‘Enthousiast, met veel passie voor wielrennen’

Wielrennen Hans van Ommeren

In een speciale serie laten we anderen eens over de Utrechtse olympiërs praten. We laten de mensen aan het woord die de eerste trainers of begeleiders waren. Dat kan een vader of moeder zijn, een clubtrainer, maar ook een trainingsmaatje of iemand die zich over de pupil ontfermde. We vragen aan hen of de atleten hun talent al vroeg lieten zien, of juist helemaal niet. En verklaart het karakter misschien een latere gang naar het hoogst haalbare sportpodium, de Olympische Spelen? In deel 2: Jan-Willem van Schip.

Op de wielerbaan van Sloten ontwikkelde Jan-Willem van Schip de vaardigheden die in Tokio naar een olympische medaille moeten leiden. Leo Adegeest was zijn belangrijkste leermeester. De Woerdenaar begeleidde de leergierige knaap uit Schalkwijk naast de groepstrainingen ook persoonlijk gedurende een jaar of vier, van pakweg zijn veertiende levensjaar tot hij in Wageningen ging studeren en in de talentenselectie op Papendal werd opgenomen.

‘We hadden van begin af aan een klik. Ik vond hem een leuke vent, razend enthousiast, met veel passie en inzet voor wielrennen. Maar een supertalent? Nee bepaald niet, Jan-Willem is meer een laatbloeier.’

Hij kwam met hem in aanraking via zijn oudste dochter, die – van dezelfde leeftijd – regelmatig trainde en wedstrijdjes reed met Jan-Willem. De tweevoudig kampioen van de Tour de Schalkwijk en winnaar van de – inmiddels ter ziele – Jeugdronde van Nieuwegein was lid geworden van WV Het Stadion en raakte op het Veldrome van Amsterdam in de ban van de baan. Adegeest verzorgde daar in de wintermaanden trainingen voor jeugd van alle clubs in district Midden. ‘Buiten een goede training ging het er mij om dat ze een leuke dag hadden.’

 Voor Adegeest draait het niet zozeer om strakke schema’s. Er moet in zijn ogen een balans zijn tussen school, vrienden, sport. Kortom, hij vindt het belangrijk dat er ook gekeken wordt naar het welzijn, de ontwikkeling als mens. Naast de groepstraining van het district was er de individuele begeleiding van Jan-Willem van Schip. ‘We stelden samen een jaarschema op en dan vulde hij persoonlijk, rekening houdend met bijvoorbeeld school, de wekelijkse schema’s in. Of hij toen al profrenner wilde worden? Wat denk je, die droom hebben ze allemaal. Het gaat er om wat je er voor over hebt. En dat was bij Jan-Willem heel veel.’

De Schalkwijker trok veel op met jongens als Martijn Tusveld  uit Utrecht en Taco van der Hoorn uit Rotterdam. Tusveld rijdt nu als prof bij DSM, Van der Hoorn bij Wanty en hij boekte onlangs een gigantisch succes met een ritzege in de Giro. Als pubers vielen ze minder op. ‘Degenen die toen scoorden, scoren nu niet. De kampioenen van toen zijn niet de kampioenen van nu.’

De Woerdenaar heeft nog regelmatig, zo niet wekelijks, contact met Van Schip, ook omdat hij namens de KNWU de bondscoach bijstaat met het verzorgen van trainingen. De band is warm en hecht gebleven. In 2016 volgde hij de kleurrijke Schalkwijker met argusogen op de ploegenachtervolging. De Spelen in Rio eindigden dramatisch met de val van Joost van der Burg, ook een pupil van Adegeest.

Wat wordt het straks in Tokio? ‘Wat het omnium betreft steekt er een Fransman bovenuit (Benjamin Thomas, red.), maar door het corona is er geen duidelijk beeld van de krachtsverhoudingen. Als Jan-Willem, die al wereldkampioen is geweest op de puntenkoers, een goede dag heeft moet hij mee kunnen doen om het podium. En met Yoeri Havik won hij in Gent de Madison en ook daar liggen dus zeker kansen.’