Het team van Arendsen Boys. Staand (vlnr): Jan Wouters, Harry van den Ham, Paul Pessel, Wim van der Horst en Lex Arendsen. Geknield (vlnr): Jan Godee, John Vink, Rob Arendsen en Rob de Wit.

‘De toeschouwers bleven komen, met touringcars tegelijk’

Voetbal Ted Vermeulen

Eind jaren ‘60 waaide het zaalvoetbal uit Zuid-Amerika over naar Europa en bereikte dus ook Nederland. De vraag naar een competitie was groot. Ook in de toenmalige afdeling Utrecht van de KNVB. Het bestuur van de KNVB afdeling Utrecht verkeerde een beetje in een spagaat wat betreft het zaalvoetbal. Het was niet laaiend enthousiast over het spel, vond het te statisch.

De verkapte commercie in de naamgeving van de clubs deed bovendien de wenkbrauwen aan de bestuurstafel fronsen. Aan de andere kant zou een binding met de KNVB ook weer extra inkomsten betekenen en dat wilde het presidium niet laten lopen.

Gedurende de periodevan twijfel werd de roep echter zo groot, dat het bestuur besloot een bestuurslid met de portefeuille zaalvoetbal te belasten en de verdere organisatie op zich te nemen. De naamgeving werd aan regelgeving gebonden. Eigennamen waren toegestaan, maar zonder branchevermelding. Dus niet ‘snackbar ’t Hoekje’, maar gewoon ’t Hoekje.

De KNVB stimuleerde ook de veldvoetbalverenigingen een zaalafdeling op te richten, omdat dat administratief eenvoudiger was voor de bond. Die zag  liever de wedstrijd Hercules 6 – Kampong 6 op het programma, dan ’t Hoekje – ’t Bochtje.

Op het bondsbureau, destijds aan de Biltstraat in Utrecht, werd de competitie zaalvoetbal ‘er nog even bijgedaan’ door de toenmalige competitieleider veldvoetbal. Maar de zaalcompetitie liep in aantallen danig uit de hand. Van de ruim 95.000 leden van de afdeling Utrecht beoefenden in 1978 liefst 10.000 leden het zaalvoetbal. De KNVB besloot dan ook om voor de zaalcompetitie een fulltime professional in dienst te nemen. Dat werd Ron de Rijk, zoon van de trainer van IJsselmeervogels Jan de Rijk, die later grote bekendheid verwierf als radio- en televisieverslaggever bij de NCRV, NOS en tegenwoordig Fox Sports.

De Rijk pakte zijn nieuwe job zeer serieus aan en werd dé steun en toeverlaat voor heel zaalvoetballend Utrecht en wijde omgeving. Van Huizen tot Culemborg en van Harmelen tot Veenendaal. Ook al omdat De Rijk zich, ondanks of dankzij zijn jeugdige leeftijd, zeer flexibel opstelde in de omgang met de zaalvoetbalverenigingen.

Voor zover mogelijk voldeed hij aan de wensen om op een bepaalde avond te mogen spelen en in een bepaalde sporthal. En ook bij verzoeken om uitstel van wedstrijden zwaaide De Rijk niet onmiddellijk met het reglement. Dat maakte hem populair bij de clubs. ‘Als hij een verzoek afwees, dan wist je dat het echt niet kon’, zegt Rob Arendsen, mede-oprichter van topclub Arendsen Boys.

De zaalcompetitie groeide uit tot een enorme organisatie, waar in het begin klasse-indeling op sterkte volstrekt onmogelijk was. Het zaalvoetbal werd desondanks in vijf klassen opgedeeld en al snel kwamen de sterkere teams bovendrijven. In de stad Utrecht waren dat met name USVF (Utrechtse Studenten Voetbal Federatie), dat ieder jaar weer met aan -en afzwaaiende voetbaltalenten te maken had en daardoor steeds een sterk team op de been kon brengen. De absolute top bereikte echter het team van Arendsen Boys.

 

Drie tegen drie

Rob Arendsen (72), destijds ‘handelaar in exclusieve auto’s, trainde om zijn conditie op peil te houden bij boksschool De Voltreffer in Jutphaas. ‘Het begon allemaal met een partijtje knotsschieten na de bokstraining. Drie tegen drie. Dat groeide uit tot het oprichten van een heuse zaalvoetbalvereniging en ik vond mijn broer Lex (70) als een gretige compagnon. Mijn eerste team bestond uit vechtsporters, wielrenners, zwemmers en hardlopers.’

Zijn team werd door de KNVB dan ook ingedeeld in de vijfde en laagste klasse. Die samengeraapte sportvrienden werden echter kampioen en de gebroeders Arendsen besloten om de zaken wat professioneler aan te pakken. Rob Arendsen kwam in contact met Leo van Veen en toen ging het balletje wel heel snel rollen.

In het spoor van de toenmalige aanvalsleider van FC Utrecht werden Wim van der Horst, Gerard Aichorn (beiden FC Den Bosch), alsmede Gerard van der Lem en Leen van der Merkt (beiden FC Utrecht) aangetrokken. Toen dat team doorstoomde naar de hoogste klasse werden Gerald Vanenburg (Ajax) en het volledige middenveld van FC Utrecht met Jan Wouters, Gert Kruys en Frans Adelaar toegevoegd, alsmede Rob de Wit, de onvergetelijke linksbuiten van FC Utrecht in de jaren 1982-1984.

Het spreekt voor zich dat dit team moeiteloos kampioen van de afdeling Utrecht werd. Via het kampioenschap van District West 1 werd ook het landskampioenschap een feit. In Antwerpen won Arendsen Boys de BeNeLux-beker.

 

Bussen

‘Ja, die hobby heeft ons een kapitaal gekost’, herinnert Rob Arendsen zich. ‘Natuurlijk werkte Arendsen Boys als een magneet op de spelers omdat er bij ons iets te verdienen viel. Maar ook omdat het bij ons altijd gezellig was. Iedereen bleef na afloop van een wedstrijd in de bar hangen en dat betaalden wij dan ook.’

Het was ooit zo gezellig, dat één speler eens was blijven zitten toen de gebroeders Arendsen al weg waren. Die speler sprak de gebroeders de volgende wedstrijd aan. ‘Ik ben vorige week blijven hangen aan de bar, werd natuurlijk herkend en kreeg allerlei rondjes. Ik voelde me verplicht rondjes terug te geven en ik vind eigenlijk dat ik dat bij jullie moet declareren.’ Dit werd de allerminst vrekkige gebroeders wel iets te gortig en ze weigerden.

Arendsen Boys speelde de thuiswedstrijden op de maandagavond in sporthal Oudenrijn in Vleuten en trok vaak bussen met toeschouwers uit de gehele provincie. Rob Arendsen: ‘Die kwamen allemaal op de spelersnamen af. Wij hadden totaal geen binding met die mensen en we zijn om onze persoonlijke sponsoring enigszins te verlichten, maar entree gaan heffen. Het maakte die mensen niets uit, ze bleven komen, met touringcars tegelijk.’

De gebroeders hadden ook commercieel gewin bij hun sponsoring. De bekende spelers kwamen – en komen nog steeds – bij Lex Arendsen in de exclusieve kapsalon aan de Blauwkapelseweg en dat had een sneeuwbaleffect. Ook Rob verkocht redelijk wat extra auto’s en dat maakte van het sponsoren een aangename bezigheid. ‘Dat klopt, maar vraag me niet wat het allemaal gekost heeft. We betaalden de spelers een vergoeding, het eten en de drank voor en na een wedstrijd. Maar ook de boetes die sommige spelers kregen, omdat hun (voetbal)werkgever hen verbood om zaalvoetval te spelen’, valt Lex Arendsen zijn broer Rob bij.

Arendsen Boys werd eind jaren ‘80 opgeheven, omdat het voor de professionals steeds moeilijker werd ongestraft ook zaalvoetbal te spelen.