Annemiek van Vleuten magistraal op stoffige Toscaanse zandpaden

Wielrennen Hans van Ommeren

’t Giet aon! In een bloedheet Toscane gingen de gedachten van Nederlandse wielerfans even naar de Elfstedentocht. Eindelijk was het echt koers, na een paar opwarmertjes in Spanje mocht het wielerpeloton zich uitleven op de zand- en grintpaden van de Strade Bianche. In wolken van stof ontbond Annemiek van Vleuten haar duivels. De wereldkampioene was niet bij te houden en won net als vorig jaar. Compleet kapot bleef ze minuten op de grond zitten.

De afgelopen dagen was in verschillende eendagswedstrijden in Spanje gebleken dat de coronabreak de vorm van Van Vleuten niet had aangetast. De kopvrouw van Mitchelton-Scott ging drie keer van start en kwam evenzo vaak als eerste over de finish. De Strade Bianche is evenwel met geen enkele andere koers te vergelijken. Het peloton ploetert door de Toscaanse heuvels over flink wat  onverharde wegen die meer weg hebben van gravelstroken.

Daardoor heeft de Strade Bianche hoewel hij nog niet zo lang op de kalender staat, nu al de status van een klassieker. Het woord ‘heroïek’ zweeft van start tot finish boven de koers. Een sprinter heeft niets te zoeken op de korrelige ondergrond, bijna altijd komt de winnaar solo aan na een uitputtingsslag. Dat Annemiek van Vleuten vorig jaar triomfeerde wekte bij weinigen verbazing. De geboren Utrechtse (Vleuten) kan afzien als de beste.

 

Fiets Ellen van Dijk gestolen

Een week na haar eerste zege dit seizoen, eind februari in de Omloop Het Nieuwsblad, wilde Van Vleuten graag in haar regenboogtrui de Strade Bianche naar haar hand zetten, maar corona gooide roet in het eten. Zaterdag was de herkansing. De dag begon slecht voor de vrouwenequipe van Trek-Segafredo. ’s Nachts werd ingebroken in de vrachtwagen van de Amerikaanse ploeg en er werden zes racefietsen gestolen, waaronder die van Ellen van Dijk. Het was de Woerdense – en haar ploeg – al eens eerder overkomen en wel ruim een jaar geleden in de Lotto Thüringen Ladies Tour.

Nu vertrok Van Dijk, wier rol het was kopvrouw Elisa Longo Borghini fris naar de finale te loodsen, op een fiets van Koen de Kort, renner van het mannenteam. Ze bleek zich snel te kunnen aanpassen en liet zich herhaaldelijk aan het front zien. Van Dijk maakte deel uit van een kopgroep van elf rensters die voor de eerste serieuze schermutselingen zorgden. Een kopgroep van voornamelijk outsiders, de kanonnen hielden zich heel lang gedeisd.

Door de droge en warme omstandigheden werden de rensters geregeld geconfronteerd met wolken van stof. Op 45 kilometer van de finish glipte de Spaanse Margarita Garcia weg uit de kopgroep en bouwde een voorsprong op van liefst vijf minuten. De kopgroep verbrokkelde, steeds meer rensters moesten lossen en ineens was daar Van Vleuten die in haar eentje de oversteek had gemaakt.

 

Niet op gerekend

Maar was het niet te laat? Met nog 16 kilometer te gaan had de Spaanse nog altijd een gat van drie minuten. Van Vleuten ging echter zo te keer op de steilste stukken dat ze de dappere vluchtster bijtijds in de kraag vatte. De brede lach van Garcia verried dat ze dolblij was met haar tweede plaats. De Amerikaanse Leah Thomas werd derde, Anna van der Breggen vierde en Marianne Vos zesde. Ellen van Dijk, die in de kopgroep de achtervolging op gang had proberen te brengen maar weinig steun kreeg, eindigde als zeventiende.

Van Vleuten gaf toe dat ze er eigenlijk niet meer op had gerekend. ‘Ik was bang dat mijn kansen verkeken waren. Maar hoe zwaarder het is, des te beter is het voor mij. En zwaar was het, en warm.’

Toen ze hoorde dat Garcia alleen weg was – ploeggenote Amanda Spratt zat in de aanvankelijke kopgroep – ging Van Vleuten vol in de aanval. En ook al zat ze er op de finish helemaal doorheen, ze had genoten van het moment dat ze kon juichen. Met één hand. De ander bleef voor de zekerheid aan het stuur.