Counterpunches in coronatijd

Boksen Krav Maga MMA Pim van Esschoten

Het is het nieuwe normaal. Terwijl de binnenruimte van de sportschool leeg blijft, werken zo’n twintig pupillen zich buiten in het zweet in enkele vrijgemaakte parkeervakken – pal voor de openslaande deuren. Zo mag het wel volgens de regels van het coronaspel. Bij sportschool BBS houden ze zich strikt aan die regels. Ze zijn al lang blij dat ze vier keer per week kunnen losgaan. Lockdown, avondklok, onderwijs thuis via een schermpje en al die andere maatregelen en vooral restricties hebben het sociale leven van jonge mensen langdurig en uitzichtloos stilgelegd.

‘Dus dit,’ verzekert Aimée (16), ‘is écht een uitlaatklep. Het enige uitje dat we nog hebben.’ Ook Ella (15) zegt: ‘Je zit opgesloten, je wil iets doen. De trainingen zijn nu nóg belangrijker.’ En bewust nóg intensiever. ‘De counterpunch,’ zegt Bart Boekhout. Het is die laatste tegenstoot van de bokser die eigenlijk al is uitgespeeld en dodelijk vermoeid in de touwen hangt. Uitgeteld. ‘Zelfs dan kun je die ene inspanning er altijd nog uit persen. Want het kan altijd beter, meer, nóg een keer. Als je denkt dat je er bent, ben je op de helft.’

 

Grenzen verleggen

Boekhout weet dat het verleggen van de fysieke grens, die counterpunch, zijn pupillen mentaal sterker maakt. En daar is het hem om te doen, juist in deze tijd. Want hij ervaart om zich heen hoezeer het leven van jonge mensen is ontwricht sinds het begin van de tweede lockdown, half oktober. Vooral onder meiden merkte hij de stress, eenzaamheid, gevoelens van onzekerheid en gepieker. ‘De een na de ander kwam naar me toe, beetje somber, beetje down. Bart, heb je even…’

Nu heeft hij van zichzelf om tegenslag te relativeren. ‘Dat is een beetje mijn valkuil. Kom op, schop onder de kont, doorgaan. Wat nou avondklok? Je hoeft niks te doen, wat wil je nog meer? Maar als zo’n meid dan naar je toe komt en zegt depressief te zijn, niet eens een beetje…’

Nu is hij een sportcoach en geen psycholoog. ‘En dus heb ik aan de bel getrokken en contact gezocht met de gemeente, met SportUtrecht. En met de ouders van de pupillen om wie het gaat.’

Die mentale kant van de mixed martial arts en Krav Maga, die hij bij Bart Boekhout Selfdefense (kortweg BBS) doceert, heeft hem altijd al het meest geboeid. ‘Ik kijk anders tegen vechtsporten aan. Ik wil geen kleine Rambo’s hier, ik train mijn pupillen niet richting de vechtsport. Dat zorgt uiteindelijk voor machogedrag. Die mentale richting is interessanter. Ik wil dat ze inzicht krijgen in hun eigen kunnen en vermogen en dan hun fysieke grenzen gaan verleggen.’

 

Met elkaar

Bart Boekhout

Zelf begonnen als karateka deed hij aan vele vechtsporten, tientallen jaren lang. En juist bij free fight, toch de heftigste aller vechtsporten, vond hij wat hij zocht; het mentale aspect boven de agressie. ‘Bij Rings Holland en Oscar van der Veen. Zijn aanpak, de sfeer in de sportschool, zijn manier van lesgeven; dát wilde ik. Je bewijst jezelf niet door een ander kapot te maken in de ring. Niet jezelf bewijzen, maar elkaar helpen en motiveren. Zo ben ik begonnen, in een gymzaaltje in Utrecht. Met elkaar trainen, niet tegen elkaar.’

En nu heeft hij dus zijn eigen BBS op bedrijfsterrein Strijkviertel, met zo’n tachtig, vooral jonge pupillen. En die spreken van een positieve sfeer en een leuk team, ook na afloop van een pittige sessie. Aimée deed eerder aan turnen en atletiek, maar vindt het hier toch het leukste: ‘Het verschil is de zelfverdediging. Je doet hier zelfvertrouwen op en dat is belangrijk voor meiden.’

Ella zegt: ‘Ik werd vroeger veel gepest en was daardoor onzeker. Ik voelde me uitgesloten en kroop daardoor in mijn schulp. De training hier heeft me zelfverzekerder gemaakt, ik sta nu veel sterker in mijn schoenen.’

Aimee: ‘En dat komt door Bart, omdat hij altijd zo positief is.’

Ella: ‘Hij geeft zich altijd voor 110 procent en dat wil je teruggeven.’

 

Energie

Vooral verbaal geeft Bart Boekhout zich helemaal, zo blijkt wel tijdens de sessie op de parkeerplaats. Niemand krijgt de kans er de kantjes vanaf te lopen, steeds zweept hij zijn pupillen op en spat de energie er bij hem vanaf.

Toch viel ook hij even stil, toen half oktober het land opnieuw in lockdown moest. Hij dacht: ‘Ik kan de tent wel sluiten…’ Lang duurde die stilte niet. ‘Eén dag. Ik zei tegen mezelf; hoe creatief ben je? Je hebt dertig jaar ervaring in de vechtsport, je bent heel Europa doorgegaan om nieuwe dingen te leren en ideeën op te doen, je hebt overal je papieren gehaald. Je hebt toch genoeg kennis in huis om iets neer te zetten?’

En zo kwam hij tot een aangepast programma. Vier keer in de week komen zijn jonge leden (ergens) buiten bijeen voor een intensieve workout onder zijn leiding én ze krijgen een individueel schema mee. Voor thuis. De aandacht en tijd die er normaal gesproken is voor vechttechnieken liet Boekhout varen om zich volledig op de fysieke inspanning te storten. Op de counterpunch, op die laatste scheut energie.

‘Van een beetje pijn gaat niemand dood,’ zegt Boekhout nog maar eens. ‘Uitknijpen,’ lacht hij. ‘Als er een zegt dat ‘ie kapot, gesloopt of doodmoe is, zeg ik; wat zul je lekker slapen vanavond, hè! En ik weet zeker dat je de volgende keer weer komt, want ik bied wat je zoekt.’