Bewegen kan, juist ook met een beperking

Aangepast sporten Redactie

‘Let er bij mensen met een visuele beperking op dat er geen losse spullen op de grond liggen’. ‘Laat bij mensen met een auditieve beperking vooraf beeldmateriaal zien van de sport- of beweegoefening’. ‘Betrek een buurtsportcoach voor advies, ondersteuning en doorverwijzing bij mensen met een chronische aandoening’. Zo maar enkele adviezen voor begeleiders die de diverse groep mensen met een beperking naar een gezond en veilig sportklimaat te moeten krijgen. Sommige (aankomende) sporters ervaren sport of bewegen echter helemaal niet als een positieve ervaring.

Voor personen met gedragsproblemen kan het bijvoorbeeld ook negatieve ervaringen opleveren, wanneer iemand ADHD heeft en frustratie bij de sport- of beweegactiviteit ervaart. Mensen met niet-aangeboren hersenletsel kunnen juist weer veel baat hebben bij sport en bewegen omdat dit het herstel kan bevorderen.

Voor de zeer heterogene groep geldt dat er goed rekening gehouden moet worden met de aard en ernst van de beperking. Het is belangrijk om aangepaste en toegankelijke accommodaties te hebben waar mensen met een lichamelijke beperking terechtkunnen. Van trainers en begeleiders mag verwacht worden dat zij (enige) kennis van de beperking hebben zodat mensen in een veilige omgeving kunnen sporten. Tenslotte geldt dat er altijd overleg met de sporters moet zijn over wat mogelijk is en wat zij willen. Soms heeft de persoon met een beperking meer mogelijkheden dan hij of zij in eerste instantie dacht of overschatten zij zichzelf waardoor meer kans op blessures ontstaat.

 

Hoe bereik je de groep?
Naast directe verenigingen of stichtingen, kunnen mensen met een beperking ook indirect worden bereikt, via de huisarts, sociale wijkteams en fysiotherapeuten. Buurtsportcoaches hebben vaak (een deel van) de doelgroep al in beeld. Daarnaast kennen instanties die het uitlenen van hulpmiddelen regelen (zoals een rolstoel) hun cliënten goed.
Ervaringsdeskundigen hebben in kaart gebracht waar de verschillende groepen tegenaan lopen en waar ze baat bij hebben.

BeperkingHindernissenTips
Sport en bewegen voor mensen met een verstandelijke beperking• Het vervoer van en naar de sportlocatie • Communicatie tijdens sport verloopt moeizaam • Mensen met een verstandelijke beperking ervaren dat ze binnen de groep of vereniging niet worden geaccepteerdBied veel structuur en regelmaat in de activiteiten aan; • Geef veel complimenten, beloon goed beweeggedrag; • Herhaal oefeningen veelvuldig en regelmatig, zodat de persoon went aan de activiteit en steeds meer invloed op het spel heeft en/of de activiteit kan uitoefenen; • Kijk goed naar de sporter zelf om te kijken wat hij of zij leuk vindt en speel daarop in.
Sport en bewegen voor mensen met een chronische aandoening• Gebrek aan energie • Iemand is niet gewend om te sporten of bewegen • Angst om de sport of het bewegen niet vol te houden • Angst voor vallen of letsel • Het ervaren van pijn• Overleg met de sporter zodat duidelijk is wat de kenmerken zijn van de beperking en welke mogelijkheden de sporter heeft. Hanteer als leidraad: normaal wat normaal kan, speciaal wat speciaal moet.
• Let goed op dat iemand niet overbelast raakt, vooral wanneer de beperking recent is. Overschatting (maar ook onderschatting) kan dan sneller plaatsvinden.
Sport en bewegen voor mensen met niet-aangeboren hersenletsel • Mentale drempel om na het hersenletsel weer te sporten • Niet meer oude sport kunnen beoefenen • Angst voor aansluiten bij nieuwe groep• Zorg voor een prikkelarme omgeving, waar geen radio aanstaat, geluid gedempt is en het niet te druk is; • Een focus op wat mensen nog wél kunnen in sporten en bewegen; • Een sterk netwerk dat voor begeleiding en steun zorgt als het even wat minder goed gaat.
Sport en bewegen voor mensen met gedragsproblemen en/of autisme spectrum stoornis• Angst voor het onbekende • Problemen bij het aangaan van sociale relaties • Vervoer naar de activiteit (vooral op cluster 4 scholen)• De activiteit in kleine stappen aan te bieden en de opdracht te herhalen; • Duidelijke regels te geven en deze strikt te hanteren; • Tijdens de activiteit veel positieve feedback en steun te geven
Sport en bewegen voor kinderen met een beperking• Geen zin om te sporten • Geen tijd om te sporten • Onbekendheid met de mogelijkheden • Door negatieve ervaringen niet meer willen sporten • Onvoldoende sportmogelijkheden in regio • Begeleiding tijdens activiteit is onvoldoende • Juiste hulpmiddelen voor sport zijn niet voorhandenDeze kinderen krijgen vaak op speciaal onderwijs en bestaat uit kinderen met een visuele, auditieve, motorische of gedragsbeperking (zie elders in deze tabel de tips die daarbij horen). Het is voor deze kinderen met een beperking belangrijk dat zij ervaren hoe leuk sport en bewegen kan zijn en dat zij, ondanks hun beperking, tot veel in staat zijn. In sport kunnen zij hun talenten ontdekken en zelfvertrouwen opdoen.
Sport en bewegen voor mensen met een visuele beperking• Beperkt oriëntatie vermogen tijdens het sporten, dit kan erg vermoeiend zijn. • Vaak afhankelijk van anderen, die niet altijd bereikbaar of beschikbaar zijn. • Angst om de controle te verliezen of angst voor letsel tijdens het sporten. • Bezorgdheid van familieleden over veiligheid of onderschatting van de fysieke mogelijkheden.• Zorg dat je een hoorbaar teken afspreekt om de aandacht van de persoon te trekken. Probeer beeldspraak te gebruiken of laat de persoon de oefening voelen zodat de sporter goed begrijpt wat wordt bedoeld.
• Zorg dat op de vloer geen losse spullen liggen, zodat de sporter vrij kan bewegen. Gebruik felle kleuren wanneer de sporter nog wat zicht heeft en laat de sporter tegen de lichtrichting spelen.
Sport en bewegen voor mensen met een auditieve beperking• Door evenwichtsstoornissen of beperkte lichaamsbeheersing zijn beweegactiviteiten soms onprettig en/of beangstigend. • Communicatieproblemen bij het sporten met horende sporters en trainers. • Gevaarlijke elementen van sport, zoals een bal die het gehoorapparaat kan raken. • Gebrek aan familie, vrienden of kennissen om samen mee te sporten • Spreek een duidelijk signaal af om iemands aandacht te trekken.
• Duidelijk spreken, gebarentaal en/of een oefening voordoen, kan de sporter helpen om de opdracht beter te begrijpen. Het helpt als de sporter de oefening eerst bij een andere sporter kan zien. Beeldmateriaal op een tablet kan hierbij helpen.

Bron: Kenniscentrum Sport