Burgemeester Jan van Zanen enthousiast zwemmer

Verhaal van een sporter: mijn sport Marie te Marvelde

Jan van Zanen, sinds januari 2014 burgemeester van Utrecht, werd in september 1961 geboren in Purmerend. ‘Nou, zeg maar Edam-Volendam’, zegt hij zelf. Strikt genomen baarde zijn moeder hem in het ziekenhuis in Purmerend, maar daar heb je het dan ook wel mee gehad. Als het gekund had, zou er vol trots Edam in zijn paspoort hebben gestaan. De familie Van Zanen is daar geworteld. De kleine Jan werd vernoemd naar opa Van Zanen. Hij was de oudste zoon. Er volgde nog een broer. Toen was het gezin  compleet.

Dat gezin waarin hij werd geboren was redelijk sportief, vertelt Van Zanen in zijn werkkamer, een arendsnest op de 20ste verdieping van het 21 verdiepingen tellende nieuwe stadskantoor. Hij heeft er een magnifiek uitzicht over Utrecht en ‘zijn Utrechters’, die hij al tijdens de periode dat hij hier in de gemeenteraad zat, vanaf 1990, en zijn wethouderschap van 1998 tot 2005, in zijn hart had gesloten. Nadat hij van 2005 tot 2014 burgemeester in Amstelveen was,  keerde hij terug naar Utrecht, dat inmiddels een tweede Edam, ofwel thuis, voor hem is geworden. Een echte Edammer kaaskop. Geen scheldnaam, maar een geuzennaam. Zijn grootvader en twee ooms zaten in de kaashandel. Zijn vader vormde daarop een uitzondering en was architect. Moeder Van Zanen was een waternimf, die alle zwembaden in en om Edam van binnen en van buiten heeft gezien.

 

Zwemmen

Het zwemmen is hem met de paplepel ingegoten; het zit in zijn genen. ‘Mijn moeder zwemt nog iedere week met vriendinnen.’ Als het enigszins kan stapt Van Zanen ‘s ochtends in alle vroegte op de fiets richting zwembad de Krommerijn, waar hij baantjes trekt om zich vervolgens naar het werk te haasten, waar hij bevlogen zijn functie als eerste burger van de stad vervuld.
Als hij terug gaat naar zijn jeugd laat hij weten dat sport niet zijn grote liefde was. ‘We deden op school aan volleybal, turnen en atletiek. Ik blonk daar niet bepaald in uit en werd altijd als laatste gekozen. Later veranderde dat, omdat het wel gezellig was mij erbij te hebben. Ik kan me ook nog een feestje op de lagere schol herinneren. Er werden lootjes getrokken waarop een vraag stond die je moest beantwoorden. Je gelooft het of niet, maar op mijn papiertje stond: Wat zou je doen als je burgemeester van Edam was?’ Edam moet het helaas zonder hem stellen.

 

Lagere school
Zwemmen leerde de kleine Van Zanen op de lagere school. ‘We gingen iedere woensdagmiddag met de bus naar Zaandam naar het zwembad. De eerste keer dat we daar naar toe gingen, hield in mijn onderbroek aan onder mijn zwembroek. Wist ik veel. Ik dacht dat hij droog zou blijven. Ik herinner me eindeloze vakanties aan zee in Schoorl, waar ik zandkastelen bouwde en in zee zwom. Mijn vader was geen waterrat. Hij nam met mee naar ‘zijn’ club EVC (Edamse Voetbal Club), waar hij tot op hoge leeftijd voetbalde en allerlei hand- en spandiensten verleende. Ik speelde er, maar was geen echte voetballer. Het hoogtepunt was dat ik één keer een doelpunt maakte, bijna vanaf de middenstip.’
Vorig jaar juni zwom Van Zanen mee in de SingelSwim om geld op te halen voor mensen met een spierziekte. Hij moest zich voor de gelegenheid in een wetsuit hijsen. ‘Het voelde alsof ik vacuüm verpakt was. Ik had de eer om als eerste bij de gevangenis aan het Wolvenplein het water in te gaan. Het was een belevenis met onderweg allemaal mensen die stonden aan te moedigen.’ Hij zwom 1200 meter voor het goede doel, al vond hij het onder de Lucasbrug, die een behoorlijke lengte heeft, best een beetje griezelig, omdat het er donker was.
Menigeen doet het onze sportieve burgemeester echter niet na.