Curse

Column Pim van Esschoten 'Eindsignaal'

Een nare zondag was het. Gure wind, koude buien. DOS speelde thuis tegen - gokje - Sparta en deze kleuter mocht mee. Daar zat ik, op dat betonnen randje bovenaan de wielerbaan van Galgenwaard. Achter me doken mannen diep weg in de kragen van hun dikke jassen. Rokend en mopperend. Daar ook stond mijn vader.

Pim van Esschoten

DOS was in verval begin jaren ’60, van de kampioensploeg van 1958 was weinig meer over. Behalve Tonny van der Linden.

Het begon te regenen, Sparta scoorde 0-1 en achter me stak een storm van gevloek op. ‘Geen probleem,’ hoorde ik mijn vader zeggen. ‘Van der Linden maakt straks gelijk. En als Van der Linden scoort gaat de zon schijnen.’ Een poosje later schoot Van der Linden daadwerkelijk raak. Terwijl de dolblije mopperaars nog juichten, brak de hemel open.

Het is echt gebeurd.

Martin Donker schreef in 2007 een mooie biografie over de vrijdag overleden Van der Linden; een boek met dvd die ik de afgelopen dagen wel drie keer bekeek.

De midvoor stond bekend om zijn harde schot, maar de dvd leert ook dat hij vrije trappen subtiel in de bovenhoek kon krullen. En soms had hij een vleugje Bergkamp.
Zo schoot hij DOS in 1958 ook naar de landstitel. De beelden op de dvd zijn te onduidelijk, maar mijn vader heeft altijd volgehouden dat Van der Linden de bal wel drie keer op zijn hoofd had genomen voor hij raak schoot. En hij was erbij, in Nijmegen.

Van der Linden was groots. Een icoon, te weinig gewaardeerd. Hij scoorde 17 keer in 24 interlands, kon naar Fiorentina en Valencia en flink verdienen. Zijn Anneke wilde er niet aan, bang voor heimwee.

En anders waren er wel de bobo’s van DOS. Contract is contract, zeiden ze. En Tonny liet het maar zo. Hij bleef DOS en Utrecht trouw.
Toen hij in maart 1967 afscheid nam (hartklachten) als topscorer aller tijden in de eredivisie (208), trapten diezelfde bobo’s hem op zijn ziel. Van der Linden werd in Galgenwaard rondgereden in een ‘open’ Mercedes. Tevens het afscheidscadeau voor de midvoor die jarenlang de tribunes liet vollopen. Dacht iedereen.

Maar nee, hij kreeg een envelop met een briefje; dat hij zou worden doorbetaald tot juni. De supporters schonken hem een schemerlamp, de Vrienden van DOS een hengel.

Stank voor dank. Dat DOS of FC Utrecht nadien nooit kampioen werd, zou in de Amerikaanse sportcultuur allang The Curse of Tonny zijn genoemd. Een vloek waar we misschien wel nooit meer vanaf komen.