1958

Column Pim van Esschoten 'Eindsignaal'

Gerrit Moddejonge scoorde op aangeven van Abe Lenstra. Scheidsrechter Leo Horn keurde de treffer af. Buitenspel. Zelfs gele kanarie Gerrit Krommert zei een halve eeuw later in Het Wonder van Utrecht, dat prachtige boek van Ad van Liempt over de landstitel van DOS in 1958, dat 'we' op dat moment heel veel geluk hadden. 'Het was niet helemaal zuiver van Horn.'

DOS versloeg SC Enschede in een beslissingsduel, in de verlenging. Van der Linden maakte de 1-0. Aan die beslissing van

Pim van Esschoten

Horn werden verder weinig woorden gewijd. Horn was een heer van stand, internationaal vermaard. En gezag telde nog. Tien jaar later – aan het einde van de roemruchte jaren ’60 – zou Horn gewoon een hondenlul zijn geweest. Zo niet in 1958. Vreemd was het wel. Na afloop schoof Horn aan bij het kampioendiner van DOS, reisde met de ploeg mee naar Utrecht en was eregast op het kampioensbal in Tivoli.

Daar denk je even aan, als ze bij FC Utrecht boos zijn op die afgekeurde treffer bij PSV. Uiteindelijk krijgt ieder zijn deel; soms zit het mee en soms zit het tegen. Het vreemde is alleen dat anders dan in 1958 nu iedereen de blunder van de grensrechter meteen kon zien op beeld. Maar uitgerekend de drie arbiters, de mannen die er over gaan, mogen die beelden niet zien.

Vorig jaar zomer ontmoette ik Ben Johnson, de sprinter die in 1988 in de Olympische finale Carl Lewis versloeg en twee dagen later positief bleek bij de dopingcontrole. Johnson is nog altijd de beste ter wereld. Volgens Johnson. Toch wordt tegenwoordig sneller gelopen op de 100 meter dan zijn 9,79 seconden, destijds in Seoul. Dat komt, zei Ben, omdat de baan in bepaalde stadions naar beneden loopt. Lichtjes, je ziet het amper, maar het is genoeg voor toptijden en records. Bovendien is die 100 meter hier en daar een stukje korter.

Rare jongen, die Johnson. Ik hoor het u zeggen. Toch gebeuren er vreemde dingen in de sport.

Blowers in een schaatshal die de rijders een rugwindje zouden kunnen bezorgen, onzichtbare motortjes in fietsframes.

En juist de rijkste sport ter wereld doet net alsof het nog 1958 is. Vooruit, er zijn wat experimenten met het gebruik van beelden. Maar wel met grote aarzeling, traagheid en tegenzin. Waarom? In vele sporten is het nut al bewezen.

Niet helemaal zuiver, zou Krommert zeggen.