Accepteren van elkaars fouten is deel van succes van UZSC

Waterpolo Peter de Jong

Met snoepjes van teammanager Kitty van Rooijen zorgde Joachim de Ruijsscher ervoor dat hij verstaanbaar bleef. Al aan het begin van de play offs haperde de stem van de trainer van UZSC. Daags na het veroveren van het landskampioenschap, het derde op rij van de Utrechtse vereniging dat tegenstander Het Ravijn eigenlijk geen kans gaf in de finalereeks, was De Ruijsscher schor.

Het kon de pret niet drukken. Zoals stergoalie Ruben Hoepelman op de vraag of het laat geworden was, droogjes antwoordde: ‘Nee, heel vroeg.…’

Op de mannen van UZSC stond dit seizoen eigenlijk geen maat. Van de 38 wedstrijden werden er 32 gewonnen en werd er meer dan 400 keer gescoord. Met name de verdediging stond als een huis. UZSC had de reguliere competitie met een straatlengte voorsprong op de nummer twee gewonnen. Dat schiep verwachtingen. Nadat eerder in de play-offs de prijsvechters Polar Bears en De Zijl aan de hongerige Utrechtse leeuwen waren gevoerd, was het deze week in de finale de beurt aan het Ravijn.

Om te schrijven dat zij aan stukken werden gescheurd is verleidelijk, maar bezijden de waarheid. Daarvoor was het verweer van het Ravijn te krachtig. In Nijverdal had UZSC een overtuigende overwinning geboekt (6-12), in Utrecht was het na de reguliere speeltijd onbeslist (5-5) en moest international-doelman Ruben Hoepelman eraan te pas komen om de winst binnen te halen via de strafworpen.

De derde en mogelijk beslissende krachtmeting was geen gemakkelijke wedstrijd. De vermoeidheid leek UZSC een beetje parten te spelen na een lang seizoen waarin reeds de supercup en de beker werden veroverd. Na een 1-1 in het eerste kwart, sloeg UZSC het eerste gaatje vlak voor rust door een doelpunt van Joep van den Bersselaar, 4-2.

Na een doelpuntloze derde periode viel de beslissing in het laatste kwart toen Loek Foster van afstand met links de 5-2 aantekende. Daarna kwam de zege niet meer in gevaar en eindigde de wedstrijd in een 7-3 overwinning.

Coach De Ruijsscher: ‘We moesten winnen. De druk lag bij ons. De eerste drie kwarten was het een echte strijd tegen Het Ravijn. Maar ook gedurende de hele play offs-serie waren het, op de eerste wedstrijd na, allemaal spannende wedstrijden. We spelen met een relatief smalle basis. En omdat we dit seizoen ook voor alle prijzen gingen hebben die jongens heel veel in het water gelegen. Dat is een groot compliment voor het team. We hebben veel jonge talenten die eraan komen, maar die waren nog niet zover om gelijk al aan te haken op het niveau van het eerste dit seizoen.’

‘Het is mijn eerste seizoen hier en dat is uitstekend bevallen. De sleutel van het succes was vooral het Samen-Samen. De spelers hebben het gedaan en ik stond slechts aan de kant om aanwijzingen te geven. Iedereen in de vereniging heeft zijn steentje bijgedragen, het bestuur, de staf, maar ook de andere trainers en iedereen die ik vergeet te noemen.’

 

Reactievermogen

Doelman Ruben Hoepelman ging pas op zijn veertiende waterpoloën. De vierdejaars student geneeskunde loopt momenteel co-schappen en is reeds jaren de keeper van Oranje. In elk wedstrijdverslag komt hij wel voor met een goede recensie. Wat maakt hem zo goed?

‘Een goed reactievermogen en ik kan me ook goed positioneren. En er ligt een hele goede verdediging voor me. Ik ken bijna iedere speler wel uit de eredivisie. Ik weet hoe ze schieten.

Bij een strafworp wacht ik zo lang mogelijk en kijk goed naar de bewegingen van de arm en lichaam van de tegenstander. Een goeie penalty zit, maar bij een mindere heb je een goede kans om hem te pakken.’

UZSC is volgens hem een hecht team. ‘We accepteren foutjes van elkaar. Eén ploeg, één taak. En we zijn geroutineerd, kunnen een wedstrijd er ook uit trekken als het nodig is. Zoals tegen Het Ravijn. Het was geen goede wedstrijd. Het blijft een finale. Het scoren ging niet te gemakkelijk, maar toen de 5-2 erin vloog, was het klaar. Voor zover ik weet, blijft de selectie intact komend jaar. Het was een prachtig seizoen, een verliespartij tegen de Zijl, meer niet. Top!’