Bu

Column Pim van Esschoten 'Eindsignaal'

En toen was er die foto op de website Nieuws030 van café De Wittevrouwenpoort, ruim veertig jaar geleden. Om je rot te schrikken, zoveel mensen opeen. Niks anderhalve meter afstand, ze stonden en zaten boven op elkaar, zonder mondkapjes. Midden in Utrecht! Waren we soms gèk geworden? Leefden we echt zo zorgeloos, onbezonnen – zagen we dan geen enkel gevaar?’

Pim van Esschoten

Dat krijg je er van als een mens iets te lang in een uitzonderingstoestand leeft. Dat weegt door in het hoofd, zogezegd. Al bijna twee jaar leven we volgens de adviezen, ventileren we vijf keer daags onze handen, wassen de mondkapjes stuk, werken we als het kan, zijn ziek als het moet en mogen we alleen naar Antwerpen mits in bezit van een zachte G… Er komt een moment dat je zelfs naar een leuke foto uit vervlogen tijden kijkt en denkt: dit klopt niet.

Ton van den Berg (van Nieuws030) verhaalt bij die foto over Bu Cats, stamkroeg voor veel Utrechtse sporters. Niet vermeld werden de basketballers van Déjà Bu (of Reeds Beschonken), ooit begonnen als DD’69 (van Dikke Dries) en dus later van barkruk gewisseld. In de geinclub rond Fred de Nijs en Bas de Haas – die in 1967 met SVE nog landskampioen waren geworden – deed ook Ron van Bavel mee. Als honkballer bij UVV was hij verantwoordelijk voor een van de meest memorabele momenten uit de Utrechtse sportgeschiedenis. Kan zó in het Utrechts Sportmuseum, zou dat bestaan. Tijdens een wedstrijd van een reserveteam stal Van Bavel het tweede honk. Niks bijzonders, honkballers doen het vaker. Alleen… hij kwam van het derde.

Een minder geniaal moment beleefde hij als basketbalcoach van een jeugdteam van UVV Daggers. Bij de prijsuitreiking van een toernooi in België werd hij uitgeroepen tot slechtste coach. Hij was twee dagen bu geweest.

Zo’n veertig jaar geleden kwamen de Amerikaanse honkballers van UVV graag bij Bu Cats over de vloer. Zoals ze het hele Nederlandse kroegleven heel bijzonder vonden (en soms iets té bijzonder). Later, op bezoek in Marlborough, Massachusetts, toonde Billy McGreevy zijn bar. Met trots. Gekocht na zijn jaren als binnenvelder bij UVV, maar zeker niet van het geld dat hij bij Ola verdiende, want dat was niet veel. Hoe dan ook, die bar was bruin. Er klonk Hazes. ‘Ik wil hier,’ zei McGreevy, ‘een sfeer als bij Bu Cats.’

Hoe zorgeloos, die foto. Iedereen had heel veel haar, kapsalons waren overbodig en ‘vooruitkijken naar de toekomst’ deden we niet. Het was goed zoals het was.