‘Amersfoort neemt sport niet serieus’

Beleid Marcel Koch

In zijn beleving neemt de gemeente Amersfoort sport, bewegen en preventie onvoldoende serieus. ‘Uit het coalitieakkoord spreekt weinig ambitie en concreet is het al helemaal niet. Vaagheid is troef’, aldus Mik Borsten, organisator van de Marathon van Amersfoort en al meer dan 30 jaar werkzaam in de psychiatrie als bewegingstherapeut. Mik Borsten (1962, Den Haag) is ultra-atleet, duursporter en geniet als organisator van vele loopevenementen bekendheid in de Amersfoortse sportwereld.

Een dag voor onze geplande ontmoeting appt Borsten (60) ongevraagd het drie dagen eerder verschenen coalitieakkoord sport en bewegen door. Een tel later tikt hij als begeleidende tekst in: ‘we hebben een beweeg- en gezondsheidscrisis in ons land, maar blijkbaar hebben ze dat in het stadhuis niet door.’

Een etmaal later, thuis in de woonkamer in de wijk Schothorst, gaat de sportbezeten Amersfoorter, rap van tong, verder los. Zijn aanklacht in het kort samengevat: Amersfoort heeft een houtje-touwtje sport- en beweegbeleid. Overigens is dat niks nieuws onder de zon, meent Borsten. ‘Er borrelde bij mij een gevoel van déjà vu op toen ik het coalitieakkoord onder ogen kreeg. We geven 50 euro per bewoner aan sport uit, dat is onderkant, dan neem je de sport niet serieus. Sport is andermaal het sluitstuk en de hele structuur is gebaseerd op vrijwilligheid. En dat terwijl de algehele tendens is dat vrijwilligers bij verenigingen en sportevenementen bij bosjes wegvallen. De weg waarop we ons momenteel begeven, is doodlopend.’

Ultra-atleet
De liefde voor het hardlopen ontpopte zich toen Mik op zijn 16e ging boksen. ‘Ik vond hardlopen een leuk trainingsonderdeel van het boksen. Op een gegeven moment heb ik mij volledig op het hardlopen gestort en liep ik op mijn 20ste mijn eerste marathon.’ Inmiddels heeft hij al ruim 130 marathons afgelegd, zo ook een flink aantal ultralopen en ultratriatlons. Sporten doet hij naar eigen zeggen elke dag. ‘Ik ben nou eenmaal geen type dat stil kan zitten.’
De Amersfoorter werkt sinds 2016 voor de WMO-dagbesteding Sport. Hiervoor was hij 30 jaar werkzaam als sporttherapeut in de psychiatrie. Borsten, afgestudeerd fysiotherapeut, was een van de eerste therapeuten die hardlopen tegen depressies succesvol in heeft gezet.
Afgelopen maart deed Borsten mee aan de gemeenteraadsverkiezingen als nummer 14 op de lijst D66. Met voldoende voorkeursstemmen hoopte hij in de raad te komen. Zijn missie mislukte. ‘Ik ben politiek actief geworden omdat ik de sport in Amersfoort wil stimuleren, want dat is dringend nodig.’

Omslag

‘Er moet’, vervolgt Borsten, ‘een omslag komen in denken – dat sport ook werk kan zijn. Ik ben de enige in Amersfoort die WMO-sport doet, daar klopt toch geen moer van! Er gaat driekeer zoveel geld naar cultuur dan sport, dat klopt niet. Zeker niet nu we na de coronacrisis in een beweegcrisis zitten. Sport moeten we veel meer zien als een essentieel onderdeel van het leven. Onlangs kwam naar buiten dat bij kinderen in de leeftijd van 13 tot 18 jaar het aantal beweegmomenten ontzettend afneemt. Hoe gaan we hen weer in beweging krijgen? De enige ingang is onderwijs: elke dag gym of sport geven, en het liefst uitdagend. We moeten van ‘in beweging komen’ echt een speerpunt maken. Het is broodnodig.’

‘De sportwereld zelf moet zich ook realiseren dat we in een transitie zitten. Verenigingen moeten zich nadrukkelijk afvragen wat ze nog wel en niet kunnen organiseren op basis van vrijwilligheid. Inclusie vind ik een mooi voorbeeld in deze. Willen we dat organiseren uitsluitend leunend op vrijwilligers? Zo ja, dan betekent dat als clubs een mooi grasveld krijgen of een atletiekbaan, de gemeente aan betreffende verenigingen ook bepaalde eisen mag stellen.’

Sportambtenaar

Het landschap sport moet anders worden georganiseerd, vindt Borsten. ‘Het grote probleem in Amersfoort is wat mij betreft dat er geen overall coördinerende partij is. Daarbij is toch van de gekke dat we op een stad van meer dan 150 duizend inwoners maar twee sportambtenaren hebben, dat is véél te weinig. We moeten er minstens zes hebben. Amersfoort zou een voorbeeld moeten nemen aan het veel beter georganiseerde Utrecht, die hebben twaalf sportambtenaren, een goed servicepunt sport en een olympisch steunpunt. Ik begrijp wel dat Utrecht niet te vergelijken is met Amersfoort, maar waarom dan niet de samenwerking zoeken met Utrecht.’

Borsten omschrijft het coalitieakkoord sport en bewegen (tien punten) als ambitieloos en ronduit vaag. ‘Het woord topsport komt niet één keer in de beleidsnota voor. Alles wordt op breedtesport gegooid. Oog voor de toplaag (lees: Femke Bol, Puck Pieterse) hebben we niet of nauwelijks. Amersfoort telt dertien voetbalclubs, waarom dertien in godsnaam? Alleen vv Hoogland – hoewel dit seizoen gedegradeerd uit de derde divisie – speelt op een redelijk niveau, de rest niet. We hebben voetbalverenigingen met een marginaal ledenaantal, maar desondanks blijft de gemeente ze faciliteren, waarom durft niemand daarin keuzes te maken. Laten we vastleggen dat we in 2026 nog maar zes sterke en gezonde voetbalverenigingen hebben. Zo’n clubje als Posthoorn of HVC, dat kan toch niet meer? Mijn oplossing? Ik denk dat je naar omni-achtige sportclubs toe moet.’

Borsten had liever gezien dat er harde afspraken in het coalitieakkoord hadden gestaan. ‘Nu is het vaagheid troef. In het akkoord beginnen zinnen met: ‘we zoeken mogelijkheden, we werken aan, we stimuleren… Concreet wordt het kortom allemaal niet. Je moet er dan ook niet van opkijken dat van die tien genoemde punten weinig of niets terecht komt.’

Gevraagd naar voorbeelden van harde afspraken somt de Amersfoorter op: maak bindende afspraken wat je met dertien voetbalclubs wil. Maak bindende afspraken hoe je de verhouding tussen sport en cultuur ziet qua financiering. Maak duidelijke afspraken wat de opdrachten zijn van buurtcoaches. Dat alles móet je vastleggen.’

Wat betreft de buurtcoaches zegt Borsten: ‘Nu moet de gemeenteraad de opdrachten goedkeuren die de buurtcoaches zelf hebben geschreven. Dat is toch de omgekeerde wereld. De gemeente moet de contouren maken en de buurtcoaches voeren uit.’

Gesloten sportparken

Nog zoiets: sportparken die de hele dag hermetisch afgesloten zijn. Het is Borsten een doorn in het oog. ‘Hier op korte afstand van mijn huis ligt een prachtige atletiekbaan maar een groot deel van de dag is het hek op slot. Waarom? Stel het open voor gebruik.

Het sportpark van CJVV is het enige sportpark in Amersfoort dat elke dag voor iedereen toegankelijk is. Ik kom daar elke week met mijn patiënten om te sporten. Het bruist daar. Er wordt gevoetbald en mensen rennen er rondjes. Kijk, daar word ik blij van, daar worden de beoefenaars blij van. Nu gaan we van sportpark Zielhorst een open plek maken. Dat is toch geen handige locatie? Als gemeente moet je heel goed kijken welke sportparken geschikt zijn om dagelijks open te stellen, maar dan moet je ook wel een plan hebben.’

Amersfoort heeft volgens Borsten één sportaccommodatie van allure, het Amerena zwemcomplex. ‘Maar we doen er nagenoeg geen moer mee. Ja, onlangs hebben we het NK langebaanzwemmen gehad, maar er moest flink om geld worden geleurd om het überhaupt te kunnen organiseren.’

Hij merkt tevens spottend op: ‘Het zwembad is uitgerust met een mooie toren, maar er springt nooit iemand van af. Ach, met zo’n mooi zwembad in de stad, op zo’n goede, makkelijk bereikbare locatie bovendien, moet je toch meer topevenementen organiseren.’

‘Maar afgezien van het gebrek aan sportambitie in Amersfoort, vind ik het verontrustend dat er op het stadhuis weinig of geen besef is dat we ons in een beweeg- en gezondsheidscrisis bevinden. De gemeente zou veel meer moeten faciliteren om mensen aan het bewegen te krijgen. Sport kan zoveel goeds voor mensen betekenen.’

Toch geeft hij de kakelverse wethouder sport Ben van Koningsveld (CDA) het voordeel van de twijfel. ‘Hij is een sportieve vent, hij loopt hard, hij fietst en werkt in de zorgsector. Hij heeft alle expertise in huis om van Amersfoort een beweegvriendelijke stad te maken. Ik ben benieuwd.’