Esther Visser sluipt naar de top

Bridge Hans van Ommeren

Ze houdt niet zo van de geluksfactor en dan vallen er heel wat (dobbelsteen)spelletjes af. Maar in bridge kan de analytische geest van Esther Visser zich uitleven. Met een Europese én een wereldtitel bij de jeugd als resultaat. Het klinkt misschien gek, maar de 24-jarige Utrechtse hecht meer waarde aan het Europese goud in 2017 dan dat van het WK een jaar eerder.

‘Toen we met de meisjes wereldkampioen werden, waren Maaike en ik (Maaike van Ommen, red.) echt het derde paar. Vanaf de kwartfinales hebben we niet meer gespeeld. Een jaar later met het Europees kampioenschap was dat anders. Daar hebben Sandra Kolen en ik bijna alles gespeeld.’

 

Junior

In bridge ben je als 25-jarige nog junior. De gemiddelde leeftijd van de ruim 100.000 bridgers die bij een bij de BridgeBond aangesloten vereniging spelen ligt boven de 70 jaar. Van dat grote aantal doet slechts een klein gedeelte aan wedstrijdbridge en een nog kleiner deel slaagt er in de nationale selectie te halen. Het is een voordeel wanneer je op jonge leeftijd met bridge in aanraking komt. Vaak gebeurt dat wanneer je ouders het spelen, zoals bij Visser het geval was. ‘Ik was een jaar of tien, twaalf misschien, toen ik tijdens vakanties de beginselen leerde. Mijn ouders hadden veel gebridged in hun studententijd en het later weer opgepakt.’

Het zou nog wat jaren duren alvorens Esther Visser het kaartspel (denksport, zo u wilt) serieus ging benaderen. ‘Dat gebeurde toen ik op mijn achttiende ging studeren. Ik ben een keer bij Utrechtse studentenvereniging Dombo naar binnen gelopen en later dat jaar heb ik het NK voor studenten bezocht. Dan leer je leeftijdgenoten kennen met dezelfde interesse.’

Als student wiskunde was ze geboeid door de logische aspecten van bridge: welke conclusies kun je trekken uit de informatie die is uitgewisseld (en ook wanneer er niets wordt uitgewisseld). In het derde jaar kwam ze bij de jeugdselectie en sindsdien is ze zich gestaag blijven ontwikkelen.

 

Commentaar

Bridge doe je met zijn tweeën. Dat houdt in dat je samen verantwoordelijk bent voor een geleverde (wan)prestatie. Niet iedereen kan er goed mee omgaan wanneer partner een ‘fout’ maakt. ‘Ik denk dat ik niet moeilijk ben. Zo lang ik niet veel commentaar krijg, probeer ik me ook zo naar mijn partner op te stellen. Meestal heeft partner ook andere informatie, die ziet per slot van rekening haar eigen kaarten, en het is lastig te beoordelen of ze iets fout doet. Bovendien denk ik dat je er niets mee opschiet als je zegt, je doet dit fout, en dit, en dit. Daar gaat je partner meestal niet lekkerder van aan tafel zitten.’

Het is een wijze gedachte van de jonge Utrechtse waar menig vittend bridgekoppel nog wat van kan opsteken. Ze heeft haar studie inmiddels afgerond maar is in Utrecht blijven hangen. ‘Het is hier prima wonen, vrij kleinschalig maar je hebt alles. Bovendien heb ik hier een baan gekregen.’

 

Vrouwenselectie

Ze heeft al verschillende bridgepartners ‘versleten’. Niet vanwege een uit de hand gelopen meningsverschil maar simpelweg omdat ze te oud waren om nog voor de meisjes (U26) te mogen uitkomen. Ze speelt nu sinds een paar maanden met een Deense, Malene Holm Christensen, die in IJsselstein is neergestreken. Een keer per maand zijn er centrale trainingen. Behalve af en toe op Dombo ‘met een willekeurige partner’ speelt ze in Utrecht bij BCO en in Driebergen bij DS’16, de club die is opgericht door topspeler Tim Verbeek. Daarnaast draaft ze vaak op in de weekends.

Haar ambitie: ‘Ik hoop de vrouwenselectie te halen. Dan is het ook klaar. Want met bridge mijn geld verdienen, dat zie ik niet zitten. Niet omdat het te eenzijdig zou zijn, maar dan komt er druk op te staan en ga je bridge anders benaderen. Het moet leuk blijven.’