Bizar

Basketball Column Pim van Esschoten 'Eindsignaal'

Het kan. Nagenoeg zónder geld begonnen een aantal basketbalmaffe Utrechters in 2006 met UBALL, met Peter Meurs voorop. De jonge talenten trainen twee keer per dag in nauwe samenwerking met drie middelbare scholen. Steun van basketbalbond NBB was er nooit. Toch kwamen er successen. Er werden titels gepakt, spelers werden jeugdinternational en gingen naar universiteiten in de VS.

Pim van Esschoten

Eigenaar Rob Veldhuis van Sportcentrum Oudenrijn besloot zelfs helemaal te gaan voor basketbal en verbouwde zijn sporthal tot een klein basketbalparadijs. Ook met steun van de gemeente nog altijd een risico voor Veldhuis. De droom is dan ook dat – in de nabije toekomst – Utrecht in de Dutch Basketball League gaat spelen.

Echt, er bloeit iets moois daar in Oudenrijn.

Dat bouwwerk van noest vrijwilligerswerk en particulier initiatief staat niet meteen op instorten. Toch is er een dreiging, die nota bene door de NBB is veroorzaakt. Omdat Oranje zich in 2015 na decennia van droogte weer eens voor een EK had geplaatst, zag NOC*NSF weer brood in het Nederlandse basketbal.

Voorwaarde was wel dat de NBB een gedegen jeugdbeleid zou hebben, waarbij de bestaande vier academy’s werden uitgebreid naar vijf. Om een lang verhaal kort te maken; de academy’s van Weert, Groningen en Zwolle konden verder gaan, nu mét financiële steun.

En Utrecht, UBALL dus, verliest die status. Vanwege de regionale spreiding krijgen Amsterdam en Rotterdam de status wel, hoewel voorheen géén academy.

Daar sta je dan. Genaaid? Peter Meurs, technisch directeur bij UBALL, wil zover niet gaan: ‘Ik ben vreselijk teleurgesteld, dat wel.’ Juist ja, genaaid dus.

UBALL verliest nu de status van regionaal trainingcentrum (RTC) bij NOC*NSF, de ondersteuning vanuit de VSU en de spelers uit wijde omgeving van Utrecht verliezen hun status als LOOT-scholier.

Toch willen die scholen doorgaan, vertelt Peter Meurs. Ook de coaches blijven en de teams spelen ook komend seizoen gewoon in de hoogste jeugddivisies. De ramp is dus te overzien.

‘Tenzij,’ zegt Meurs, ‘alleen spelers van de academy’s voor nationale jeugdteams worden geselecteerd. Als er zo’n regel komt, stromen onze beste talenten naar die academy’s. Dan zakt de boel in.’

Het is bizar. Je loopt meer dan tien jaar je benen onder het lijf vandaan uit pure liefde voor de sport, zet een prima jeugdopleiding neer zonder ooit een cent steun van de bond. En diezelfde bond, die nooit werk heeft gemaakt van talentontwikkeling, zet een prachtig voorbeeld van eigen initiatief zo aan de dijk.