Afstanden voor Langras geen probleem

Voetbal Robert Jan van der Horst

Van Zonheuvel naar de Denali. Het klinkt niet ver weg, maar toch zit er een wereld van verschil tussen beide uitstulpingen in het aardoppervlak. Zonheuvel (nabij Doorn), dat deel uitmaakt van de Utrechtse Heuvelrug, is 46,4 meter hoog, terwijl de Denali (6194 meter) de hoogste bergtop is van het Alaskagebergte. Zo’n 6900 kilometer scheiden de beide ‘puisten’ van elkaar. Voor globetrotter en voetbaltrainer -en docent Hugo Langras (76) echter is die afstand nooit een probleem geweest.

Hugo Langras

Zowel bij DEV Doorn als in Alaska en Amerika voelde hij zich op zijn gemak. ‘Ik heb training gegeven in Alaska. Prachtig. Vanwege het avondlicht sloegen we ’s avonds om half twaalf nog een balletje op de golfbaan, met de Denali op de achtergrond. Dat was genieten. Bovendien heb ik veel dierbare kennissen aan overgehouden. Mijn vrouw heeft er eens een King Salmon, een zalm die een lengte kan bereiken van 150 centimeter en een gewicht van meer dan dertig kilo, gevangen. In Amerika heb ik ’s zomers 25 jaar voetballes gegeven aan de Duke University, een vooraanstaande medische universiteit. Ook daar hebben we zoveel vrienden en kennissen overgehouden.’

 

Nestor

In ons vorige nummer – rond de derby Schalkwijk tegen Aurora (2-3) – maakten we gewag van de nestor van de Stichtse trainers, Henne Florie (70), voor het tweede seizoen werkzaam in Werkhoven. Maar Langras is met zijn staat van dienst natuurlijk ook een niet uit te vlakken factor. ‘Ik heb 59 jaar op de velden gestaan. Meest als hoofdtrainer en als docent bij de KNVB. Nu, bij DEV Doorn, heb ik geen uitvoerende functie meer. Al is dat ook weer niet helemaal waar. Ik doceer nog wel wat en zet oefenstof op papier voor de trainers van enkele jeugdelftallen. Vaak zijn dat jonge jongens of goedwillende vaders. Er zijn natuurlijk bergen mensen die niet aan het volgen van een trainerscursus toekomen. Dan valt het niet mee om een fatsoenlijke training uit te denken. Daarmee help ik ze dan.’

Net als Florie geniet Langras bekendheid in de regio. Wie Langras zegt, zegt SVF, zegt Vriendenschaar, zegt Saestum, maar bovenal toch DEV Doorn, zoals De Elf Vrienden Doorn sinds 7 januari 2007 genoemd wil worden.

Vele functies bekleedde Langras op Sporpark Tuilland, dat in 1960 na het vertrek van sportpark Zonheuvel werd betrokken. Hij was er onder meer hoofdtrainer, technisch adviseur van het hoofdbestuur en Hoofd Opleiding. Tevens was hij, met zijn kennis en ervaring, een ideaal klankbord voor de diverse hoofdtrainers (‘nu probeer ik afstand te houden en me nergens mee te bemoeien’) en Langras is nog altijd begeleider van de Jeugdvoetbaldagen van DEV Doorn. Geen club zit meer in zijn bloed.

 

Bataafse Petroleum Maatschappij

Langras werd geboren op Willemstad (Curacao) waar zijn vader een goede functie bekleedde bij de Bataafse Petroleum Maatschappij. ‘Het latere Shell. Toen mijn ouders terugkeerden naar Nederland hebben ze zich gevestigd in Doorn. Het was logisch dat ik bij – toen nog – DEV ging voetballen. Maar zowel mijn vader, als mijn moeder, mijn zus en mijn broer hebben in het bestuur van de club gezeten. Ze maakten bijvoorbeeld het clubblad van DEV, uiteraard nog voor het digitale tijdperk. Mijn vrouw Dieuwertje heeft ook heel wat uren in de club zitten. Zelf heb ik jaren bij de PTT – nu TNT Post – gewerkt. Ik ben begonnen aan het loket en heb er diverse functies bekleed. Later ben ik overgestapt naar een andere werkgever en ben ik ARBO-deskundige geworden. Voor die functie reisde ik door het hele land.’

Gezien zijn leeftijd en ervaring heeft Langras het voetbal in Nederland in de loop der jaren zien veranderen. ‘Vroeger had je trainers die van hun spelers verlangden dat ze in allerlei structuren dachten. Wie niet meekon, of niet mee wilde, viel af. Maar ze vergaten dat teambuilding minstens zo belangrijk is. Later hebben we natuurlijk de instroom gehad van veel vaardige allochtone spelers van wie er steeds meer doorbraken. Ik heb de indruk dat de autochtone voetballers daardoor zijn wakker geschud. Wat de trainers betreft heb ik de indruk dat die in zo kort mogelijke tijd zoveel mogelijk uit de voetballers proberen te halen. Een idee dat een beetje haaks staat op mijn filosofie. Zo vind ik het juist belangrijk om het beste uit mensen te halen. Voetballen leer je door te voetballen en door goed met mensen om te gaan.’

 

Derby

Terug naar het heden, waar DEV Doorn met Bunnik ’73 strijdt om lijfsbehoud in de 3e Klasse C van het zaterdagvoetbal waar Candia ’66 al de zekere degradant is. Thuisclub Bunnik ’73 (op doelsaldo 12e op de ranglijst) en DEV (13e met eenzelfde aantal punten, maar met een slechter saldo) kunnen alleen via een overwinning de nacompetitie ontlopen. En dan is het ok nog eens afhankelijk van het resultaat van FZO dat in deze laatste competitieronde uitgerekend in Zeist tegen de Rhenense hekkensluiter speelt en de dans waarschijnlijk weet te ontspringen. ‘Het gaat er om spannen’, klinkt het eufemistisch uit de mond van Langras.

De selectie van DEV Doorn is zeker niet slecht, maar wel smal. Langras: ‘Op cruciale momenten hebben we te maken gehad met blessures en dat komt dan dubbel zo hard aan. Kijk, Doorn is een forensendorp, een probleem dat we altijd al hebben gehad. Dat betekent ook voor de jeugd dat ze ergens anders gaan studeren als ze van school gaan. Het dichtst bij is natuurlijk Utrecht, waar toevallig dit seizoen een aantal jongens is gaan wonen en studeren. We hebben het voor hen zo geregeld dat ze kunnen beschikken over een autootje. Daardoor kunnen ze dan toch met z’n allen op dinsdag en donderdag naar de training komen. Doe je dat niet, dan ben je ze waarschijnlijk kwijt.’

Langras ziet zoveel mogelijk wedstrijden van het eerste elftal. ‘Als het enigszins kan, dan ben ik erbij. We gaan meestal met een vast groepje, een man of drie vier. Samen met de broers Jan en Ed de Koff, oud-coryfeeën van DEV Doorn. Man, man dan hebben we zo’n schik met elkaar.’