Buiten de lijnen: bijna 600 pagina’s smullen

Sportboek en -film recensie Hans van Ommeren

Otto Harder en Asbjørn Halvorsen zijn in de jaren twintig van de vorige eeuw ploeggenoten bij de Duitse voetbalvereniging Hamburger SV. Harder, een kolos van een vent ‘zo breed als een krantenkiosk’, opereert als robuuste spits, Halvorsen is de aangever op het middenveld. Ze zijn bevriend, de Duitser van 1892 en de zes jaar jongere Noor.

Tot Hitler aan de macht komt. In 1933 keert Halvorsen terug naar zijn vaderland. Zijn afscheidswedstrijd wordt door Harder, die al eerder is gestopt, bijgewoond in het zwarte uniform van de SS.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog drukken beiden hun stempel op de geschiedenis die de twintigste eeuw markeert. Harder, die Tull wordt genoemd naar – hoe ironisch in het licht van zijn nazi-sympathieën – een donkere Engelse spits, is kampbewaker. Zijn vroegere voetbalmaatje belandt juist als gevangene in verschillende (concentratie)kampen (‘je komt hier alleen uit via de schoorsteen van het crematorium’). Hij is opgepakt vanwege acties binnen het Noorse verzet en gedeporteerd.

Nooit komen de twee direct tegenover elkaar te staan, maar veel scheelt het niet. Wel overleven beiden de oorlog. Die laat wel diepe sporen na. Halvorsen is door alle ontberingen fysiek een wrak, Harder heeft na de oorlog 4,5 jaar cel gekregen en kan dat maar moeilijk verwerken. ‘Ich habe es nicht gewusst’, luidt zijn weinig originele verdediging, al werden onder zijn gezag de vaak gefolterde lichamen bij honderden afgevoerd dan wel verbrand.

 

Vergeten voetballers

Otto Harder en Asbjørn Halvorsen is een van de ruim 170 verhalen die zijn opgenomen in het boek Buiten de lijnen van Frank Heinen. Een dikke pil van liefst 566 bladzijden, vol met portretten van in vergetelheid geraakte voetballers. Op alle mogelijke manieren verzamelde de Utrechter zijn materiaal, online, uit internationale voetbalmagazines, maar ook uit films en documentaires. Hij ging daarbij grondig te werk. Want, zo leert Heinen, Harder is niet een geboren sadist, maar gevormd door de stokslagen van zijn vader en de gruwelen in de Eerste Wereldoorlog die van hem een gevoelsarme machine hebben gemaakt.

In feite is Buiten de lijnen een bloemlezing. Heinen had genoeg stof voor een dubbel zo dikke monsterproductie maar schrapte wanneer de originaliteit in het gedrang kwam of er in Nederland al over de voetballer gepubliceerd was.

De titels van de, soms heel korte, hoofdstukken spreken boekdelen: De man die zijn eigen schaduw dronken dribbelde (kon Lucky Luke ook voetballen?), Een geest tussen de palen (over een slechts 22 jaar geworden keeper met de sierduik van een zwaluw).

Heinen is bekend van onder meer het Eindsignaal bij Studio Voetbal. Hij schrijft in literaire tijdschriften als Hard Gras (voetbal) en De Muur (wielrennen), heeft verschillende boeken geschreven en wordt geroemd om zijn stilistische gaven. Terecht. Zijn taalgebruik is bloemrijk en pakkend, niet in de laatste plaats door zijn fascinatie voor tragiek, voor de zelfkant.

Buiten de lijnen is vanaf de eerste regel smullen en het houdt pas op wanneer je het laatste verhaal tot je hebt genomen. Soms begint het even te duizelen, zo bizar is de levensloop van de geschetste persoon.

Een aantal verhalen is van alle tijden. Voetballers die hun hele vermogen vergokten en aan de bedelstaf raakten of hun toevlucht namen tot oplichterij, zelfs een bank beroofden. Maar ook voetballers die meer oog hadden voor drank, vrouwen dan voor hun carrière en letterlijk in de goot eindigden.

Het boek gaat, zoals Heinen zelf in een voorwoord schetst, eigenlijk niet over voetbal. De bal is slechts het vehikel voor een dwaaltocht door het leven. Een leven dat tot grote hoogte kan klimmen, maar veel vaker, bijna onafwendbaar, de duistere diepte opzoekt.

 

Buiten de lijnen – De bijbel van vergeten voetballers. Auteur Frank Heinen. Uitgever Das Mag. Paperback, 566 pagina’s. 27,50 euro.