‘Dat ik móet winnen, is veranderd in dat ik kán winnen’

Judo Roberto Cancian

Een kleine twee jaar geleden wist judoka Noël van ’t End de wereldtitel te veroveren in de fameuze Budokan in Tokio. Op dezelfde plek waar Anton Geesink in 1964 olympisch goud won, was het nu de inmiddels 30-jarige Van ’t End die het haast onmogelijke presteerde. Volgende maand wil de Houtenaar dolgraag in de voetsporen treden van grootheid Anton Geesink door, wederom in Japan, ook de olympische titel voor zich op te eisen. ‘Daar ga ik alles voor doen’.

Van ’t End begon met judo toen hij vijf of zes jaar was. ‘Vanuit Houten waren wij verhuisd naar Doorn waar ik nog even heb gevoetbald bij DEV maar vanaf het moment dat mijn broer naar judo ging, ben ik iedere keer meegegaan. Daar in die hal zag ik judoka’s met blokjes en wasbordjes, die wilde ik ook. Ik had het talent en was continu aan het knokken tegen mijn twee jaar oudere broer. Dat maakte me beresterk. Het was bovendien een goede manier om mijn energie kwijt te raken.’ Van ’t End werd steeds beter in zijn sport en behaalde de ene na de andere overwinning.

 

Rio

Het had echter niet veel gescheeld of hij had een paar jaar geleden zijn judo spullen opgeborgen om er definitief de brui aan te geven. ‘Bij mijn eerste Olympische Spelen in Brazilië liep alles stuk. De Spelen waren een grote deceptie (Noël werd in de eerste ronde uitgeschakeld, red.) en wanneer je dan ook direct met de ‘losersvlucht’ naar huis moet, is dat geen prettig gevoel. Ik heb daarna een half jaar niet getraind. Ik kreeg er te weinig voor terug.’

Hij besluit te verhuizen naar Frankrijk waar hij gaat samenwonen met zijn Franse vriendin, judoka Clarisse Agbegnenou, die vanuit Rio de Janeiro een zilveren medaille meenam naar Parijs. Terwijl zijn vriendin in een feeststemming zit, zoekt Van ’t End voor zichzelf uit of hij de sport weer wil oppakken en zo ja, hoe dan?

 

Bank

Nadat zijn relatie een half jaar later op de klippen loopt, trekt hij weer in bij zijn ouders die inmiddels in Den Dolder wonen. In judo heeft hij nog steeds weinig zin, hij zoekt zijn vlucht liever in spelletjes op de PlayStation. ‘Dan speelde ik urenlang met mijn broers Call of Duty of Fortnite. Als sporter was ik mijn A-status kwijtgeraakt en dan zit je daar opeens als een 27-jarige die zich het liefst de hele dag binnen opsluit. Dat was echt een dieptepunt.’

Na een tijdje wilde hij de sport wel mondjesmaat weer oppakken, maar het kost hem veel moeite. Van ’t End besluit mee te doen aan een toernooi in Den Haag. ‘Ik wilde mezelf laten zien maar ik was niet fit in mijn kop. Uitgerekend op die dag kwam mijn ex ook haar spullen halen en dat zit dan toch in je hoofd. Ik verloor van een Nederlandse concurrent en dat hakte er flink in. Waarom doe ik dit allemaal nog, vroeg ik me hardop af.’ Zijn vader geeft hem echter weer een zet in de goede richting. ‘Op de terugweg van het toernooi heb ik een lang en goed gesprek gevoerd met mijn vader. De volgende dag moest ik naar een Grand Slam toernooi in Osaka. Ik heb mijn tas gepakt met de gedachte ‘wat heb ik te verliezen’ en ben gegaan.’

 

Verandering

Zijn tweede plaats in Japan geeft hem niet veel later zijn A-status weer terug maar belangrijker: het goede gevoel keert ook langzaam terug. ‘Ik had de good vibes te pakken, dat was lekker en ook in mijn hoofd werd het wat rustiger.’ Ook verandert de manier van trainen onder de Brit Jean-Paul Bell. ‘Het ‘moeten’ was altijd een grote trigger. Altijd het ritme van trainen, eten, slapen en moeten winnen. Dat hebben we in ‘ik mag trainen’ en ‘ik mag winnen’ kunnen veranderen.’

Van ’t End ging bovendien praten met een psycholoog. Die begeleidde hem in het proces dat gepaard ging met vallen en opstaan. Hij leerde anders naar zichzelf te kijken: ‘Bij de psycholoog leerde ik hoe ik alles weer onder controle kon krijgen, hoe ik vooral zelf de controle kan voeren. Ik leerde te doen waar ik me lekker bij voel.’

 

Wereldtitel

Het zorgde ervoor dat hij met een goed gevoel in 2019 naar Japan ging waar de wereldtitel op het spel stond. In de hal waar de Utrechtse Geesink olympisch kampioen werd, hangen de posters van de Nederlander aan de muur. ‘Dit moet mijn hal worden, dacht ik toen ik daarbinnen kwam. De posters van Anton Geesink heb ik meegenomen’, lacht hij. Het toernooi verloopt voortvarend en  in het hol van de leeuw treft hij in de eindstrijd Japanner Shoichiro Mukai. De partij is zwaar, heel zwaar. In de slotfase trekt Van ‘t End met een waza-ari het duel naar zich toe. Hij is de eerste Nederlandse kampioen in tien jaar en schrijft net als Geesink geschiedenis in Japan. Gesprekken met Premier Rutte en een diner met de koning en de koningin volgen. Noël van ’t End moet wennen aan deze nieuwe situatie maar hij weet en hij voelt; ‘I am back’.

 

Tokio

Na de WK in Japan waren de Olympische Spelen van 2020 in Tokio het volgende doel. Ondanks dat door Covid-19 alles een jaar werd opgeschoven, is er aan dat doel niets veranderd. ‘In aanloop naar Japan is de focus geweest om te periodiseren in mijn training. Lang heb ik volle bak getraind. Nu is het zaak de pure kracht op te bouwen.’

Dat Noël van ’t End moet pieken op het juiste moment, weet hij als geen ander. ‘Bij de Olympische Spelen ga ik uiteraard voor goud, pas dan is het toernooi geslaagd. Het ligt er wel aan hoe het loopt, alle wedstrijden zijn namelijk op één dag.’ De vraag of de wereldtitel of de olympische titel belangrijker is voor hem, is een onmogelijke vraag. ‘Ik wil ze allebei winnen. Dat moet kunnen, maar dan moet alles kloppen die dag.’

 


Superman

Boek ‘Superman’

In mei 2021 verscheen er een openhartig boek met en over Noël van ’t End: Superman. Journalist Hans Klippus beschrijft de zwarte periode die Van ‘t End na zijn snelle en ontluisterende uitschakeling bij de Olympische Spelen van 2016 in Rio doormaakt en die twee jaar duurt. Een nieuwe coach moet Noël helpen om uit het dal te klimmen, in 2019 de beste van de wereld te worden en in de voetsporen van coryfeeën als Anton Geesink, Wim Ruska en Dennis van der Geest te treden.