Eenling Van Vleuten moet op NK dan toch buigen

Wielrennen Hans van Ommeren

En daar was dan eindelijk de eerste nederlaag van Annemiek van Vleuten. Als eenling was ze op het NK voor vrouwen niet opgewassen tegen de gebundelde krachten van ploegen, al gaf ze zich niet zonder slag of stoot gewonnen. Haar oude rivale Anna van der Breggen van het zestal van Boels Dolmans was echter te sterk en Van Vleuten restte slechts het zilver. Bij de beloften brak Lars van den Berg vrijdagavond zijn sleutelbeen na een val in een afdaling.

Vanwege het corona was het lang onduidelijk of dit jaar wel de nationale kampioenschappen wegwielrennen doorgang konden vinden. Uiteindelijk sprong het licht op groen voor een driedaagse krachtmeting op en rond een vuilnisbelt in  Drenthe. Er werd een omloop van ruim 7 kilometer uitgezet, een omloop met louter smalle weggetjes en twee korte maar venijnige klimmetjes die het peloton naar een hoogte van 48 meter boven NAP brengen.

‘Het is geen Stelvio’, lachte Annemiek van Vleuten voor de start, verwijzend naar een beruchte reus (2758 meter) in de Italiaanse Alpen waar ze graag traint.  ‘Maar we mogen al blij zijn dat er een NK is. Het is rijden wat je rijden kan, je moet in deze tijden flexibel zijn.’

Van Vleuten was vooraf een van de favorieten. De Utrechtse van geboorte had dit jaar alle koersen gewonnen waar ze aan de start verscheen. Maar kan een renster die gedijt op lange bergflanken het verschil maken op twee kuitenbijtertjes, terwijl ze ook nog eens in haar eentje moet opboksen tegen blokken van onder meer Boels-Dolmans (Anna van der Breggen) en CCC-liv (Marianne Vos)? Nee, dus, al gaf Van Vleuten de koers die als een nachtkaars dreigde uit te gaan wel kleur.

 

Kopgroep van drie

Een kopgroepje van drie, met twee rensters van Boels-Dolmans onder wie Van der Breggen, bepaalde het wedstrijdbeeld. Van Vleuten keek wel uit om meteen met haar krachten te smijten en het hele pak op sleeptouw te nemen. De rest kon of wilde niet. In de laatste 30 kilometer gaf de wereldkampioene gas. Tot tweemaal toe plaatste ze in een beklimming een tempoversnelling en bij bosjes wapperden de vrouwen van het reeds flink uitgedunde peloton eraf. Uiteindelijk bleven alleen Amy Pieters en Marianne Vos in haar gezelschap. Pieters deed geen kopwerk om de vlucht van haar ploeggenotes te beschermen en ook Vos gaf niet thuis, vermoedelijk kon ze niet. Een nieuwe versnelling en Van Vleuten was alleen. Maar haar gebeuk had ook haar eigen krachten gesloopt. Bijna freewheelend ging Van der Breggen op weg naar haar eerste nationale titel. Zelfs een gedwongen fietswissel brak niet haar ritme. Achter Van Vleuten werd een blije Anouska Koster, die heel lang aan het front had gestreden, derde. Het NK mondde uit in een afvalrace. Slechts zes rensters reden de koers uit. De rest gaf er de brui aan of werd voortijdig uit de strijd genomen.

Vrijwel de hele vrouwentop was aanwezig op het NK. Opvallende afwezige was Ellen van Dijk. De Woerdense spaart haar krachten voor maandag wanneer ze probeert voor de vijfde achtereenvolgende keer Europees kampioen tijdrijden te worden.

 

Lars van den Berg

Een dag eerder verliep het NK voor beloften minder fortuinlijk voor Lars van den Berg, de man in vorm die deze week met succes Arnaud Démare geholpen had in diens jacht op de eindzege in de Ronde van Wallonië. De 22-jarige renner van de opleidingsploeg van Groupema-FDJ kwam ten val en brak daarbij zijn sleutelbeen. Hij wordt over enkele dagen geopereerd. Nederlands kampioen werd Stijn Daemen, voor Mick van Dijke en Bodi del Grosso. Marijn van den Berg, de jongere broer van Lars, eindigde als negende.