Benen nog altijd het belangrijkst bij aanval op werelduurrecord

Boekrecensie Hans van Ommeren

Het werelduurrecord heeft altijd een grote aantrekkingskracht uitgeoefend. Tal van coureurs probeerden er hun reputatie mee op te vijzelen of te bevestigen. Sommigen beten hun tanden stuk, anderen zoals Eddy Merckx en Francesco Moser vermorzelden de oude afstand. Maar of het nu een geslaagde poging werd dan wel een mislukte race, altijd speelden omstandigheden een rol. Een piste op grote hoogte, een ossekopstuur, dichte wielen, kleding die de luchtweerstand doet verminderen, het zijn factoren die van invloed zijn.

Het leidt tot de intrigerende vraag of een modale renner met behulp van wetenschappelijke gegevens in een uur de langste afstand ooit kan afleggen.

Voor wielerromantici een horrorscenario, schrijft Jurgen van Teeffelen in zijn boek Het maakbare uur. Centraal daarin staan renner Dion Beukeboom en bewegingswetenschapper Jim van den Berg, zelf oud-renner. Beukeboom heeft als renner geen staat van dienst waar je u tegen zegt. Hij boekte aardige resultaten als amateur, reed met Jan-Willem van Schip in koppelkoersen op de baan. Toch bereidde hij een serieuze poging voor het huidige werelduurrecord van Bradley Wiggins te verbeteren. De Britse oud-Tourwinnaar die op de baan Olympisch goud veroverde, kwam tot 54.526 meter.

 

Glas bier

Geen flonkerend palmares dus van Beukeboom, wel beschikt hij over een goede houding op de fiets ondanks zijn lengte van ruim twee meter. Frans Slaats, de laatste Nederlander die ooit het record in handen had noemde ‘een mooie zit’ een pré. In 1937 kwam de Waalwijker tot 45.485 meter op de wielerbaan van Milaan. ‘Als ik aan een achtervolging bezig was, kon je een glas bier op mijn rug zetten. Aan de finish was er dan geen druppel gemorst.’

Het boek staat vol sappige weetjes en anekdotes. De Utrechtse auteur duikt de historie van het uurrecord in, maar richt de blik ook op de huidige tijd met termen als vermogen, luchtweerstand, windtunnels en computermodellen.

Maar of het nu om het verleden of het heden gaat, van alle tijden is het begrip aerodynamica. Voor elke renner die zich aan zo’n poging waagt bijna een obsessie. Uiteraard heeft Beukeboom een Calimerohelm, terwijl hij zich in een Spiderman-pak perst, dat als een corset om zijn lange lijf gekneld zit. Zijn blonde krullen mogen niet in zijn nek wapperen, daarom is een bezoek aan de kapper een must voor het verkrijgen van een betere stroomlijn. De geruchten gaan dat er zelfs renners zouden zijn die beide sleutelbenen willen breken om nog aredymnamischer op de fiets te zitten.

Een uur lomp trappen, zo verwoordde Dion Beukeboom vooraf zijn stoutmoudige poging. Een poging die niet het gewenste resultaat opleverde. Hij kwam 1769 meter tekort. Waar het aan schortte wordt niet duidelijk, feit is dat een val een jaar eerder op de wielerbaan van Dublin de Nederlander parten speelde. Tijdens de recordpoging zou zijn lichaam scheef hebben gestaan, er was sprake van een hoogteverschil tussen de twee zitbotten. Na het uur was zijn zitvlak helemaal aan gort.

De wielerromantici kunnen in elk geval opgelucht ademhalen. Ondanks alle wetenschappelijke hulpmiddelen blijft één factor van doorslaggevend belang. Het zijn nog steeds de benen die het moeten doen. Gelukkig maar.

Het maakbare uur, Jurgen van Teeffelen. Harper Collins, 19,95 euro.