Annemiek van Vleuten breekt in ‘de hel’ bekken en schouder

Wielrennen Redactie

Annemiek van Vleuten heeft zaterdag in Parijs-Roubaix haar bekken op twee plaatsen gebroken plus een schouderbreuk opgelopen. Dat is de conclusie na uitgebreid onderzoek in het Rijnstate Ziekenhuis in Arnhem. De renster van Movistar klapte in ‘de hel van het noorden’ op zo’n vijftien kilometer van de finish tegen de grond. Op haar website beschrijft ze de gebeurtenissen. ‘Twee meiden van Parkhotel Valkenburg gleden weg. Ik moest in de remmen en viel.’

Ze had lang getwijfeld of ze wel van start zou gaan in de kasseienklassieker. ‘In april had ik het niet gedaan, nu in oktober dacht ik dat ik het risico wel kon nemen.’ Nog voor de eerste kasseistrook was ze al op achterstand gekomen. ‘Het was daar een groot gevecht om van voren te zitten op de eerste sectie. Ik zat achter een valpartij, kon wel verder maar mijn koers was eigenlijk al gedaan. Toch wilde ik hem uitrijden om het een keer meegemaakt te hebben. Nu baal ik heel erg dat ik niet gewoon ben afgestapt.’

Een succesvol seizoen, ze werd in Tokio olympisch kampioen tijdrijden en pakte het zilver in de wegwedstrijd, eindigt zo in mineur. ‘Ik vond het heel erg om te horen dat ik de komende tijd aan mijn bed gekluisterd ben. Inmiddels is in het Rijnstate gelukkig gebleken dat dat niet hoeft. Er is geen operatie nodig. Ik mag me voortbewegen met wat krukken. Dat zal nog wel lastig worden, want door de schouder kan ik bijna niks doen en zal op krukken lopen wel ingewikkeld worden.’

 

Spekgladde kasseien

Bij de manneneditie kon Dylan van Baarle geen rol van betekenis spelen. De Veenendaler had van te voren al te kennen gegeven te vrezen voor regen en die kwam er waardoor de kasseien spekglad werden. Sommige stroken stonden zelfs blank. De renners die de wielerbaan van Roubaix bereikten zaten van top tot teen onder de modder. Mathieu van der Poel werd met de derde plaats de beste Nederlander. De Italiaan Sonny Colbrelli, eerder al Europees kampioen, zegevierde voor de jonge Belg Florian Vermeersch.