Douchen

Column Pim van Esschoten 'Eindsignaal'

Soms komt hij langs gefietst. Heel hoog stuur, lange manen, haarband, zo'n Afghaanse bontjas, zonnebrilletje met ronde glazen à la John Lennon. Je vraagt je af of hij na de laatste Flight to the Lowlands Paradise (1968) bij de Jaarbeurs de verkeerde weg is ingeslagen en met een omweg van vele tientallen jaren alsnog thuis is gekomen. Hoe dan ook, deze hippie heeft de tijd overleefd. Al kan het natuurlijk ook zo zijn dat de tijd de vreemde vogel is vergeten.

Zou de tijd ook DVSU zijn vergeten? Bij een bijeenkomst op het stadhuis over de nieuwe sportnota – een week geleden – vertelde Frank

Pim van Esschoten
Pim van Esschoten

Helmes dat het prima gaat met de voetbalclub, gelegen tussen Lunetten en Hoograven. ‘We hebben alles, alleen te weinig kleedkamers. We willen douchen.’

Niet kunnen douchen na de wedstrijd? Staat de Berlijnse Muur nog? Zijn we al op de maan geweest? Vindt u Cruijff of Keizer de beste? The Beatles of The Stones? Moet DOS niet fuseren met Velox en Elinkwijk? Helmes vroeg het na bij de gemeente. ‘Geen geld, zeiden ze.’

Nou moe. Bij al het moois dat er voorbije jaren in de Utrechtse sport is gebeurd, bij al die miljoenen aan investeringen in de vooruitgang, zijn er dus nog altijd voetballertjes uit Lunetten en Hoograven die niet kunnen douchen na afloop. We zijn iets vergeten, zogezegd. We hebben DVSU achtergelaten in de tijd.

Er is een oplossing voor DVSU en die ligt bij het hockey. Hoe de oplossing eruit ziet is nog wat onduidelijk, feit is dat hockeyers niet douchen. Het is een van de vreemdste zaken in de Nederlandse sportcultuur. Hockeyers douchen niet, punt uit.

Binnen Kampong is zelfs het verschil te zien tussen voetballers die wel en hockeyers die niet douchen. En waarom? Navraag leert dat
het gewoon zo is. Er bestaat geen daarom.

Soms raak je op zondagmiddag bij de kassa van de supermarkt ingesloten door een elftal luide, riekende hockeydames. Zó van het veld de bar in en hups, met al het opgedroogde zweet naar de versafdeling van de buurtsuper. Eenmaal in die rij blijken ze de bwahko’ie te zijn vergeten. Ik zeg dan geen broccoli, ik kijk wel uit; ze hebben immers allemaal gedronken én een eind hout onder handbereik.

Een verdwaalde hippie, een zomaar vergeten voetbalclub en rijen vol hockeymeiden. Echt, ik ga steeds meer van Utrecht houden.