110 miljoen euro ondersteuning voor sportverenigingen

Beleid Redactie

Met de heropening van de sport voor de jeugd, stelt het kabinet 110 miljoen euro extra beschikbaar voor sportverenigingen die financieel geraakt zijn door de maatregelingen als gevolg van de coronacrisis. Minister Van Rijn (medische zorg en sport) is blij met het extra geld voor de sport waardoor de clubs de jeugd goed kunnen opvangen en de unieke Nederlandse infrastructuur behouden blijft.

De insteek van de extra ondersteuning is dat sportverenigingen straks hun deuren weer voor alle Nederlanders kunnen openen. ‘De sportvereniging is een plek waar veel mensen samenkomen. Niet alleen om te bewegen, maar juist ook als sociale ontmoetingsplek. Met het steunpakket ondersteun ik de sportverenigingen die het financieel zwaar hebben door de gevolgen van het coronavirus en waar we als kabinet juist nu een beroep op doen.’ Zo werden competities vroegtijdig beëindigd en clubhuizen bleven gesloten.

De 110 miljoen euro extra voor de sportsector is opgedeeld in twee delen. In de eerste plaats gaat er 90 miljoen euro naar sportverenigingen door de huur kwijt te schelden over de periode 1 maart tot 1 juni 2020. Voor veel sportverenigingen is de huur de grootste kostenpost op de begroting. Met deze maatregel worden ruim 11.000 sportverenigingen ondersteund. Ten tweede gaat er 20 miljoen euro naar sportverenigingen met een eigen accommodatie. Deze verenigingen worden geconfronteerd met omzetverlies en doorlopende lasten en komen vaak niet in aanmerking voor de rijksbrede regelingen. Per sportvereniging gaat het om een eenmalige tegemoetkoming van maximaal 2500 euro. Zo kunnen verenigingen trainingen voor de jeugd hervatten en activiteiten opzetten voor niet-leden. Met de 110 miljoen euro komt het kabinet tegemoet aan de hoogste nood van sportverenigingen. De clubs beschikken niet over grote reserves en er wordt juist nu extra inspanning gevraagd van hen.

Het Utrechtse Mulier Instituut is gevraagd om de effecten die de coronacrisis heeft op de gehele sportsector in kaart te brengen. Aan de hand van de uitkomsten kijkt het kabinet in hoeverre aanvullende steun nodig is.