Bilthovense wil zwemmend, fietsend en lopend Amerika doorkruisen

Triatlon Jurgen van Teeffelen

Het berichtje over een nieuwe triatlon in de Verenigde Staten, genaamd de Trans Am Triathlon of afgekort TransAmTri, boorde een mengeling van nieuwe energie en oude herinneringen bij Eijkelboom aan. ‘Hé, dat is leuk’, dacht ik toen ik het las: fietsen met je eigen spullen, zelf je eten en slaapplekken onderweg regelen, van A naar B langs een mooi landschap. Vandaag in deel twee van het interview legt de Bilthovense uit hoe het nieuwe avontuur, in Amerika dit keer, er uit zal gaan zien.

Eijkelboom plakte er meteen een motto aan vast: Think Big. Op 19 mei gaat het gebeuren, stipt om 8.00 uur ‘s ochtends zal ze Swim Lake Cane in Orlando induiken voor het zwemonderdeel. Het is een select gezelschap waar Eijkelboom zich bij aansluit. Volgens de website hebben zich inmiddels zestien atleten uit alle windstreken aangemeld. Dertien mannen en drie vrouwen. Van de meesten is hun cv met daarop een indrukwekkende lijst van ultra-inspanningen, zoals tienvoudige triatlons, te lezen. Eijkelboom heeft het kort gehouden. ‘Pushes her boundaries in search for adventures’ staat naast haar foto genoteerd. ‘Ik schrok er eerlijk gezegd wel een beetje van’, vertelt ze. ‘Wat sommigen hiervoor al gedaan hebben. Nee, daar ga ik maar niet teveel naar kijken. Hoewel ik wel een Engelse ken die meedoet, ga ik verder geen contact met haar of andere deelnemers zoeken. En ook niet met de organisatie. Mijn naïviteit zie ik als mijn sterkte. Ik wil het zelf op mijn manier gaan aanpakken. Mijn intrinsieke gevoel van ‘ik kan dit’ is voor mij leidend. Of ik eigenwijs ben? Ja, enorm.’ Tijdens het uitspreken van die laatste woorden verschijnt er een grote glimlach op het gezicht.

Volgens de regels moeten de deelnemers binnen 28 dagen weer aan de westkust zijn. Of Eijkelboom dat gaat redden? Ze haalt haar schouders op. ‘Ik heb geen idee maar ik maak het sowieso af. Op de site stond eerst dat we 2700 mijl moesten fietsen maar dat werden er plotseling 3100. Maar die 28 dagen, die zijn gewoon gebleven.’ Eijkelboom weet zich inmiddels omringd door een team van vier beste vrienden die aan het uitzoeken zijn waar zich langs de fietsroute supermarkten, tankstations en fietsenmakers bevinden. Op de fiets wil ze zo weinig mogelijk ballast mee hoeven sjouwen. Geen grote fietstassen dus, het frame biedt ruimte om spullen in te stoppen. De tent blijft thuis, een bivakzak moet volstaan. Waar ze gaat slapen? ‘Een camping of eventueel een keer een hotel als dat echt nodig is. Maar ik ga er niet teveel voor omfietsen hoor. Het liefste slaap ik bij de mensen thuis, of in hun tuin. Een parkje of een brandweerkazerne, ik zie het wel. Eigenlijk wil ik ’s nachts niet te veel slapen, een paar uur moet genoeg zijn. Want ik vind het fantastisch om ’s nachts te fietsen, het is dan ook minder warm. En overdag af en toe een powernap. Ik moet niet onder een auto komen. Veiligheid voor alles’, verklaart ze op besliste toon.

 

Checklist

De mega afstand van het fietsen en dit helemaal onbegeleid: het maakt de TransAmTri onvergelijkbaar met de Arch2Arc. In de aanloop naar die inspanning vertelde Eijkelboom de Utrechtse Sportkrant dat ze volledig op haar begeleidingsteam moest vertrouwen omdat ze na een paar uur onderweg niet helder meer kan nadenken en geen beslissingen nemen. Hoe gaat ze dat nu doen? Eijkelboom knikt: ‘Klopt, dat was uniek aan de Arch2Arc. Tijdens de TransAmTri doet het team weer een stapje terug want fietsen mag ik helemaal alleen doen. Ik ben de fiets nu al flink aan het testen. De huidige buitenbanden zijn bijvoorbeeld niet handig want die krijg ik er amper af. Dat moet anders. Er zit een powerhub in het voorwiel, maar kan die genoeg stroom leveren voor mijn lampen en mijn telefoon? En sowieso ga ik lijstjes maken zodat ik precies weet wat ik bij iedere stop moet doen: checken of ik genoeg water en eten heb, toiletbezoek, mijn rekoefeningen.  Dit is wel nodig hoor. Toen ik ooit de Mont Blanc trail liep, bleek ik na een stop gewoon mijn stokken en bidon te zijn vergeten. Zoiets moet ik in mei niet meemaken.’

Eijkelboom kijkt op haar horloge. Genoeg gepraat, ze moet de fiets weer op. Naar langlaufspecialist Vasa in Cothen, waar ze vier dagen in de week werkt. Eijkelboom sluit niet uit dat ze een omweg gaat nemen.

 


Lees hier het eerste deel van het interview terug. Daarin vertelt Jacomina Eijkelboom hoe het zo ver kwam dat ze wederom een enorme uitdaging aan gaat.