Bol en Schippers zetten stappen richting Tokio

Atletiek Pim van Esschoten

Op een kille middag in Hengelo, waarop de show werd gestolen door Sifan Hassan met haar fabuleuze wereldrecord op de 10.000 meter, zetten Femke Bol en Dafne Schippers belangrijke stappen op weg naar Tokio en de Olympische Spelen. De eerste met groot zelfvertrouwen, de tweede met hoop. Voor Schippers staat het licht nu op groen om voluit te mogen starten. ‘En dat licht wordt steeds groener,’ ze zei na haar 11.15 seconden op de 100 meter.

Knie- en (vooral) rugproblemen spelen Schippers al langer parten. Ze heeft, in haar eigen woorden, ‘goede en minder goede dagen’ in de training en kon ook maandenlang geen starts maken. Ze is nu dus weer zover dat het weer kan. Of dat allemaal op tijd komt voor Tokio? ‘Ik kan er komen, dat vertrouwen heb ik wel. Ik moet er gewoon slim mee omgaan.  In Tokio hoop ik dan weer tegen anderen te strijden, niet tegen mezelf.’

Schippers (28) is inmiddels ook te ervaren om te schrikken van de Britse Dina Asher-Smith, die haar positie als Europa’s snelste sprinter heeft overgenomen, die in dezelfde race tot 10.92 kwam. ‘Tuurlijk wil ik ook weer die tijden lopen, maar dat gaat nu nog niet.’ Bovendien, Schippers omschrijft zichzelf als een diesel; ze komt aan het begin van een seizoen altijd wat moeizaam op gang. Ze heeft races nodig en liep daarom eerder op de middag in het voorprogramma mee in een nationale serie. Ze kwam tot 11.22 seconden. ‘De tweede start was al een beetje beter dan de eerste.’

 

Bol

In de jaren dat Schippers de grote ster van de FBK Games was, zat Femke Bol nog op de tribune. Als fan. Als een komeet schoot de Amersfoortse de afgelopen twee jaar omhoog op de ranglijsten. Het afgelopen zomerseizoen – hoe weinig wedstrijden er uiteindelijk ook konden worden gehouden – eindigde ze op de 400 meter horden met 53.79 seconden zelfs op plek één van de wereldranglijst 2020. Afgelopen winter veroverde ze de Europese indoortitel op de 400 meter, alsmede het goud op de 4×400 estafette.

Voor dit jaar heeft ze een plan, dat in Tokio tijdens de hordefinale moet leiden tot iets heel moois. Na elke horde wil ze steeds in vijftien stappen naar het volgende obstakel vliegen, zodat ze ook steeds met haar favoriete opzwaaibeen over die horde kan springen. Dat plan vraagt veel van een atlete, vooral in het laatste deel van de race als de verzuring in de benen toeslaat. Maar in dat tweede deel ligt juist haar grootste kracht.

Het plan voor Hengelo was om het in ieder geval tot halverwege die vijftien passen te maken. En zo hard als mogelijk te gaan. Dat lukte, daarna liep het minder vloeiend, werd het een beetje een rommeltje. ‘Dat ging niet zoals ik vooraf dacht,’ moest ze toegeven. ‘Maar met de tijd van 54.35 kan ik natuurlijk niet ontevreden zijn.’ Bol (21) zit met een lang geen perfecte horderace al dicht op haar toptijd van 2020. Donderdag in Florence kan ze, net als Dafne Schippers, nieuwe stappen zetten richting olympische topvorm.

In de schaduw van de grote namen, liep N’Ketia Seedo naar een bescheiden 11.37 seconden op de 100 meter. Ze heeft Tokio nog uit haar hoofd gezet (als estafetteloopster), al richt ze zich meer op de EK -20. ‘Gods timing is goed. Hij heeft een plan voor me.’ De Olympische Spelen komen misschien wel te vroeg voor haar. Nadat ze twee jaar terug opzien had gebaard als de op één na snelste juniore (-18) ooit op de 60 meter, verstoorden hamstringklachten haar progressie. Maar Seedo liet op de wat koude middag in Hengelo weten geen haast te hebben: ‘Ik word morgen achttien jaar…’ Haar tijd komt nog wel, weet ze. Ze moet sterker worden, de fysieke balans moet beter. ‘Mijn lichaam kan mijn snelheid niet aan,’ zei ze.