Ellen van Dijk komt er met wat schaafwonden vanaf in ‘de Hel’

Wielrennen Redactie

De ene val is de andere niet. Gelukkig maar, zal Ellen van Dijk denken. Bij het verkennen van Parijs-Roubaix, de klassieker die de vrouwen in oktober voor het eerst mogen rijden, kwam de 33-jarige Woerdense ten val op de glibberige kasseien. De schade bleef beperkt tot wat schaafwonden. Heel wat anders dan de bekkenbreuk die de renster van Trek-Segafredo vorig jaar opliep in de Boels Ladies Tour.

Voor veel mannen in het profpeloton heeft Parijs-Roubaix een magische klank. De vrouwen lijken al net zo in de ban van de Hel van het Noorden. Liet wereldkampioene Annemiek van Vleuten zich al eens in jubelende bewoordingen uit voor het toevoegen van de kasseienkoers aan de vrouwenkalender (‘het mooiste coronacadeau’) ook Ellen van Dijk kan nauwelijks wachten op dit wielermonument.

Met onder meer ploegleider Steven de Jongh van de mannen van Trek-Segafredo en ploeggenote Lucinda Brand, die als veldrijdster veel ervaring heeft met een ongelijke ondergrond, maakte het Woerdense krachtmens een proefritje over een aantal iconische kasseienstroken zoals het Bos van Wallers-Arenberg. Op Instagram staat een vrolijke foto van het gezelschap van de Amerikaanse wielerploeg, maar het lachen zou Van Dijk en Brand wel vergaan. ‘Dit zijn wel heel verschrikkelijke stenen,’ concludeerden ze om er in een adem aan toe te voegen uit te kijken naar die nu al memorabele dag van 25 oktober.

Van Dijk heeft in het verleden aangetoond niet terug te deinzen voor steentjes. Zo won ze in 2014 de Ronde van Vlaanderen, in 2018 en 2019 Dwars door Vlaanderen en werd ze in 2013 tweede in de Ronde van Drenthe. Koersen waarin de kinderkopjes prominent aanwezig zijn. Maar rijden over, in  het algemeen, redelijk gelegde steentjes is niet te vergelijken met het gestuiter over de schots en scheef liggende kasseien van Parijs Roubaix, die het uiterste van het materiaal vergen.