor de training aan te passen in verband met een pijnlijke schouder. ’Kijk, dat tekent Jesses zelfstandigheid. Hij is slim. Hij luistert, hij heeft discipline, als er iets niet gaat geeft hij het aan. Hij komt niet met smoesjes. We overleggen alles met elkaar. Zo maak je vertrouwen.

Hij is ook altijd keurig netjes. Absoluut geen egotripper. Daarom is het zo lekker met hem trainen. Jesse is een echte wedstrijdzwemmer die kan pieken. Waar hij nog aan moet werken? Technisch kan het altijd beter. Jesse moet zo gestroomlijnd mogelijk in water liggen. Bij het zwemmen ging eerder steeds zijn linkerarm naar buiten. Toen zijn we dat gaan filmen en dan corrigeert Jesse dat. Hij moet er zelf ook het nut van inzien.

Je kan bijvoorbeeld wel zeggen dat zijn arm niet goed is, maar hij zwemt er toevallig wel keihard mee. De snelheid moet nog omhoog als hij echt een wereldtopper wil worden. In de loop van de tijd gaan we de training intensiveren, steeds een stapje omhoog om de motor nog meer vermogen te geven.’

 

Puts’ Nederlands record is 21.82

 

Doelen

‘Op het NK moet hij zeker eerste worden op de 50 vrij. Op het WK zou ik tevreden zijn met een finaleplaats, een plaats bij de eerste 5 zou prima zijn. Als je de A-finale wilt halen dan moet je eigenlijk wel een Nederlands record zwemmen (Puts’ Nederlands record is 21.82, red.), want de snelsten zwemmen 21.4 tot 21.8. En op de lange termijn misschien een wereldrecord en een Olympische medaille. Dat zijn de uitdagingen.’

Ten slotte, heeft Van den Berg geen spijt dat hij vroeger niet zelf wedstrijden heeft gezwommen? ‘Nee hoor, toen ik voor mijn trainerspapiertje ging heb ik voor mijn hele leven lang genoeg gezwommen!’