De competitie lag al eerder maandenlang stil

Sporthistorie Voetbal Hans van Echtelt

Het coronavirus houdt de hele wereld, en zeker ook de sportwereld, in z’n greep. Niet eerder werden geen kampioenen uitgeroepen. Niet eerder werden competities abrupt eerder beëindigd of tijdelijk gestopt. Of toch? Eenmaal eerder kenden we wel degelijk een lange periode zonder (buiten)sport. Dat had niets te maken met een virus, maar wel met een weersverschijnsel. 57 jaar geleden was er sprake van een uitzonderlijk strenge winter. Wekenlange vorst in combinatie met sneeuw zorgde er voor dat de velden onbespeelbaar waren.

De eredivisie voetbal, maar ook andere competities, konden tijdelijk geen doorgang vinden. Liefst twaalf weken lang werden er geen wedstrijden gespeeld.

Wim de Jongh uit Nieuwegein is van januari 1928 maar ook nu weet hij nog goed hoe de competitie in het najaar en de winter van 1962 en 1963 maandenlang stil lag. Hij was destijds voetballer bij Vitesse, na eerst bij Elinkwijk onder contract gestaan te hebben. Wim maakte furore bij deze Utrechtse club door bijna topscorer van de eredivisie te worden in een eerder seizoen.

Maar in de winterkou van 1963 kwam van scoren weinig terecht. Niet voor Wim maar voor alle voetballers, bij de profs en de amateurs. De competitie lag namelijk stil van 26 december tot 17 maart 1963. Nog nooit had Nederland zo’n bitterkoude winter beleefd, op 18 januari 1963 werd de befaamde Elfstedentocht gereden bij een temperatuur van min twintig graden en gewonnen door de legendarische Reinier Paping. Er waren destijds nog geen verwarmde velden, zodat de voetballers zich maandenlang moesten behelpen. Mondjesmaat werden oefenduels gespeeld in de zaal van een kantine, maar veelal werd getraind op hard bevroren velden. De Jongh: ‘Ik kan me herinneren dat we ons erg warm moesten kleden, moderne bodywarmers had je nog niet. Maar je moest toch in conditie proberen te blijven, al viel dat helemaal niet mee. Ook lag er vaak zo veel sneeuw dat je niet kon reizen.’

Zelf reisde uw verslaggever in deze periode geregeld naar Galgenwaard. Per fiets wel te verstaan, en op zondag moest een flinke afstand worden overbrugd om de favoriete clubs aan het werk te zien. Afwisselend was dat DOS of Velox, Elinkwijk was voor mij vaak te ver. Tijdens de winterse periode eind 1962 en begin 1963 kreeg het schaatsen de overhand, in mijn dorp bood de Kromme Rijn een ideaal schaatsparcours. Voor de gedwongen winterstop zag ik DOS op 23 december nog met 2-0 winnen van ADO, daarna moest ik tot 16 maart wachten voor het thuisduel tegen GVAV. De Kanaries stonden toen nog bovenaan maar zouden alsnog in de middenmoot eindigen. De lange winterstop had DOS geheel uit het ritme gehaald.

 

Amateurs

Ook de amateurs moesten ruim drie maanden ‘binnen’ blijven. Tenminste om te voetballen, want er werd natuurlijk volop geschaatst. Zoals Jan van Kats, een talentvolle jeugdspeler van HMS, moest ondervinden. Hij stond in de belangstelling van HVC en zou zelfs in Amersfoort een testwedstrijd mogen spelen bij de toenmalige trainer Hans Croon. ‘Maar in die winterperiode gebeurde er niets op voetbalgebied. Er waren nog geen kantines bij de sportvelden, trainen kon niet. Er lag meer dan 20 centimeter sneeuw. Door de felle oostenwind lag bij ons zelfs sneeuw binnen in de voorkamer waar we alleen op zondag binnen mochten komen.’

Gelukkig was er voor de jeugd de gymzaal van de LTS Sint Maarten in de Johan de Meesterstraat in Utrecht waarvan gretig gebruik werd gemaakt. ‘Ook vermaakten we ons in het Pastoor Schiltehuis, met kaarten, biljarten en sjoelen. We wilden natuurlijk het liefst voetballen maar dat kon nu eenmaal niet. Dus was schaatsen de enige sportieve uitlaatklep, er waren genoeg banen in Utrecht zoals Arosa en St Moritz. Maar het liefst schaatste ik en mijn broer op de dichtgevroren Vecht, daar had je meer ruimte. Maar wat waren we opgelucht toen eind maart in 1963 de velden weer open mochten en dat we konden doen wat we het liefste deden: voetballen. En dat zal de jeugd van nu over een tijd hopelijk ook weer gaan ervaren.’