Fenomenale solo brengt Annemiek van Vleuten wereldtitel op de weg

Wielrennen Hans van Ommeren

‘Ongelooflijk, hier zijn geen woorden voor. Onmogelijk dit’. De tv-commentatoren kwamen superlatieven tekort om de fenomenale solo van Annemiek van Vleuten te beschrijven die naar de wereldtitel op de weg leidde. Reed ze vorig jaar bijna honderd kilometer met een gebroken knie, nu volbracht de Vleutense van geboorte meer dan 100 kilometer in haar eentje.

Annemiek van Vleuten. Foto: Mitchelton Scott

Niet alleen de kenners waren verbijsterd, ook de vele Nederlandse supporters konden hun ogen niet geloven, maar beloonden de bijna 37-jarige met een klaterend applaus. Gekkenwerk werd er gemompeld op het moment dat Van Vleuten een demarrage plaatste op de lastigste klim van het 150 kilometer lange parcours. Gekkenwerk omdat het nog zo vroeg was in de koers. Het stond er echt: distance 105 km.

Maar Annemiek van Vleuten is niet zomaar een renster. Ze beult zich graag af, traint met mannen in het Italiaanse hooggebergte. De arbeid betaalde zich uit. En vooral ook het vermogen om af te zien, want dat is wel een eerste vereiste bij zo’n helse onderneming. Van Vleuten pakte snel een minuut en vervolgens bleef haar voorsprong lange tijd schommelen rond de vijftig seconden. Dat was niet zo vreemd, er was een achtervolgend groepje gevormd met toppers als de Italiaanse Longo Borghini, de Australische Spratt en de Amerikaanse Dygert die dinsdag nog een ravage had aangericht in de tijdrit.

In de jagende groep bevond zich ook de uittredend wereldkampioene Anna van der Breggen, die niets hoefde te doen en in een zetel zat wanneer Van Vleuten weer ingerekend zou worden. Verrassend ontbrak drievoudig wereldkampioene Marianne Vos die dit seizoen weer haar oude niveau haalt en vooraf tot de topfavoriete was bestempeld.

 

Geduchte concurrent

Dat de jonge Dygert in de toekomst een geduchte concurrent zal worden, bewees ze met nog een kilometer of dertig te gaan. De samenwerking in de groep was minder geworden en de Amerikaanse probeerde enkele malen weg te komen. Van der Breggen pareerde de aanvallen om de vlucht van haar landgenote beschermen. Toch sloeg Dygert een gaatje en knabbelde iets van de voorsprong van Van Vleuten af. Maar die was niet van plan haar grote droom, de wereldtitel op de weg, te laten verstoren. Ze bleef in cadans, schakelde een tandje bij en liep weer verder uit. Dygert kreeg problemen met haar rug en tuimelde uiteindelijk van het podium.

Van Vleuten ging met een geruststellende voorsprong van meer dan twee minuten de plaatselijke slotronde van 14 kilometer in finishplaats Harrogate in. Vooraf waren er twijfels of het parcours wel zwaar genoeg was voor haar. Dan maak ik het zelf maar zwaar, zal de Gelderse – ze woont in Wageningen – gedacht hebben. De Belgische tv-commentator: ‘Ze zit nog zo fris op de fiets. Van Van Vleuten mag er nog wel 100 kilometer gefietst worden.’

 

‘Ik dacht, dit is een gek plan, een stom plan,
maar de bondscoach zei, ga maar gewoon door’

 

Pas in de laatste kilometers gunde de nieuwe wereldkampioene zichzelf haar vreugde te uiten. Glunderend balde ze de vuisten, gaf kushandjes en wees geëmotioneerd naar haar oorbellen die ze gekregen had van haar overleden vader. Eindelijk heeft ze de regenboogtrui die ze het hele jaar mag dragen. Ze had er al twee van de wereldtitel tijdrijden, maar die van de wegrace is mooier, die trui mag ze altijd aan. Meteen na de finish ging ze haar moeder Ria, geboren in Cothen, opzoeken met wie ze een hechte band heeft.

Van der Breggen maakte het succes van de oranje equipe compleet door het zilver te pakken. Het brons was voor Amanda Spratt, een ploeggenote van Van Vleuten bij Mitchelton-Scott. Vos won de sprint van het uitgemergelde peloton.

Ze had vantevoren bedacht dat ze op die klim ‘superhard’ zou gaan, vertelde Van Vleuten. In de eerste plaats omdat de Nederlandse ploeg baat zou hebben bij een harde koers, niet direct om helemaal tot aan de finish door te gaan. ‘Maar de bondscoach zei, ga maar gewoon door. Eigenlijk was het gek plan, een stom plan, maar ik dacht ook, dit is supergoed voor Anna, zij hoeft helemaal niets te doen, die anderen anderen moeten aan het werk. In het begin heb ik niet alles gegeven, maar ik ben helemaal niet ingestort. Toch begon ik er pas echt in te geloven nadat Dygert brak.’