Boulderen is een ‘doe-ding’

Boulderen Edwin Stoel

Boulderen wordt in Tokio olympisch, een goede reden om namens de Utrechtse Sportkrant een kijkje te gaan nemen in boulderhal Sterk. Ik wist wel ongeveer wat ik kon verwachten. Ik ben namelijk al heel lang lid van de KNBV (bergsportvereniging) waar boulderen onder valt. Ik verwacht een grote hal met rondom een muur van een meter of 4,5 hoog met grillige vormen en veel overhangen. Overal zijn daar dingetjes (grepen) aan geschroefd in veel verschillende kleuren.

Wanneer ik mij boulderen voorstel, denk ik aan een appelboomgaard met rijpe vruchten. Op elk moment valt daar een appeltje naar beneden, plof…plof…plof. Zo stel ik mij de hal voor. Overal hangen mensen in de muur (in Utrecht ruim 100 meter lang) en op elk moment valt er wel iemand uit, plof. Die valt dan op een heel dik matras en begint gewoon weer van onder af.

 

Finale

Op zaterdag 18 januari stond deel 2 (Boulder 2) van de Nederlandse titelstrijd op het programma. Bij mijn binnenkomst hangt er zo te zien niemand in de wand. De wedstrijd is net begonnen met de beste mannen en zes beste vrouwen. In het midden van de hal zitten mensen, een stuk of 150, op banken en stoeltjes en staren allemaal naar één punt. Even zoeken en jawel, daar kleeft een grote zwarte spin bovenin de route. Nog een keer goed kijken. Het is een meisje, maar ze lijkt uitsluitend uit armen en benen te bestaan. Zij staat met haar linkervoet op een minuscuul puntje dat uit de wand steekt. Ze probeert naar rechts over te stappen naar een ander puntje, ver weg. Ze heeft nergens echt houvast met haar handen. Het is een balanceeract. Voorzichtig verplaatst ze haar gewicht naar rechts.

Plofje.

Ze landt op het matras onder de klimwand. Het meisje is Sabina van Essen, helemaal in het zwart gekleed, uitkomend voor Team Mountain Network, 14 jaar oud, klein en tenger. 30 kilo? Snel klimt ze terug naar de plek waar het mis ging. Dat stukje van de route heeft ze inmiddels onder de knie. Dit keer komt ze verder. Het lukt om haar gewicht te verplaatsen naar haar rechtervoet. Haar rechterhand raakt de laatste greep (de top). Die moet ze met beide handen beet hebben om de route te voltooien. Het lukt niet. Ze glijdt weg.

Plofje.

Ze heeft haar vier minuten erop zitten. Deze keer kan ze de route niet uitklimmen. Maar een aantal anderen wel.

 

Jong

Nu kijk ik eens naar het publiek en zie meteen dat ik hier wel een opvallende verschijning moet zijn. Met mijn postuur val ik totaal uit de toon. Iedereen is jong of heel jong en iedereen zit strak in het vel. Een man met een microfoon probeert de boel wat op te peppen als de Utrechtse Jens de Louw de muur op klimt: ‘Allez, allez Jens, hou vast, allez.’ Dat leidt niet tot groot enthousiasme in de zaal, maar iedereen volgt het gebeuren wel aandachtig.

Wat ook opvalt is haar, hoofdhaar. Bijna iedereen heeft een gezonde haardos. Er hangt een beetje een alternatief sfeertje. Boulderen is dan ook een ‘doe-ding’, er is niet veel organisatie. Om mee te doen heb je eigenlijk alleen comfortabele kleding nodig.

Dit overpeinzend keer ik boulderhal Sterk de rug toe. De Spelen van 2020 in Tokio zijn een brug te ver, dat weet ik. Er wist zich immers voor ‘Japan’ geen Nederlander te kwalificeren. Maar in 2024? Dan kan het zomaar anders zijn.

 

Eerste plaats Team Mountain Network

Edith Savenije uit Bosch en Duin van team Top-It kwam bij Boulder 2 tot een negentiende plek. Team Mountain Network, dat traint aan de Blokhoeve in Nieuwegein, staat op een eerste plek. Het Utrechtse team Neoliet neemt een zesde plaats in. Door zijn vijfde plek neemt Jens de Louw na Boulder 2 in het algemeen klassement een achtste plek in. Savenije bezet een vijftiende plek bij de vrouwen. Noor de Witte neemt de achttiende plek in.

Het derde deel van de nationale titelstrijd wordt op 1 februari in Maastricht georganiseerd, waarna op 22 februari in Monk, Eindhoven, bekend zal worden wie zich Nederlands kampioen mag noemen.

 

Kijk voor meer foto’s op onze Facebook site.